Moslimterreur: veel te moeilijk voor televisie

Achtergronden over moslimterrorisme – hoeveel apekool kan een televisiekijker aan?

Netwerk was in Kabul gestuit op spijtoptanten van de Talibaan. Verslaggever en cameraman ontmoetten hen op „een geheim adres”, glunderde Aart Zeeman, en de tolk moest mee. Camera aan, microfoon open en laat ze maar leeglopen.

Dat hebben we geweten.

Twee groepen „overlopers” verschenen in beeld. Een voornaam clubje, dat deel had uitgemaakt van het verfoeide Talibaanregime. En een tiental wildemannen met eelt op hun handen, ze verscholen hun hoofden achter doeken.

De laatsten hadden zich overgegeven, vertelde een voice over. Maar dat zag de man die zich hun commandant noemde anders. Hij rebbelde over een „deal” en dat dat „geven en nemen” was en dat de ISAF-soldaten voortaan met hun tengels van de Afghanen en hun land moesten afblijven.

Wat nu?

Waren dit spijtoptanten of gevangenen? En wat wilden de makers? Nogmaals vaststellen hoe groot de chaos in Afghanistan is, waar iedereen strijdt tegen iedereen en de vijand van vandaag morgen weer bondgenoot is. Of was dit ingestoken propaganda – goed nieuws uit Afghanistan: ‘Talibaanstrijders gepakt’

Wij denken het laatste. In het geval van moslimextremisme laten televisiemakers zich vaker op sleeptouw nemen. Vraag maar aan Nova. Dat kwam eind november met het onwaarschijnlijke levensverhaal van ene Omar Nasiri, die zich uitgaf voor Al-Qaedastrijder. Hij had naar eigen zeggen voor Europese inlichtingendiensten gespioneerd. De rubriek had het overigens knap gemaakte item gekocht van BBC Newsnight, net als het Belgische Panorama. Maar waar de laatste zich gedwongen zag de uitzending te rectificeren, bleef Nova stil. Oorverdovend stil.

Volgens Canvas was het verhaal zottenklap. Dat had hun eigen onderzoeksjournalist achterhaald met hulp van onder anderen een Belgische terrorisme-expert. Ze onthulden dat Nasiri een Brusselse Marokkaan was die in wapens en drugs had gehandeld en via zijn broers, twee GIA-sympathisanten, kennis had van moslimextremisme. Op basis van hun verhalen en internet had hij een spannend boek geschreven en dat geplugd via de Britse tv.

De BBC is er „ingeluisd”, concludeerde de Belgische presentator. Als de makers het verhaal vooraf hadden voorgelegd aan onafhankelijke bronnen, dan was het slimme staaltje marketing van deze fantast tijdig doorgeprikt.

Wat dat betreft kon Tegenlicht zich gisteravond geen buil vallen. De rubriek zond The journalist en the Jihadi uit, een documentaire over de moord op Daniël Pearl. Meer dan tien zegslieden reconstrueerden de laatste dagen van de Wall Street Journal-correspondent. Maar om te zeggen dat we er wijzer van werden? Werkte gijzelnemer Omar Sheikh voor de Pakistaanse inlichtingendienst? Waarom moest juist Pearl dood? Fransman Bernard-Henri Lévy kwam met de ene na de andere complottheorie maar nieuwe feiten, nee.

De kijker bleef in verwarring achter en kon maar één ding concluderen. Dat het heel ingewikkeld moet zijn: televisie maken over moslimextremisme.

En Nova? Komt de rubriek nog terug op het item met de zelfbenoemde Al-Qaedastrijder?

Nee, vertelt buitenlandredacteur Dieuwke van Ooij. De BBC twijfelt niet aan zijn betrouwbaarheid. „En wie zijn wij dan om te zeggen dat het niet klopt?”

Journalisten, dachten wij. Verslaggevers die op zoek gaan naar eigen bronnen en informatie checken. Maar dat blijkt in geval van moslimterreur te veel gevraagd.

Reageer op deze column via www.nrc.nl/ogen