En dit wordt mogelijk juli, het wordt gewoon warmer

Dit zachte weer is toch abnormaal, hoor je bij de koffieautomaat.

nrc.next vroeg een bekende weerman of dat echt zo is. Hij antwoordt met dit opiniestuk.

Het wordt vandaag in Nederland op veel plaatsen 14 à 15 graden. Het zou zomaar kunnen dat de warmste januaridag die ooit in De Bilt is gemeten, 15,1 graden op 13 januari 1993, gaat sneuvelen.

Ook elders is het extreem warm. Afgelopen zaterdag werd het in Washington 23 graden, in New York 22 en in Boston 21. In Boston is het in deze tijd van het jaar vaak 30 tot 40 graden kouder. En in New York zijn grote sneeuwstormen in deze tijd van het jaar niet ongebruikelijk.

Het weer lijkt op hol te slaan. In mijn boek Klimaat in Beweging doe ik in de vorm van krantenartikelen een aantal voorspellingen. Onder de kop ‘Nederland heeft koorts’ beschrijf ik bijvoorbeeld hoe het op 18 juli 2007 voor het eerst in Nederland 40 graden wordt.

Of die eerste 40 graden dit jaar ook écht komt, is de vraag niet. Het gebeurt gewoon binnenkort een keer, want de warmterecords volgen elkaar in hoog tempo op. Januari 2007 is in Nederland op weg één van de allerzachtste januarimaanden ooit te worden. Wereldwijd is vrijwel elk nieuw jaar weer warmer dan het recordwarme jaar ervoor.

Veel veranderingen die van deze opwarming het gevolg zijn, lijken onomkeerbaar. In het noordpoolgebied verdwijnt het zee-ijs in een schrikbarend tempo. Al in 2040 kan de Noordpool ’s zomers voor het eerst ijsvrij zijn.

Dat dit zo snel gaat, is niet onbegrijpelijk: er treden effecten op die zichzelf versterken. Zo weerkaatsen sneeuw en ijs meer dan 90 procent van de invallende zonnestraling, terwijl zeewater juist meer dan 90 procent absorbeert. Dus wordt in het noordpoolgebied in de zomer steeds meer van de inkomende zonnestraling als warmte opgeslagen in het zeewater.

Is de klimaatproblematiek onoplosbaar en moet de mens zich maar aanpassen, zoals klimaatsceptici beweren? Neen, zeker niet. Ik heb er juist groot vertrouwen in dat we ingrijpende maatregelen kunnen, moeten en ook zullen nemen.

Maar daar moet wel wat voor gebeuren. Om te beginnen moeten we inzien dat olie en steenkool belangrijke grondstoffen zijn voor de chemische industrie. Het is dus verspilling ze te verbranden. Laten we ze voor toekomstige generaties bewaren.

Om onafhankelijk te worden van fossiele brandstoffen, dienen we over te schakelen op een waterstofeconomie. Waterstof is helemaal schoon: het verbrandingsproduct is water.

De overstap naar waterstof moet de komende 25 tot 50 jaar gebeuren. De VS zouden het voortouw kunnen nemen, door dit voornemen volgend jaar tot centraal thema van de presidentsverkiezingen te maken. Er wordt in de VS al veel en goed onderzoek naar waterstof gedaan. Albany, de stad in de staat New York waar Hillary Clinton woont, profileert zich steeds meer als Clean Energy Valley. Vele honderden mensen werken er aan het efficiënter maken van waterstofcellen, om waterstofauto’s een grotere actieradius te kunnen geven.

Waterstof kan worden gegenereerd met zonne-energie uit de woestijnen van de wereld. In de VS zijn de droge en zonnige gebieden in het zuidwesten bij uitstek geschikt om zonnecentrales te bouwen. Om genoeg zonne-energie te genereren voor de wereldproductie van waterstof, is een gebied nodig van 20 à 30 keer Nederland.

Uiteraard is het nog een grote technische uitdaging om tot een veilig systeem van transport en distributie voor waterstof te komen. Maar als we mensen naar de maan kunnen sturen, kunnen we dit ook.

Onafhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten betekent voor tientallen jaren een leidende rol van Amerikaanse technologie. Ook is het dé oplossing van een aantal geopolitieke problemen.

Europa zou ook een belangrijke rol moeten spelen, maar dat lijkt onhaalbaar. Zelfs van de Lissabon-agenda (om de Europese Unie innovatiever te maken, red.) komt al heel weinig terecht.

