In de strijd tussen Muli en Máxi werd het Máxi

Ik was er niet bij toen Harry Mulisch tot planeetje verklaard werd, en dat vond ik jammer. Daarom ging ik gisteren naar de aula van de Universiteit van Amsterdam, waar Mulisch een eredoctoraat zou krijgen.

In de zaal aangekomen kreeg ik het moeilijk: op wie moest ik mijn nieuwsgierige blik gevestigd houden: op Mulisch, of op Máxima, die er ook was? In de strijd tussen Muli en Máxi werd het Máxi, want zij zat dichter bij me en ze is stukken groter. Bovendien hoestte ze fanatiek – zij is kennelijk het type dat hoest bij gelegenheden waarbij je stil moest zijn – dus ze viel nogal op.

Jarenlang heb ik in de universitaire verslaggeverij gewerkt, maar ik heb nooit iets van eredoctoraten begrepen. Het zijn gratis diploma’s, dat snap ik, maar ik begrijp niet hoe de mensen die er een krijgen, worden uitgekozen. Het is zo willekeurig. Kijk naar degenen die hem gisteren ontvingen: een Noorse vrouw die Gro heet, een man die vicepresident van de Raad van State is, en Harry Mulisch. Ik zie de connectie niet.

Maar Harry zag wel connecties. Harry ziet altijd overal connecties. Dat is ook zo leuk, pardon, wetenschappelijk en eredoctoraal, aan zijn boeken. In zijn korte speech wist hij een aantal losse verhalen zo te brengen dat het leek alsof de kosmos had voorbestemd dat hij op deze dag zijn eredoctoraat moest krijgen. Zo zei hij: „Vandaag over precies een maand, zestig jaar geleden, publiceerde ik mijn eerste verhaal.” Dus natuurlijk moest hij nu, precies zestig jaar later (min een maand, maar wie kijkt daarop?) zijn eerste eredoctoraat krijgen, was zijn onuitgesproken conclusie.

Verder merkte hij op dat de dochter van zijn promotor Alma heette. En een universiteit heet vaak Alma Mater! Nou ja, als dat niet iets te betekenen had. Ook haalde hij in zijn drie minuten spreektijd Freud erbij, „waar iedereen altijd zo lelijk over doet”. Freud had ooit gezegd dat geluk de vervulling van een kinderwens was. En aangezien Harry als kind „wereldberoemd biochemicus” had willen worden (let op: niet ‘gewoon een biochemicus’) was hij nu erg gelukkig met zijn wetenschappelijke titel.

Toen liep hij weg, met om zijn schouders de kleine rode cape die eredoctors krijgen. En toen wist ik waarom Harry Mulisch eredoctor was: omdat hij de enige persoon in Nederland is die een rode cape kan hebben.