‘Kinderen van Don Quichotte’ worden bedankt

De protestactie van daklozen in tenten in Parijs lijkt succesvol. Behalve een recht op woonruimte is meer opvang van daklozen toegezegd. Maar niet alle daklozen zijn blij. „Deze actie is meer een happening.”

Na het wettelijke recht op woonruimte wacht de Fransen nu ook een „radicale hervorming” van de opvang voor daklozen. De 250 zwervers die de afgelopen weken langs het Parijse Canal Saint Martin in tenten zijn komen bivakkeren, ontvangen het nieuws maandagmiddag per scooter.

Toeterend komt Augustin Legrand (31) terug van de laatste vergadering met de ministers Borloo en Vautrin (Sociale Cohesie). De score: 27.100 opvangplaatsen erbij in 2007. En op termijn, roept de boomlange acteur in een megafoon tegen een haag van camera’s, belooft de regering woonruimte voor iedereen. „We hebben een onmiddellijke oplossing voor de crisis bereikt”, juicht hij.

Dakloze Nabila begint luid te klappen. Augustin Legrand is haar held geworden sinds hij op 16 december met een aantal vrienden, broers en zussen de eerste tenten plantte uit solidariteit met de daklozen.

Hun vereniging ‘De kinderen van Don Quichotte’ groeide in een paar weken uit tot de belangrijkste woordvoerder voor daklozen – in elk geval voor even. Met Kerst en verkiezingen op komst bleek de tijd rijp voor aandacht en beloftes. Na Parijs kregen ook Lille, Lyon, Marseille en andere steden tentenkampen. Don Quichotte kreeg op Oudejaarsavond steun van president Chirac, die de regering-Villepin aanspoorde tot maatregelen. De eerste daarvan was dat de Fransen straks bij de rechter woonruimte kunnen opeisen, als ze die zelf niet kunnen vinden. Over de uitwerking van die belofte – wie mag eerst, en wanneer – en de haalbaarheid – zijn er wel genoeg woningen – wordt inmiddels volop gediscussieerd.

Dat is niet het probleem van Augustin Legrand. „We breken de kampen op”, roept hij. Hij geeft een laatste fotogenieke zoen aan Nabila en weg is hij. Hem wachten filmopnames in Zuid-Afrika.

Maar aan het Canal Saint Martin applaudisseren niet alle daklozen. Sommigen vinden dat Legrand hen heeft verraden. Philippe loopt mokkend weg, terwijl Nabila hem naspuugt. „Allemaal blabla”, foetert de 38-jarige man later. „Ik ga niet weg voordat ze mij een echt appartement geven.” Ook uit de kampen in andere steden komen later zulke aankondigingen. „President Chirac heeft mooi praten”, legt Franky in zijn leren jack uit. „Hij zit op zijn kont en doet verder niks. Ons is iedereen straks weer vergeten.”

Iets verderop haalt Anne Palluat, een licht ineengedoken vrouw van tegen de veertig, haar schouders op. Zij gelooft niet dat Don Quichotte een oplossing heeft afgedwongen voor dakloosheid en woningnood. Utopisten, noemt zij de familie Legrand. „Deze actie is meer een happening dan een effectieve actie. Iets om te filmen en dan in een galerie te vertonen.”

De cijfers rechtvaardigen twijfel. In Frankrijk zoeken 1,3 miljoen mensen vergeefs huisvesting in de sociale sector. Volgens officiële schattingen leven tussen de 100.000 en 250.000 mensen soms of permanent op straat. Een groeiende minderheid daarvan heeft wel werk, maar slaagt er ook met een vast inkomen niet in vaste woonruimte te vinden. Volgens een recente peiling acht 48 procent van de Fransen het denkbaar zelf dakloos te worden.

Palluat zit in de brede groep net-niet-daklozen. Zij raakte haar appartement in 2001 kwijt en moest toen kiezen: ergens anders gaan wonen voor meer geld of haar atelier aanhouden. Ze woont nu bij haar vader in. De huisvestingscrisis hoort in haar ogen bij een groter probleem, „steeds meer mensen zijn afhankelijk van hulp, en niemand vertrouwt erop dat mensen zich met meer autonomie beter zouden redden”. Ook politieke leiders kunnen alleen maar meer bijstand beloven. In 2002 zegde toenmalig premier Jospin toe binnen vijf jaar de dakloosheid uit te bannen. Nu geeft de rechtse presidentskandidaat Nicolas Sarkozy zichzelf daarvoor twee jaar. „Onze beschaving is in verval”, concludeert Palluat.

De ene na de andere omstander blijkt haar pessimisme te delen. Angela Denis (59) moest zeven jaar geleden haar appartement van 63 vierkante meter in een betere buurt van Parijs opzeggen, toen de huur opliep naar 3.000 euro. Nu woont ze kleiner. Maar haar inkomen zal niet meer groeien, sinds ze via een sociaal plan door haar werkgever met prepensioen is gestuurd. „Ik weet niet of hier kan blijven wonen.”

Iets verderop pakken Quentin (26) en Dany (22) hun tent in. Niet omdat ze tevreden zijn met de beloften. „Er komen de komende jaren veel Roemenen en Bulgaren bij, hebben ze ons uitgelegd”, vertelt Quentin mistroostig. „Daardoor komen er alleen maar meer daklozen.” Ze gaan terug naar Clermont-Ferrand waar Quentin als metselaar werkt. Wonen in de provincie is goedkoper. Maar dat helpt ze niet. Quentin en Dany spreken in verleden tijd over hun appartement.