Een schrikbeeld én een voorbeeld

Indirect heeft Ayaan Hirsi Ali effect gesorteerd onder moslima’s in Nederland.

Het succes van de Ayaan-formule gold vooral de politieke en intellectuele elite.

Yolanda van Tilborgh zette de opvattingen van Nederlandse moslima’s over Ayaan Hirsi Ali op een rij. ‘Wij zijn Nederland (Van Gennep, € 19,90) kan worden gerekend tot het beste dat de Ayaan-exegese tot nu toe heeft opgeleverd’, aldus Sjoerd de Jong. Zie pagina 26

En daar was ze weer, op de voorpagina van De Telegraaf. Ayaan! Nu met de hartekreet: ‘Ik wil een kind’. Het was per slot van rekening Kerstmis.

Ayaan Hirsi Ali is uit Nederland vertrokken, en toch ook weer niet. Het dagblad de Volkskrant, dat op de opiniepagina’s een ideologische inhaalslag maakt, heeft een abonnement genomen op haar stukken, en de uitgeweken diva dook op in vele eindejaarsverhalen en interviews.

En dan is er de groeiende stapel Ayaan-exegese. In het kielzog van haar succesvolle autobiografie Mijn vrijheid (augustus) zijn onlangs twee bijdragen van anderen verschenen: De orkaan Ayaan van journalisten Sara Berkeljon en Hans Wansink (die eerder een prikkelende studie schreef over Pim Fortuyn), een kroniek van haar politieke loopbaan, en Wij zijn Nederland, een verhelderende sociologische studie over de opvattingen van Nederlandse moslima’s over het fenomeen.

Het boek van Berkeljon en Wansink, dat was bedoeld (overigens mede op idee van Hirsi Ali zelf) als poging haar ‘effect’ op de Nederlandse politiek te peilen, maakt die belofte helaas niet waar. De crisis rond haar paspoort, die leidde tot haar vroegtijdige vertrek naar Amerika, kwam ertussen. Het boek vertoont de sporen van het opgevoerde tempo waarmee het moest worden afgerond om die gebeurtenissen bij te benen. Als gevolg daarvan is De orkaan Ayaan, zoals de ondertitel meldt, een chronologisch ‘verslag’ gebleven van de loopbaan van de politica, en vooral de turbulente laatste maanden daarvan. De reconstructie van de recentste burleske affaire rond haar nationaliteit is nuttig, maar een duiding van het mediamirakel ‘Ayaan’ ontbreekt. Evenmin krijgen we de onthullende kijkjes in de keuken of achter de schermen die de biografieën van publieke figuren zo vaak de moeite waard maken.

Dat laatste is jammer, want juist bij Hirsi Ali, die zich omringde met politieke, journalistieke en intellectuele ‘prominenten’, is het verhaal achter de schermen ten minste zo interessant als het ‘geautoriseerde’ verhaal. In haar autobiografie is Hirsi Ali zwijgzaam over haar professionele en persoonlijke banden met vooraanstaande politici, journalisten en intellectuelen, die haar met raad en daad bijstonden en op hun beurt ook allemaal iets bij haar succes te winnen hadden. De voormalige asielzoekster Ayaan was de gedroomde verdedigster van onze verlichte cultuur tegen het islamitische gevaar (onze ‘zwarte Voltaire’, zoals ze door bewonderaars werd genoemd); in haar plotselinge roem kwamen vele motieven samen: bewondering voor haar moed en verzet tegen politieke correctheid, maar ook gevoeligheid voor haar sociale talenten, haar glamour en op gezette tijden behaagzieke, kokette meisjesgedrag.

Het succes van die formule – een mooie, welbespraakte moslima die zich bekeert tot de waarden van het Westen – gold alleen vooral de politieke en intellectuele elite die haar toch al op handen droeg. Bij het grote publiek was de ‘diva’ nooit zo populair als de overstelpende media-aandacht na haar eerste doodsbedreiging in 2002 deed vermoeden. Dat kwam op een bittere manier aan de oppervlakte tijdens haar finale aanvaring met Verdonk, toen veel Nederlanders bleken te vinden dat ze maar zo snel mogelijk moest ophoepelen en dat haar bewaking inmiddels ook wel erg duur begon te worden. Sommige commentatoren zagen in het ressentiment tegen de zwarte ster behalve vaderlandse maaiveldreflexen ook een eruptie van xenofobie, die zij zelf in de hand had gewerkt met haar aanklachten tegen de achterlijkheid van moslims en haar nuchtere vaststelling dat asielzoekers, met name Somaliërs, de boel meestal behoorlijk belazeren.

