De ster van Turkish Design

Turkije richt zich meer op zichzelf, zowel politiek als ook cultureel. Een gesprek met binnenhuisarchitecte Zeynep Fadillioglu die afstand neemt van de Westerse traditie in Turkije.

Interieur van de Turkse binnenhuisarchitecte Zeynep Fadillioglu

Even zucht ze diep. En dan brandt Zeynep Fadillioglu los in een tirade tegen de gedwongen Europeanisering van Turkije. „De generatie van mijn moeder dacht dat je thee moest drinken uit kopjes, net zoals de Europeanen dat doen”, zegt de binnenhuisarchitecte. „Maar ik haatte dat en met mij de meeste Turken. Wij willen thee drinken uit glazen, niet uit kopjes.”

Het zijn iconoclastische woorden in een land als Turkije, dat van oudsher dacht dat het heil uit het Westen kwam. Maar Fadillioglu is dan ook een onorthodoxe ontwerpster: in haar werk probeert ze een eenheid te vinden tussen alle tradities in Turkije, naast de modernistisch-Europese, zeker ook de Ottomaanse. „In Groot-Brittannië word ik wel de ontwerpster genoemd van ‘Oost ontmoet West’, maar ik zie het zelf anders. Ik ben opgegroeid in Yeniköy, een wijk in Istanbul waar destijds eenderde van de bevolking nog Armeens en Grieks-orthodox van oorsprong was.” Ottomaans is haar werk niet. „Mijn ontwerpen weerspiegelen het kosmopolitisme en pluralisme dat altijd in Istanbul aanwezig was. Ik zie mijzelf als een designer uit Istanbul.”

Maar Fadillioglu is zeker ook een Turkse designer. Kijk bijvoorbeeld hoe ze licht gebruikt. Turkse ontwerpers volgden van oudsher de Europees-modernistische traditie: fel licht dat werd voortgebracht door minimalistische buizen. Fadillioglu heeft het licht ‘verturkst’: het is zachter en wordt vaak nog getemperd door een soort glazen muur met beschildering die ze naast de lichtbron opstelt. De voet van de lamp is bij haar ook veel gedecoreerder dan bij andere Turkse ontwerpers en staat op dat punt zeker in de Ottomaanse traditie.

Het Britse tijdschrift House and Garden gaf Fadillioglu een onderscheiding en ook in Turkije trekt zij de aandacht. Ze is betrokken bij de inrichting van een nieuwe moskee aan de Aziatische kant van Istanbul en ze ontwierp het interieur van het restaurant van de dure Turkse zaak Beymen in het Akmerkez-winkelcentrum.

Wat maakt dat Turkije rijp is voor een ontwerpster als Fadillioglu? Zeker heeft het te maken met politieke factoren: het land voelt zich gediscrimineerd door Europa. Wat we ook doen, zeggen veel Turken, we mogen toch niet bij de Europese Unie. Het resultaat is dat Turken zich meer op zichzelf en de eigen traditie gaan richten, niet alleen in de politiek maar ook in de cultuur. Er is ook sprake van een generatiekwestie. „Ik heb erg veel vertrouwen in jonge mensen”, zegt Fadillioglu. „De generatie van mijn ouders was steeds zo bezig met modernisering en hoe dat moest, maar de jeugd van nu is veel meer ontspannen over haar identiteit.” En ten slotte gaat het simpelweg om opdrachten. „In Europa wordt design gedragen door de middenklasse maar hier in Turkije was het van oudsher de elite die dat deed.” Dat verandert nu Turkije rijker wordt en de middenklasse, die dichter bij de Turks-Ottomaanse wortels staat dan de elite, zich ook gaat interesseren voor design.

De grotere aandacht voor de eigen ‘Turksheid’ blijkt niet alleen uit de toenemende populariteit van Fadillioglu. Zo is de ontwerpster laaiend enthousiast over het succes van Simit Sarayi – in deze zaken worden simits, de traditionele Turkse broodjes, opgetuigd met bijvoorbeeld een plakje kaas er tussen. De thee wordt in glazen geserveerd maar de muziek daarentegen is soms Amerikaanse pop – het is kortom, het perfecte voorbeeld van de fusie tussen tradities die Fadillioglu voor ogen staat. Simit Sarayi loopt als een trein – in de grotere zaak bij het Taksimplein is het altijd razend druk.

En dan is er natuurlijk Cola Turka, dat in zijn reclamecampagnes een culturele dimensie aanbrengt door steeds de term ‘wij met zijn allen’ te gebruiken – duidelijke kritiek op het westerse individualisme dat, zo vinden veel Turken, de mensen in Europa in laatste instantie ongelukkig maakt.

Zo is de tijd rijp voor Fadillioglu’s oproep om wat ontspanner om te gaan met de eigen wortels. De krant Hürriyet vroeg haar onlangs een lijstje te maken van lelijke gebouwen in Istanbul. Aan modernistische kandidaten geen gebrek. „Ik vind het Ritz Carlton hotel bij Taksim afzichtelijk. Zo’n modernistisch gebouw past niet bij de skyline. Ik zeg dat nooit tegen Turkse journalisten maar in de huidige Turkse cultuur is er een dimensie van triestheid.” Als het aan haar ligt, zal die triestheid snel minder worden – Turkije moet zich bewust worden van zijn eigen culturele wortels en rijkdom.

    • Bernard Bouwman