Iedereen zag de scheuren

Aan de instorting van de balkons in Maastricht (2003) gingen veel fouten vooraf.

De bouwbedrijven zagen de scheuren in het gebouw en deden daar niets aan.

Op 24 april 2003 belde Patrick zijn ouders in het appartementencomplex Patio Sevilla in Maastricht. Of het hen schikte dat hij even iets kwam afgeven. Tuurlijk, klonk het. Om kwart voor zeven ’s avonds ging hij het flatgebouw binnen, vijf minuten later ging hij weer weg, omdat pa en ma bezoek verwachtten. Vanaf het balkon zwaaide moeder hem uit.

Luttele minuten later begon het pas gebouwde complex hevig te trillen. Getuigen verklaarden dat zij „tikken en kraken” hoorden, dat zij het idee hadden door „een aardbeving” te worden getroffen. Eén van hen zag twee mensen op een balkon staan, dat instortte, dat tegen de gevel dreunde. „De man klapte naar beneden, de vrouw heb ik niet meer gezien.” Het waren de ouders van Patrick.

Bovenstaand verhaal wordt verteld door F. van Maanen Winters, voorzitter van de Maastrichtse rechtbank die gisteren begon met de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak tegen drie bedrijven die worden vervolgd voor het ‘balkondrama’, waarbij vijf balkons afknapten en twee doden vielen: hoofdaannemer Smeets Bouw uit Maastricht, hoofdconstructeur B&S Constructies uit Den Bosch (voorheen Verbossen) en bouwadviesbureau Kaskon uit Zoetermeer. Het Openbaar Ministerie heeft de bouwbedrijven dood door schuld ten laste gelegd.

Aan het begin van de zitting zegt Van Maanen Winters dat de tragedie zich 3,5 jaar geleden afspeelde, maar dat „de mensen” niet moeten denken dat justitie en anderen sindsdien hebben stilgezeten. „Er is heel veel gebeurd, er is heel veel papier geproduceerd.” Het bewijs voor dat laatste is goed zichtbaar in de rechtszaal. Binnen handbereik van de drie rechters staat een enorme rij volle ordners met informatie over het ongeluk; hetzelfde is het geval bij de officier van justitie en de advocaten. Bovendien hangt aan de muur een uitgebreide tekening van Patio Sevilla (met balkons) en zijn er in de zaal dozen uitgestald met tegels en stenen van de vermorzelde betonnen uitbouwen.

Alles in deze zaal draait vooralsnog om het ‘balkondrama’: morgen is er een zitting, op 12 en 16 januari worden deskundigen en getuigen verhoord, op 24 januari houdt officier van justitie F. van Diem zijn requisitoir, op 5 en 6 februari volgen de pleidooien van de advocaten en op 13 februari volgt de uitspraak.

Gisteren las een van de rechters de verklaringen voor van de ontelbare deskundigen die onderzoek deden naar de oorzaken van het ongeval: techneuten, ingenieurs, professoren en bedrijven, noem maar op. Opvallend was dat zij elkaar volledig tegenspraken. Via een dvd toonde de rechtbank dat de balkons op drie punten rustten, twee aan de gevel en één aan een kolom. Die kolom steunde op een zogenoemde ‘nok’, een uitstulping aan het balkon op de begane grond die buiten de fundering viel. Die was te zwak en is afgebroken. De twee resterende punten konden het gewicht van de balkons niet dragen.

Wie het ‘balkondrama’ van 2003 analyseert na de verklaringen gisteren in de rechtszaal te hebben gehoord, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat er sprake is geweest van een opeenstapeling van fouten.

De informatie die de rechters gisteren verstrekten maakte duidelijk dat hoofdaannemer Smeets Bouw, hoofdconstructeur B&S Constructies en bouwadviesbureau Kaskon elkaars tekeningen en aanpassingen niet controleerden, en dat zij verkeerde berekeningen hebben gemaakt.

Het woord scheur viel vaak. Wat waren de verdachte bedrijven vaak scheuren tegengekomen in de balkons en bij de bevestigingspunten.

De rechtbank meldde dat een dergelijke ontdekking voor de bouwers geen reden bleek om de zaak opnieuw te bekijken. Of om nieuwe berekeningen uit te voeren.

    • Guido de Vries