Bevolkingsevenwicht

Demografie is geen exacte wetenschap, zeker niet als prognoses ver in de toekomst reiken. Dat geldt voor de recente demografische voorspelling van het CBS voor het jaar 2050. Drieënveertig jaar is een lange periode. Daarna zou, volgens het CBS, Nederland 16,8 inwoners tellen. De bevolkingsgroei voor die tijd zou alleen te danken zijn aan de allochtonen.

Met die verfijnde, wetenschappelijk verantwoorde prognose wordt alleen de huidige trend weergegeven.. Maar ook wetenschappers zijn geen zieners. Als de prognoses van het CBS uit de jaren zestig waren uitgekomen, zou Nederland nu meer dan 20 miljoen hoofdzakelijk autochtone inwoners tellen. Geen model had in de jaren veertig van de vorige eeuw kunnen voorspellen dat de Nederlandse bevolking na de oorlog anderhalf keer zo groot zou worden als de Belgische. Voor de oorlog waren beide landen bijna even groot.

Er zijn talloze ontwikkelingen die niet kunnen worden verwerkt in modellen van het CBS, hoe nauwkeurig die ook zijn. Een zware, dodelijke griepepidemie, oorlog, economische depressie, een verschuiving van de migratiestroom naar andere delen van de wereld, de effecten van klimaatverandering, overstromingen, een opleving van grote gezinnen en medische vindingen kunnen de huidige trend doorbreken. Hoe langer deze periode is, des te groter de kans dat dergelijke veranderingen zich zullen voordoen. Jammer genoeg is er geen model om historische breuklijnen te voorspellen. Dat stemt bescheiden. Van alle trends die de CBS doortrekt, is die van de vergrijzing wel de meest langdurige, maar dankzij de immigratie gaat het langzamer omdat immigranten tot in latere generaties meer kinderen krijgen. Door de strengere immigratieregels en vergrijzing, die zich ook onder allochtonen voordoet, valt de groeiprognose van het CBS al lager uit dan twee jaar geleden. Volgens de voorspelling zou het aantal allochtonen in Nederland tot 2050 groeien van 19 tot 29 procent van de bevolking.

De term allochtoon zegt weinig. Daaronder vallen zowel geïntegreerde kinderen van met autochtonen getrouwde allochtonen als immigranten die maar net hun Nederlandse paspoort hebben verkregen. Er vallen Belgen onder en Somaliërs – groepen die heel weinig, of juist heel veel moeite moeten doen om te integreren.

Ook tussen verschillende groepen niet-westerse allochtonen bestaan grote verschillen. Daarbij valt op dat de immigratiestroom naar Nederland verschuift van onder anderen Marokkanen en Turken naar andere categorieën. Er komen, behalve Antillianen, onder meer Chinezen, Irakezen, Afghanen en Iraniërs binnen, groepen met een hoger scholingsniveau in de eerste en tweede generatie.

Dit laatste is een goede ontwikkeling. Goed geschoolde immigranten kunnen sneller integreren en dragen eerder bij aan de samenleving. Het betekent ook dat Nederland meer goed opgeleide moslims krijgt die zekerder zijn van zichzelf en kritischer staan tegenover starre indoctrinatie. Zij lijken meer op gematigde moslims in de Verenigde Staten, die gemiddeld meer verdienen dan de rest van de bevolking. Evenwichtige immigratie is altijd goed. In die zin is de prognose van het CBS gunstig. Met alle wetenschappelijke voorbehoud uiteraard.