De natuur als fijn gesponnen web

Onttovering of verwondering? In zijn studie Het Boeck der Natuere (Primavera Pers € 34,50) beschrijft Eric Jorink hoe niet alleen bèta-wetenschappers, maar ook humanisten en dichters omgingen met God en wetenschap, schrijft Floris Cohen.

‘Vóór 1600 waren er wel nuchtere geleerden die weinig zagen in wat wij vandaag de dag beschouwen als fabels of als geheel uit de lucht gegrepen vormen van betekenisgeving. En ook na 1700 bleef er ruimte voor wat wij nu zonder aarzeling als bijgeloof afdoen. Toch is in de loop van de 17de eeuw de zienswijze onmiskenbaar veranderd. Het is gangbaar deze forse verschuiving op het conto te schrijven van de toenmalige opkomst van de moderne natuurwetenschap. In zijn uitermate leesbare Het Boeck der Natuere, wijst Eric Jorink op een heel andere, verrassende samenhang. Het waren niet alleen voorlopers van de huidige bèta’s die zich met de natuur bezighielden: ‘Er blijkt hier te lande een bloeiende cultuur bestaan te hebben van botaniserende humanisten, sterrenkundig geschoolde predikanten, tuinierende dichters en verzamelende regenten.’ Deze geleerden legden de natuur niet op de snijtafel, maar bezagen haar als een fijn gesponnen web van verborgen betekenissen en als bron van verwondering’.