‘Ik wil het nu eens zelf opknappen’

De blinde pianist Bert van den Brink wint de belang-rijkste Nederlandse jazz-prijs voor zijn oorspronke-lijke en herkenbare spel. „Ik meet mij niet aan de grote klavierleeuwen.”

Bert van den Brink Foto Marco Borggreve/ Hollandse Hoogte Nederland, mei 2003 Bert van den Brink Photo: Marco Borggreve/Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

De VPRO/ Boy Edgar Prijs, de belangrijkste prijs in Nederland op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek, is dit jaar toegekend aan pianist, componist, arrangeur, docent en producent Bert van den Brink. „Zijn werk klinkt volkomen oorspronkelijk, iedere improvisatie is een zoektocht naar nieuwe mogelijkheden”, aldus de jury die ook zijn direct herkenbare spel roemt: „iets wat alleen de groten in de jazz weten te bereiken”. De prijs, een beeld van Jan Wolkers en een geldbedrag van 12.500 euro, wordt op 11 april uitgereikt in het Amsterdamse BIMhuis.

„Het juryrapport raakt me”, zegt Bert van den Brink (48). „Ik ben een zoeker ja, dat is heel treffend. Ik ben meer een vinder van vondsten dan een ijzervreter. Ik moet mij niet meten aan de grote klavierleeuwen, die groots, heftig en hoegenaamd perfect spelen. Omdat ik niet kan zien speel ik puur op mijn gehoor. Met mijn papegaaieninstinct heb ik al van jongs af aan alles kunnen naspelen. Mijn voorkeur gaat uit naar smaakvol en expliciet. En zacht, altijd zonder monitor.”

Juist omdat de VPRO/Boy Edgar Prijs vaak voor een wat alternatievere scene is weggelegd, is hij trots. „Het is een mooie erkenning. Het is geen prijs waar je op kunt rekenen. Ik ben ook geen typische prijswinnaar. Als autodidact ben ik een beetje die jazzscene in geschoven. Ik was een late, dus aan muziekwedstrijden heb ik nooit mee gedaan. Dat wordt ongeloofwaardig na je dertigste.”

Van den Brink kan bogen op een zeer gevarieerde loopbaan. Hij studeerde cum laude af als klassiek pianist aan het Utrechts Conservatorium. Gaf hij in eerste instantie nog veel klassieke concerten op piano en orgel, later stortte hij zich ook op de lichte muziek. Hij speelde met artiesten als Chet Baker, Toots Thielemans en Rick Margitza en was vaste begeleider van de zangeressen Dee Dee Bridgewater en Denise Jannah. Tegenwoordig vormt hij een duo met gitarist Jesse van Ruller.

Als kind keek hij op tegen musicus en dichter Jules de Corte. „Die doet het toch maar allemaal ondanks zijn blindheid, dacht ik.” Maar andere blinde musici als Stevie Wonder en Ray Charles stonden te ver weg. „Ik heb nooit een wonderkind willen zijn dat op zijn 48-ste nog steeds alleen maar leuk piano kan spelen. Zelfredzaamheid was veel belangrijker. Naast de pianolessen ging het mijn ouders erom dat ik me op school en in het huishouden kon redden.”

Nog steeds heeft bewegingsvrijheid zijn prioriteit. Het is de voornaamste reden dat hij is gestopt met grote buitenlandse tournees. „Zat ik daar een beetje afhankelijk van mijn bandleden te zijn, gevangen in hotelkamers in vreemde steden.” Nu bedingt hij voor concerten in het buitenland altijd een reispartner. Zoals binnenkort op een Japanse tournee met Jesse van Ruller.

Van den Brink wil zich de komende tijd vooral richten op zijn solospel. „Spelen met een duo is heerlijk, maar je levert toch in. Ik wil het nu ook eens zelf opknappen.”

Het prijzengeld besteedt hij aan opnames van een solo-album. De wekelijkse improvisaties onder de noemer Bert’s Bytes op zijn website zijn daar een voorproefje van. „Zelfkikkerij van heb ik jou daar, maar het levert veel reacties op. Ik zet er elke week een filmpje op met een solo-improvisatie van tien minuten.”

„Nu weet ik wel, solo piano is een beetje uit de tijd. Pianisten als Teddie Wilson en Art Tatum zetten voor mij de standaard. Maar een pianist heeft niet altijd een kruiwagen van de ritmesectie nodig. John Taylor bevestigde me daar opnieuw in. Het was de eenvoud van zijn boodschap die me opnieuw trof: een piano biedt genoeg. Daar durf ik nu ook helemaal voor uit te komen.”

Voor concertdata: www.bertvandenbrink.com

    • Amanda Kuyper