China pakt zijn eigen ‘Al-Qaeda’ keihard aan

Uit het verre westen van China komen opnieuw berichten over geweld. Daar is een trainingskamp van separatisten opgerold die volgens Peking banden hebben met Al-Qaeda.

Xinjiang, de overwegend door moslims bewoonde regio in het verre noordwesten van China, is weer in het nieuws. En als Xinjiang in het nieuws is, duidt dat zelden op iets goeds. Deze keer betreft het slechte nieuws de dood van achttien rebellen – ‘separatistische terroristen’ in de terminologie van de autoriteiten. Vrijdag werden ze gedood bij een aanval van troepen van de binnenlandse veiligheidsdienst, ergens in het grensgebied met Pakistan, Afghanistan, Tadzjikistan en Kirgizië. Ook een politieofficier sneuvelde, zeventien verdachten werden gearresteerd, zo werd gisteren bekend.

Het is niet de eerste keer dat er doden vallen in Xinjiang. De afgelopen jaren zijn vaker berichten over ernstige onlusten tot de buitenwereld doorgedrongen.

Het opgerolde trainingskamp behoorde tot de Islamitische Beweging van Oost-Turkestan, aldus China. Peking beschouwt leden van die organisatie en andere vermeende islamitische strijders voor een onafhankelijk ‘Oost-Turkestan’ als China’s eigen Al-Qaeda. Dergelijke terroristen, die in het verre, onherbergzame gebied knagen aan China’s territoriale onaantastbaarheid, kunnen niet hard genoeg worden bestreden, luidt de daaruit voortvloeiende opstelling.

Mensenrechtenorganisaties schetsen een ander beeld. De bijna tien miljoen Oeigoeren vormen de grootste bevolkingsgroep in Xinjiang. Zij en de andere minderheidsgroepen zoals Kazachen, Tadzjieken en Kirgiezen delen hun islamitisch geloof en hun verwantschap met de etnisch-Turkse volkeren in Centraal-Azië. Wat ze ook delen, is het gevoel achtergesteld te worden en hun vrees voor verlies van hun culturele identiteit door de jarenlange, geregisseerde verhuizing van grote aantallen Han-Chinezen naar hun regio.

De verhoudingen in Xinjiang zijn er niet beter op geworden na de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Peking gebruikt de strijd tegen het internationale terrorisme als voorwendsel voor nog harder optreden. Zelfs Washington werd er door in verlegenheid gebracht. De VS weigerden vorig jaar vijf Oeigoerse terreurverdachten die onschuldig vastzaten in Guantánamo Bay, over te dragen aan China omdat zij daar alsnog de doodstraf riskeerden. Maar de VS wilden de Oeigoeren ook niet in eigen land opnemen. Ze kwamen terecht in Albanië.

Een jaar eerder verleende Washington wel politiek asiel aan de Oeigoerse voorvechtster Rebiya Kadeer, ‘de Moeder van de Oeigoeren’. Die eretitel kreeg ze niet omdat ze elf kinderen baarde, maar omdat ze zich inzet voor emancipatie van de Oeigoeren, democratie en mensenrechten. Ze bouwde haar eigen zakenimperium op en als gedroomd rolmodel werd ze tot op het hoogste niveau ontvangen bij de communistische partijbonzen in Peking.

Maar in 1999 viel de schatrijke zakenvrouw in ongenade. Op weg naar een afspraak met leden van een onderzoekscommissie van het Amerikaanse Congres werd ze opgepakt. In 2002 werd ze tot acht jaar cel veroordeeld wegens het verspreiden van staatsgeheimen. In maart 2005 werd ze vrijgelaten op medische gronden en mocht ze zich bij haar man in de VS voegen.

Maar de Chinese autoriteiten zijn haar niet vergeten. Juist dit weekeinde werd een nieuwe aanval gedaan op de ‘Moeder van de Oeigoeren’, die deze titel niet verdient, „omdat ze zelfs haar eigen kinderen niet kon opvoeden”, aldus een hoge partijfunctionaris in Urumchi, de hoofdstad van Xinjiang. Haar ‘Moeder van de Oeigoeren’ noemen is volgens hem „buitengewoon belachelijk” en een „belediging voor de natie”.

Waarom deze aanval? Omdat Rebiya Kadeer ook in de VS haar mond niet houdt. En omdat ze afgelopen oktober werd genoemd als een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede.

Maar de autoriteiten in Urumchi geven nog een andere reden. Afgelopen november hielden Oeigoeren in ballingschap hun congres in München. Daar heeft Rebiya Kadeer samengezworen met andere ‘terroristische elementen’ om de herdenking te saboteren van de oprichting van de ‘Autonome Regio Oeigoers Xinjiang’ – zoals de regio in de jaren vijftig werd omgedoopt door Peking. Ook die beschuldiging duidt erop dat er voorlopig nog weinig vrolijks is te melden uit het gebied.

    • Wim Brummelman