‘Iedere wetenschapper heeft baat bij Mulisch’

Schrijver Harry Mulisch kreeg gisteren een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Ook Herman Tjeenk Willink en Gro Harlem Brundtland werden onderscheiden.

Harry Mulisch (links) met achter hem Herman Tjeenk Willink betreden de zaal waarin zij hun eredoctoraat zullen ontvangen. Foto Bram Budel Harry Mulisch en Herman Tjeenk wachten achter een rij professoren en universiteitsbestuurders in toga totdat ze gezamelijk de zaal in mogen. Ter gelegenheid van het 375 jarig bestaan van de Universiteit van Amsterdam kregen Harry Mulisch, Herman Tjenk Willink en mvr. Harlem Brundtland alledrie een eredoctoraat van de universiteit. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Onder het toeziend oog van kroonprins Willem-Alexander en Prinses Máxima nam Harry Mulisch gistermiddag in de afgeladen aula van de Universiteit van Amsterdam zijn eredoctoraat in ontvangst. „Een kinderwens gaat in vervulling”, zei de bijna tachtigjarige schrijver nadat hem de rode kappa was omgehangen. In zijn jeugd had hij een „wereldberoemd biochemicus” willen worden, maar als gevolg van de Tweede Wereldoorlog kon hij zijn middelbare school niet afmaken waardoor de poorten van de alma mater voor hem gesloten bleven.

De Universiteit van Amsterdam reikte ter gelegenheid van haar 375ste Dies Natalis verder eredoctoraten uit aan Gro Harlem Brundtland, de eerste vrouwelijke premier van Noorwegen, en aan de vicevoorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink. De Koninklijke Hoogheden waren aanwezig als gasten van Tjeenk Willink. Tot het gevolg van Brundtland behoorde voormalig minister van Volksgezondheid Els Borst en Mulisch werd vergezeld door onder anderen Hans van Mierlo, Connie Palmen en Marcel van Dam.

„Iedere wetenschapper heeft baat bij het werk van Mulisch”, zo verantwoordde erepromotor prof. dr. Marita Mathijsen het eredoctoraat voor de auteur van De Compositie van de Wereld en De Ontdekking van de Hemel. „Het centrale uitgangspunt in al zijn werk is de humaniteit of althans de ontsporing ervan”, betoogde ze, refererend aan de grote rol die de Tweede Wereldoorlog in Mulisch’ boeken speelt. „Hij koppelt zijn schrijverschap aan de grootste ethische kwesties van deze tijd. Zijn oeuvre is uniek door de complexiteit en veelzijdigheid ervan”, zei Mathijsen, die haar gloedvolle lofrede afsloot met de constatering dat Mulisch zijn eredoctoraat dankt aan zijn verdiensten voor de Nederlandse letterkunde en zijn bijdrage aan het intellectuele debat.

De uitreiking van de eredoctoraten werd voorafgegaan door de dies lezing van Universiteitshoogleraar Louise Fresco, getiteld Het einde van de universiteit, waarvan gisteren een bekorte versie op onze opiniepagina is afgedrukt. Zij had haar rede de vorm gegeven van Montesquieu’s beroemde satirische Lettres Persanes, een fictieve briefwisseling tussen twee Perzen waarin de toenmalige Franse samenleving op de hak werd genomen. Fresco leverde hiermee op luchtige toon ongezouten kritiek op het reilen en zeilen van de Universiteit van Amsterdam en de manier waarop de overheid het hoger onderwijs laat versloffen.

Tijdens een drukbezochte receptie in het Maagdenhuis viel enig gemor over Fresco’s rede te beluisteren. Haar kritiek had minder verhuld moeten zijn, vonden sommigen, terwijl behoudender geleerden meenden dat de dies lezing niet strookte met het feestelijke karakter van de bijeenkomst.

In een hoek stond, getooid met zijn gloednieuwe kappa, de jonge doctor Mulisch glunderend de felicitaties in ontvangst te nemen.

Volledige rede van Louise Fresco op: nrc.nl/kunst

    • Elsbeth Etty