In elk geval zal het enkele tientallen jaren duren voordat de waterstofeconomie in delen van de wereld operationeel is. Hoe moeten we die tijd overbruggen?

Dat kan met kernenergie. De discussie daarover is al begonnen, maar moet verder worden opengebroken. Kernenergiecentrales kunnen volkomen veilig worden gebouwd. En door nabehandeling van de radioactieve afvalstoffen kunnen we het stralingsgevaar sterk terugdringen.

Van het nieuwe Nederlandse kabinet mogen we een ‘Visie op Klimaat’ verwachten: aan de ene kant investeringen in de waterstofeconomie, anderzijds de bouw van twee kerncentrales.

Tegelijk moeten we blijven investeren in onderzoek naar kernfusie. Als we die techniek in de vingers krijgen, hebben we een langetermijnoplossing voor de energieproblematiek. Maar voorlopig is de technische haalbaarheid van kernfusie nog twijfelachtig.

Als het kabinet dit allemaal doet, voorkomt het dan klimaatproblemen? Nee, dat niet. Het zal deze eeuw warmer worden. Zomers die heter en droger zijn dan we ooit hebben meegemaakt, liggen in het verschiet. En ook de zeespiegelstijging houdt niet zomaar op. Deze eeuw kan die nog onder één meter uitkomen, maar de verwarming van het zeewater naar diepere lagen, die langzaam verloopt, gaat door – en daarmee de uitzetting van het zeewater.

Zelfs als we binnen enkele tientallen jaren terug zouden gaan naar een kooldioxideproductie op het niveau van tweehonderd jaar geleden, gaat de zeespiegelstijging door. Vóór de 22ste eeuw mogen we een stijging tot drie meter verwachten. De vraag zal dan zeker opkomen of we een deel van Nederland niet aan het water terug moeten geven.

Tegelijk biedt de klimaatverandering ook kansen, juist voor Nederland. Geen land in de wereld is al zo lang en op zo’n grote schaal bezig met de strijd tegen het water. En de technologie en de kennis om de waterproblematiek aan te pakken, wordt op steeds meer laagliggende plaatsen op aarde van levensbelang: kansen te over voor het Nederlandse bedrijfsleven. Nu al hoor je uit de bedrijfstakken en de onderzoeksinstellingen die zich met de strijd tegen het water bezighouden, dat het werk zich opstapelt. Wereldwijd zijn Nederlanders hierin actief.

We zijn het misschien ook wel aan onze stand verplicht. Nederland is als geen ander land gevormd door de eeuwenlange strijd tegen het water. Het heeft zich daarmee in de wereld een plaats veroverd die zeer tot de verbeelding spreekt.

Je zou eigenlijk hopen dat de Haagse politiek daarop voortbouwt en vol trots inzet op een vooruitstrevend klimaatbeleid. Een beleid dat internationaal aanspreekt en dat als voorbeeld kan dienen voor andere landen.

Terug naar het weer van nu. Het zachte weer houdt nog minimaal een week aan en ook het grootste deel van volgende week wordt zacht. Daarbij zal het regelmatig stevig waaien en komt er nog heel wat regenwater naar beneden.

Toch durf ik een blik in de glazen bol te werpen. Ik voorspel dat het omstreeks 22 januari een stuk kouder wordt. De VS gaan dan volop de winter in, met tot diep in het zuiden temperaturen onder nul. In ons deel van Europa gaan we minimaal terug naar meer normale waarden voor eind januari. Of zelfs een paar graden daaronder, met kans op sneeuw en ijs. Wie in februari op wintersport gaat, hoeft zich geen zorgen te maken.

Voor de komende zomer is het interessant te weten dat 2007 in een twaalfjarige cyclus zit met vrijwel alleen ‘grote’ zomers. In deze reeks zitten bijvoorbeeld 1995, 1983, 1959, 1947 en 1923. Zo vreemd om het dit jaar voor het eerst 40 graden te laten worden, is het dus ook weer niet.

Harry Otten is directeur van Meteo Consult, het grootste weerbedrijf van Europa. Afgelopen zomer publiceerde hij het boek ‘Klimaat in Beweging’, Tirion, 168 blz., 24,95 euro.

Rectificatie / Gerectificeerd

Zeespiegelstijging

Weerman Harry Otten voorspelt in En dit wordt mogelijk juli... (9 januari, pagina 4 en 5) geen zeespiegelstijging tot 3 meter vóór de 22ste eeuw, maar pas tijdens 22ste eeuw.

    • Harry Otten