‘De natuur ligt één maand voor op schema’

Januari is warm begonnen. De temperaturen houden vleermuis en egel uit hun winterslaap. Boerengras blijft groeien. Metselaars missen hun vorstverlet.

Bloesem in de Rotterdamse wijk Blijdorp. De temperatuur haalt vandaag circa 14 graden in De Bilt. Het januarirecord bedraagt 15,1 graden, van 13 januari 1993. Foto Bas Czerwinski 09-01-2007, ROTTERDAM. BLOESEM OP DE STATENSINGEL. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Het is warm in Nederland. Was er de afgelopen maanden al nauwelijks sprake van vorst, vandaag loopt de temperatuur op naar 13 tot 14 graden in De Bilt. De meteorologen van het KNMI spreken van „uitzonderlijk zachte lucht”.

De effecten op de natuur zijn groot, stelt Arnold van Vliet, bioloog bij de Wageningen Universiteit en coördinator van de Natuurkalender, het fenologisch waarnemersnetwerk op internet. „We liggen één maand voor op schema.”

Veel bomen bloeien eerder dan normaal. Op tientallen plaatsen in Nederland bloeit de hazelaar, terwijl de piek van de eerste bloei doorgaans ligt in de eerste twintig dagen van februari. „Een hazelaar die in januari bloeit, komt zelden voor”, zegt Van Vliet. Ook elzen zijn al in bloei gezien.

Andere gesignaleerde plantensoorten zijn speenkruid, dat meestal het begin van de lente aankondigt, maarts viooltje, brem, boterbloem en fluitenkruid. De vraag bij deze laatste twee soorten is of deze planten ‘te vroeg’ bloeien of ‘gewoon’ zijn doorgegaan met bloeien. Het zijn in elk geval uitzonderlijke waarnemingen, die des te opmerkelijker zijn omdat in de eerste helft van de afgelopen maand december ook al 240 wilde planten en nog eens 200 tuinplanten in bloei werden gezien.

Ook houdt de warmte dieren uit hun winterslaap. Van Vliet heeft een dode egel langs de snelweg zien liggen. Vleermuizen vliegen rond en zelfs vlinders als dagpauwoog en gehakkelde aurelia zijn vliegend gesignaleerd. De vlinders zijn vermoedelijk in de ook al warme herfst vorig jaar ontpopt, hebben vervolgens een schuilplaats gezocht en zijn nu gaan fladderen.

Bouwend Nederland is blij met uitblijven van winterweer. „Wij kunnen lekker doorwerken”, zegt een woordvoerder. De bouw heeft weliswaar veel maatregelen getroffen om ook bij koud weer zo lang mogelijk te kunnen doorwerken, zoals ‘warmtekanonnen’ op steigers en veel geprefabriceerde producten die op de bouwplaats alleen maar hoeven te worden gemonteerd. „Maar met echt koud weer kun je nooit asfalt smeren of metselen”. Dat leidt tot een vorstverletregeling waarvan nu geen gebruik hoeft te worden gemaakt.

De bouw heeft doorgaans met gemiddeld achttien vorstdagen te maken. Dit jaar zijn dat er nog nul. Wel is het de laatste jaren meer en langer gaan regen. Ook lastig, aldus Bouwend Nederland.

De boeren zijn verdeeld. Het gras op weilanden groeit langer door, maar de vraag is of de melkveehouders daar blij mee zijn. De meeste koeien staan binnen en hoeven niet meer te grazen – het voer is al gekocht. Voor de kleigronden in Flevoland en Zeeland is het uitblijven van vorst zelfs spijtig, vertelt Mark Heijmans, specialist landbouw en milieu bij LTO Nederland. „Geploegde grond breekt door de vorst in kleine stukken, wat de structuur ten goede komt.”

De in De Bilt gemeten temperatuur haalt vandaag vermoedelijk de topdrie van de hoogst gemeten temperatuur in januari sinds 1901. Op de eerste plaats staat 13 januari 1993 met 15,1 graden, op nummer drie staat 5 januari 1999 met 13,5 graden. De directe oorzaak is dat zuidelijke lucht met grote snelheid wordt aangevoerd. „De lucht krijgt geen kans om af te koelen”, aldus KNMI-woordvoerder Harry Geurts.

Of deze hoge temperatuur een bewijs is voor klimaatverandering valt op basis van één dag niet te zeggen. En zeker niet over het aandeel van de mens daarin, door middel van het veelbesproken broeikaseffect. Er zijn zes critici die onlangs hun „verontrusting” hebben uitgesproken „over de vanzelfsprekendheid waarmede politici en beleidsmakers uitgaan van de juistheid van alarmerende berichten over dreigende antropogene klimaatverandering”.

Penvoerder is Arthur Rörsch, voormalig vice-voorzitter van de raad van bestuur van TNO. „Zo bijzonder is het allemaal niet”, zegt Rörsch over de hoge temperaturen. Hij wijst erop dat er wel meer jaren zijn geweest waarin het in Nederland en in de wereld een periode warmer werd. Het leggen van een relatie met het broeikaseffect is „volkomen flauwekul”, gebaseerd op „verkeerd geïnterpreteerde statistieken”.

Meteoroloog Harry Otten, directeur van Meteo Consult, voorspelt dat het omstreeks 22 januari „een stuk kouder” wordt. „Wie in februari op wintersport gaat, hoeft zich geen zorgen te maken”. Het KNMI zegt deze voorspelling „niet te durven bevestigen”.

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij het artikel De natuur ligt één maand voor op schema (9 januari, pagina 3) staat een foto van een bloeiende Prunus subhirtella autumnalis. Deze boom bloeit – zonder vorst – altijd in dit jaargetijde.

    • Arjen Schreuder