Minder mensen geven na hun dood orgaan weg

Het aantal orgaandonaties is in 2006 met 7 procent gedaald vergeleken met een jaar eerder. Ook het aantal transplantaties is afgenomen met 8 procent (van 557 naar 511). Dat blijkt uit voorlopige gegevens van de Nederlandse Transplantatiestichting over het afgelopen jaar.

Het aantal mensen dat op een wachtlijst staat voor transplantatie is in 2006 met 1.440 nagenoeg gelijk gebleven. Het aantal mensen dat wacht op een nier – veruit de meesten op de wachtlijst – is vorig jaar zelfs enigszins gedaald, van 1.072 naar 1.053.

Minister Hans Hoogervorst van Volksgezondheid, heeft gisteren in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat de daling nog niet hoeft te betekenen dat zijn aanpak om het aantal donaties te doen stijgen, faalt. „Deze cijfers liegen niet, maar kunnen wel een vertekend beeld geven”, schrijft hij.

Sinds 2005 verstrekken gemeenten donorformulieren bij de uitgifte van reisdocumenten. Moslims worden in een afzonderlijke campagne voorgelicht over orgaandonatie. Dit jaar zal de campagne zich specifiek richten op Marokkanen en Turken. Ook is een nieuw donorformulier ontworpen met een gebruiksvriendelijker en meer wervende tekst.

Minister Hoogervorst laat in de brief aan de Kamer weten dat de daling van het aantal orgaandonaties evengoed zou kunnen betekenen dat het aantal overledenen dat geschikt is om organen af te staan is gedaald. Cijfers daarover zijn nog niet bekend.

De meeste Nederlanders laten niet weten of ze hun organen willen doneren. In maart 2005 verwierp de Tweede Kamer het voorstel om alle Nederlanders in principe te verplichten om na hun dood hun organen af te staan voor transplantatie, tenzij de betrokkene daartegen bezwaar maakt. De minister kondigde toen, na die stemming, aan „alles op alles” te zetten om het aantal geregistreerde donoren te verhogen. Verschillende campagnes volgden.

Jaarlijks overlijden ruim tweehonderd mensen die op een wachtlijst voor een orgaan staan.