Hybride mensdier-eicellen zijn maas in de wet

In het Verenigd Koninkrijk is veel ophef ontstaan over voorgenomen stamcelonderzoek waarbij door klonering (nuclear transfer) hybride embryo’s tot stand worden gebracht (NRC Handelsblad, 5 januari). De bedoeling is dierlijke eicellen te gebruiken en de kern daarvan te vervangen door die van een menselijke lichaamscel. Zo ontstaat een embryo met in alle cellen zowel dierlijk als menselijk erfelijk materiaal.

Omdat het kern-DNA in alle cellen van zo’n embryo menselijk is (de dierlijke bijdrage blijft beperkt tot het cytoplasma en het mitochondriale DNA), zouden zulke embryo’s en daaruit verkregen embryonale stamcellen in principe even goed bruikbaar zijn voor onderzoek naar menselijke ziekten en de ontwikkeling van therapieën als volledig menselijke embryo’s die via klonering tot stand zijn gebracht.

Anders dan in Nederland is het werken met menselijke embryo’s voor onderzoeksdoeleinden in het Verenigd Koninkrijk niet verboden. Een moeilijkheid is echter dat voor zulk onderzoek veel eicellen nodig zijn. Als nu dierlijke eicellen kunnen worden gebruikt in plaats van menselijke, zou dat zowel in praktisch als moreel opzicht belangrijke winst betekenen. Het bezwaar dat vrouwen onder druk worden gezet om eicellen af te staan, komt immers te vervallen.

Toch roept deze handelwijze weer nieuwe discussie op. In een recent rapport van de Britse regering wordt gewezen op „aanzienlijke publieke ongerustheid” over het creëren van mensdiercombinaties. De Human Fertilisation and Embryology Authority (HFEA), de instantie die verantwoordelijk is voor het verstrekken van onderzoekslicenties, heeft aangekondigd donderdag met een standpunt te komen.

Opvallend is dat voor het problematiseren van hybride embryo’s geen inhoudelijke overwegingen worden aangevoerd. Op de website van de BBC worden wel tegenstanders van het onderzoek aan het woord gelaten, maar hun argumenten beperken zich tot verwijzing naar de ‘yuk-factor’: de weerzin die mensen zouden voelen als ze horen van onderzoek dat de soortgrenzen doorbreekt.

Daartegenover onderstrepen de onderzoekers het grote belang van het onderzoek. Zij wijzen erop dat het zeker niet voor het eerst is dat celmateriaal van dierlijke en menselijke herkomst voor geneeskundig onderzoek wordt gecombineerd. Ook vragen zij zich af hoe het mogelijk is dat de Britse regering, die het onderzoek op dit terrein steeds nadrukkelijk heeft gestimuleerd, de voortgang daarvan nu op onduidelijke gronden zou willen blokkeren.

Hoe zit het in Nederland? Op grond van de Embryowet is het doen ontstaan van embryo’s voor andere doeleinden dan zwangerschap verboden. Het gaat om een tijdelijk verbod, waarvan over de opheffing vóór september 2007 een besluit moet vallen. In de recente wetsevaluatie is geconcludeerd dat er goede redenen zijn om het verbod op korte termijn te beëindigen. In haar reactie heeft staatssecretaris Ross-Van Dorp van VWS laten weten dat dit een zaak voor de volgende coalitie is.

De vraag of er inderdaad meer ruimte moet komen voor embryo-onderzoek is dus een van de ‘ethische kwesties’ waarover PvdA, CDA en ChristenUnie het moeten zien eens te worden. Als de uitkomst zou zijn dat het verbod moet worden opgeheven, wordt ook hier de vraag urgent hoe aan de benodigde eicellen te komen valt. Gebruik van dierlijke eicellen is dan wellicht een optie.

Nu zou men kunnen denken dat, als het in Nederland verboden blijft menselijke embryo’s te doen ontstaan voor onderzoek, de discussie over hybride embryo’s voor ons land verder niet van belang is. Dat is onjuist. De vraag is namelijk of dergelijke embryo’s eigenlijk wel vallen onder de in de Nederlandse wet gegeven definitie van een (menselijk) embryo. Die luidt: „een cel of samenhangend geheel van cellen met het vermogen uit te groeien tot een mens”.

Zoals in het evaluatierapport en eerder door de Gezondheidsraad is opgemerkt, rijzen hier twee vragen. In de eerste plaats: gesteld dat een hybride embryo zou uitgroeien tot een nieuw individu – wat bij het voorgenomen onderzoek overigens niet aan de orde is – is dat dan een mens? En: kan zo’n mensdiercombinatie wel uitgroeien tot een nieuw individu, of is het gedoemd al eerder te gronde te gaan?

Er is veel voor te zeggen de eerste vraag met ‘ja’ te beantwoorden. Het DNA in iedere celkern is immers volledig menselijk. Maar wat als, in antwoord op de tweede vraag, hybride embryo’s niet levensvatbaar blijken te zijn? Ze kunnen dan niet ‘uitgroeien tot een mens’ en vallen dan dus niet onder de definitie (en dus ook niet onder de bescherming) van de Embryowet. In dat geval is ook het verbod op het doen ontstaan van embryo’s voor onderzoek niet op dergelijke embryo’s van toepassing.

Maar zolang over die levensvatbaarheid nog wetenschappelijke onzekerheid bestaat, valt te verdedigen om hybride embryo’s te behandelen als embryo’s in de zin van de wet.

In een brief aan de Tweede Kamer liet de staatssecretaris in 2004 echter weten van het omgekeerde uit te gaan: zolang het tegendeel niet is bewezen, zou moeten worden aangenomen dat door klonering ontstane mensdiercombinaties niet levensvatbaar zijn en dus „niet kunnen worden geacht embryo’s te zijn in de zin van de Embryowet”. Dat hoeft echter geen probleem te zijn, zo voegde de staatssecretaris daar in het recente kabinetsstandpunt over de wetsevaluatie aan toe, aangezien er nog maar weinig onderzoek met zulke embryo’s is gedaan en de resultaten tot nu toe tegenvallen.

Dat is een vreemd antwoord op de constatering van een belangrijk hiaat in de wet. De Britse discussie onderstreept nog eens dat er dringend behoefte is aan een beter antwoord – wat de nieuwe coalitie ook gaat besluiten over het wel of niet opheffen van het verbod op experimenten met embryo’s.

Dr. W.J Dondorp en prof.dr. G.M.W.R. de Wert zijn verbonden aan de afdeling gezondheidsethiek en wijsbegeerte van de Universiteit Maastricht.

Rectificatie / Gerectificeerd

Het artikel Hybride mensdier-eicellen zijn maas in de wet (9 januari, pagina 7) stelt dat het werken met embryo’s in Nederland verboden is. Dit is onjuist. Het doen ontstaan van menselijke embryo’s voor onderzoek is verboden.

    • Guido de Wert
    • Wybo Dondorp