En welk effect had het optreden van Hirsi Ali op haar aanvankelijke doelgroep, de Nederlandse moslima’s, die ze wilde bevrijden van het patriarchale juk van de islam? De Amsterdamse cultuursociologe Yolanda van Tilborgh heeft daar met Wij zijn Nederland. Moslima’s over Ayaan Hirsi Ali een boek over geschreven dat kan worden gerekend tot het beste dat de Ayaan-exegese tot nu toe heeft opgeleverd. In haar zeer leesbare studie onderzoekt Van Tilborgh eerst uitgebreid de berichtgeving over Hirsi Ali, daarna bespreekt ze de meningen van enkele tientallen moslima’s over Hirsi Ali, en gaat ze in op de strategieën die deze vrouwen, van uiteenlopende achtergrond en opleiding, kiezen om zich teweer te stellen tegen Hirsi Ali’s kritiek op hen en hun geloof.

Vrijwel alle moslima’s die Van Tilborgh te spreken kreeg, via moskeeën en andere kanalen, zijn uitgesproken negatief over Hirsi Ali en haar ‘domme’ opvattingen over de islam. Kern van de zaak: veel problemen die zij signaleert over de positie van de vrouw worden wel door hen herkend, maar eerder geweten aan de traditionele ‘cultuur’ van hun mannen en aan een verkeerde interpretatie van de islam dan aan het geloof zelf. Die tweeslachtigheid kwam ook al naar voren in een gesprek tussen Hirsi Ali en weggelopen moslima’s in een opvanghuis: ook zij zagen het geloof eerder als laatste houvast dan als de oorzaak van hun ellende.

Met haar gesprekken weet Van Tilborgh subtiel de ambivalenties bloot te leggen in de houding en ambities van deze vrouwen, die modern willen zijn en georiënteerd op een toekomst in deze samenleving, maar zonder hun geloof te verliezen of hun cultuur af te zweren. De onafhankelijke Ayaan, die zo goed de autochtone media wist te bespelen, is voor hen tegelijkertijd een schrikbeeld én een voorbeeld.

De strategieën die deze vrouwen gebruiken om de grote ‘symbolische macht’ van Ayaan te ondermijnen, en om hun weg te vinden in een samenleving die in een paar jaar tijd snel negatiever is geworden over moslims, lopen uiteen van het zoeken naar overeenkomsten tot een nieuwe bezinning op het geloof. Indirect heeft Hirsi Ali zodoende wel degelijk effect gesorteerd, concludeert de sociologe. ‘De moslima’s zijn het publiekelijk volslagen oneens met Ayaan Hirsi Ali, maar de meesten willen af van het juk van de mannen, hogerop komen in de samenleving of hun stem laten horen in de media’. Moslima’s doen dat ook in toenemende mate pragmatisch en assertief, meent Van Tilborgh, ook al onderschatten ze het aantal medestanders op wie ze kunnen rekenen in de media.

Ook het eerste deel van Wij zijn Nederland is leerzaam. Uit Van Tilborghs onderzoek naar de media blijkt dat Hirsi Ali van meet af aan de meningen sterk verdeelde, maar dat haar medestanders beter georganiseerd waren dan haar opponenten en konden rekenen op steun van een groot deel van het establishment. Van Tilborgh: ‘Het is aannemelijk dat haar critici zijn gekrenkt in hun zelfvertrouwen door het dominante zelfbewustzijn van de nieuwe politieke en maatschappelijke elite’ die Ayaan steunde. De opponenten van Ayaan ontbeerden ‘een voorhoede’, en een persoon die hen vertegenwoordigde. Wie weet een taak voor zelfbewuste moslima’s, die zo dan toch nog in haar voetspoor zouden treden.

Op www.aei.org is de website te vinden van de conservatieve denktank waarvan Ayaan Hirsi Ali tegenwoordig deel uitmaakt.

Sara Berkeljon en Hans Wansink: De orkaan Ayaan. Verslag van een politieke carrière. Augustus, 174 blz. €16,90.

Yolanda van Tilborgh: Wij zijn Nederland. Moslima’s over Ayaan Hirsi Ali. Met een voorwoord van Abram de Swaan. Van Gennep, 271 blz. €19,50.