Donateur wil wel, maar nabestaanden niet

De beschikbaarheid van organen neemt af, terwijl het aantal wachtenden op een transplantatie eerder groeit dan daalt. Zij zijn niet gebaat bij een veiliger verkeer en de verbeterde behandeling van hersenbloedingen.

Den Haag, 9 jan. - De daling van het aantal orgaandonaties die de Nederlandse Transplantatiestichting constateert, is geen goed nieuws voor demissionair minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD). Maar de bewindsman gelooft nog niet dat zijn beleid faalt.

Jarenlang is er discussie gevoerd over de vraag hoe de beschikbaarheid van het aantal donororganen omhoog zou kunnen, omdat er altijd sprake is van een tekort. Tot acht jaar geleden konden Nederlanders kiezen voor een donorcodicil. Als iemand dat codicil op zak had, mochten artsen met de organen van de overledene aan de slag. De politiek vond dat daarmee het aantal donoren te laag bleef en wilde een wettelijke regeling. In 1998 trad de wet op de orgaandonatie in werking. Uitgangspunt daarvan is dat mensen zelf beslissen of zij hun organen na hun dood af willen staan. Volgens dit zogeheten instemmingssysteem moeten mensen zelf actie ondernemen om hun wens vast te legen bij het donorregister. Na verhitte discussies wees een meerderheid van de Tweede Kamer een alternatief systeem af. België bijvoorbeeld, maar ook Spanje en Oostenrijk, kennen het bezwaarsysteem. Dat houdt in dat burgers van die landen bezwaar moeten maken als zij géén donor willen zijn. Tegen dat dwingende systeem bestond in Nederland te veel verzet. Minister Hoogervorst wilde dat ook niet. Nadat de Tweede Kamer hem daarin was bijgevallen, beloofde hij zijn best te doen om het aantal geregistreerde donaties te verhogen.

Jaarlijks zou het aantal donaties met tien procent moeten stijgen. Uit de meest recente cijfers blijkt nu dat de minister nog niet op de goede weg zit. Waar ligt dat precies aan?

Mensen kunnen zich op verschillende manieren als donor registereren. Iemand kan zich bij het donorregister melden als weigeraar, maar iemand kan de beslissing ook overlaten aan zijn nabestaanden of aan een specifiek persoon, een vriend bijvoorbeeld.

Sinds de invoering van de wet op de orgaandonatie staan er vijf miljoen mensen ingeschreven in het het donorregister. Volgens het het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) wil dat zeggen dat 7,5 miljoen mensen niet geregistreerd staan. Het NIGZ is een onafhankelijke (maar door de overheid gefinancierde) stichting die de donorvoorlichting op zich heeft genomen.

De vraag waarom steeds minder wachtenden snel aan een orgaan geholpen kunnen worden, heeft volgens het NIGZ niet alleen te maken met het instemmingssysteem waar Nederland voor heeft gekozen. Het aantal potentiële donoren is bij die vraag ook van groot belang. De kans dat iemand een donor wordt is immers bijzonder klein. Mensen moeten eigenlijk altijd op de intensive care sterven omdat hun organen tot het laatste moment doorbloed horen te zijn. Het aantal mensen dat op de ic dood gaat, wordt echter met de jaren kleiner. Dit komt door de afname van het aantal verkeersslachtoffers. Ook sterven er minder mensen aan een hersenbloeding vanwege betere behandelmethoden. Dit is goed nieuws voor de weggebruikers en hartpatiënten, maar slecht nieuws voor bijvoorbeeld nierpatiënten die op een nier van een donor wachten.

Volgens Bert Elbertse, projectleider donorvoorlichting van het NIGZ, zegt deze afname van het aantal potentiële donoren niets over de effectiviteit van het overheidsbeleid, zoals Hoogervorst zelf ook stelt. Elbertse vindt dat er veel zinvolle initiatieven zijn genomen om het aantal orgaandonoren te verhogen. Artsen hebben door allerlei projecten hun schroom overwonnen nabestaanden met de pijnlijke donorvraag te confronteren. Zelf heeft Hoogervorst alle burgemeesters benaderd om donorformulieren te verstrekken bij de uitgifte van een reisdocumenten.

Bernadette Haase, directeur van de Nederlandse Transplantatiestichting, vindt dan ook niet dat het beleid van de minister faalt. Waar het nu nog mis gaat, zegt zij, is bij de nabestaanden. Die weigeren nog in meerderheid als de arts ze na het overlijden van hun dierbare vraagt om toestemming voor orgaandonatie. Elbertse beaamt dat: „Dáár moeten we ons nu op richten. Met een betere benadering van de nabestaanden is nog winst te behalen”, zegt hij. Haase wil daarbovenop ook nog een dwingender systeem. „De vraag naar organen zal alleen maar toenemen dus we zullen tekorten houden. Dan is dat de enige oplossing.” Zij vestigt haar hoop op het nieuwe kabinet.

    • Antoinette Reerink