Religie draait om vergiffenis

Polen voert een moeizaam debat over de communistische geheime dienst.

Aartsbisschop Wielgus is een onverwachte zondebok, die het land verdeelt.

Aanhangers van aartsbisschop Wielgus roepen in de kathedraal ‘Blijf bij ons’ nadat hij zijn aftreden bekend heeft gemaakt. Foto AP Woman cry and shout 'no!' after Archbishop Stanislaw Wielgus announced he was stepping down two days after taking up the post of Warsaw's archbishop in St. John's Cathedral, Warsaw, Poland, Sunday, Jan. 7, 2007. Wielgus, the newly-appointed archbishop of Warsaw, resigned after admitting he had spied for Poland's communist-era secret services, the Vatican's mission in Poland said.( AP Photo/Czarek Sokolowski) Associated Press

Stanislaw Wielgus, de aartsbisschop van Warschau, kan amper zijn zin afmaken. In de kathedraal is wild gejoel losgebarsten. Oude dametjes stampen en schreeuwen, en maken zich los uit de kerkbankjes om hun steun aan de prelaat te betuigen. „Blijf bij ons”, roepen ze in de maat, druk zwaaiend met het Poolse roodwit. „Wij willen Wielgus!”

Wielgus heeft zojuist met trillende stem aangekondigd dat hij na twee dagen zijn functie als aartsbisschop weer neerlegt, op verzoek van paus Benedictus XVI. Aanleiding is een affaire die hem maar blijft achtervolgen en die de Poolse kerk in zijn grootste crisis ooit heeft gestort. „Schaam je”, schreeuwen anderen in de kerk, die vinden dat Wielgus al eerder had moeten terugtreden. Ook zij zwaaien met vlaggen.

De 67-jarige Stanislaw Wielgus, schrijven de Poolse kranten al weken, heeft vroeger gespioneerd voor de communistische geheime dienst. Afgelopen vrijdag, op de dag dat hij als aartsbisschop werd ingezworen, gaf de kerk toe dat het verhaal klopt. En vandaag, tijdens de zondagsmis en zijn debuut als aartsbisschop, laat Wielgus weten dat hij toch niet verder kan.

De controverse heeft grote opschudding veroorzaakt onder de ruim 38 miljoen Polen, van wie bijna 90 procent zich katholiek noemt. De katholieke kerk is in Polen een volkskerk. In de kerk delen de gelovigen niet alleen het geloof met elkaar, maar ook het patriottisme. Onder het Sovjet-juk deelden de Poolse katholieken er hun afkeer van het regime. Kerken dienden ook als uitvalsbasis en toevluchtsoord voor de oppositie. Soms waren priesters dissidenten.

De vorige paus, de Poolse Johannes Paulus II, speelde zelfs een belangrijke rol in het anti-communistische verzet. In 1979, een jaar na zijn wijding, bezocht hij voor het eerst zijn geboorteland – en het bezoek werkte als katalysator voor een nationale omwenteling.

De Poolse vakbond, Solidariteit, sympathiseerde tijdens zijn staking in 1980 openlijk met de paus en de kerk. De beweging dwong enige concessies af, maar het zou nog tot 1989 duren voordat het communistische regime echt viel.

Anders dan in buurland DDR (nu Duitsland) komt in Polen het debat over de geheime dienst maar moeilijk op gang. Politici gebruiken het verleden als wapen en hinderen het werk van historici.

Buiten de kathedraal in Warschau staan op deze zondag Jerzy en Andrzej: twee tiptop geklede mannen en beiden trouwe kerkgangers. De hele affaire rondom Wielgus heeft hun oude vriendschap danig op de proef gesteld. Net als duizenden andere Polen praten ze al wekenlang over weinig anders meer.

„Wielgus had nooit moeten vertrekken”, zegt Jerzy. „Bij religie draait het om vergiffenis. Kijk naar de apostel Paulus: die speelde een wezenlijke rol voor de kerk, hoewel hij eerder had ingestemd met de steniging van de prediker Stefanus.”

„Ik geloof ook in vergiffenis”, zegt Andrzej. „Maar we hebben het hier over een van de hoogste functies binnen de kerk. Voor zo’n baan heb je morele autoriteit nodig. En een brandschoon verleden.”

De inzegening van Wielgus, afgelopen vrijdag, wekte alom verbazing. Want enkele uren eerder concludeerde een kerkcommissie dat de prelaat „bewust en in het geheim” heeft gewerkt als informant. Dat Wielgus toch aantrad, bewijst volgens Poolse krantencommentaren dat ‘kerkmechanismen’ te traag zijn en moeilijk te stuiten. Maar het vervolg op zondag laat ook zien dat de Poolse kerk en het Vaticaan hun eigen overtuigingskracht hebben overschat. „Arrogantie”, zeggen critici.

In de kathedraal, in de oude binnenstad van Warschau, zit ook Lech Kaczynski, de president van Polen. Deze conservatief won in 2005 de verkiezingen met het betoog dat er na de val van het communisme, in 1989, te veel vergiffenis is getoond voor de aanhangers van het regime. Zo veel zelfs, dat de oud-communisten achter de schermen veel van hun politieke en economische macht hebben weten te behouden. Hij beloofde hieraan een einde te maken. Hij beloofde een zondebok.

Maar de morele revolutie van Kaczynski kreeg de afgelopen weken een merkwaardige wending. Want tot nu toe is het grootste slachtoffer van de politieke heksenjacht geen oud-communist, maar een aartsbisschop. En Wielgus is niet de zondebok die de president in gedachten had. Zaterdag verdedigde de president de bisschop nog, maar vandaag klapt hij en-thousiast als Wielgus zijn ontslag bekendmaakt. Hij is zichtbaar opgelucht. Het probleem lijkt zichzelf op te lossen.

Nieuwe zondebokken zijn snel gevonden. Buiten worden journalisten belaagd door een klein groepje fanatieke aanhangers van Wielgus. De meute uit zijn frustratie met een spervuur aan verwijten. Nog net niet met vuistslagen. Er wordt getrokken en geduwd. Een cameraploeg van de publieke tv-zender TVP moet onder politiebescherming verder werken. „De media hebben Wielgus vermoord”, zegt een omaatje, dat met enkele vriendinnen Poolse en Vaticaanse vlaggen omhooghoudt.

De omaatjes zijn woest. Voor hen is de kerk altijd een baken geweest, tijdens de oorlog, onder het communisme en nu ook weer, met de komst van de consumptiemaatschappij. Zij behoren tot de mensen die niet hebben geprofiteerd van de economische transformatie van Polen. Het enige wat ze nog hebben is de kerk. „Het is hier al zeventig jaar ellende”, zegt een van hen. „Dit mogen ze ons niet afnemen.”

Binnen is Wielgus weer gaan zitten, een gebroken man met een lege blik in zijn ogen. Er wordt een verklaring van paus Benedictus XVI voorgelezen. De paus stelt het aartsbisdom voorlopig weer onder de verantwoordelijkheid van de oude Józef Glemp (76), de legendarische kardinaal die onder het communisme een belangrijke verzetsrol heeft gespeeld. Even zitten voor- en tegenstanders van Wielgus weer op één lijn, want voor Glemp klapt iedereen.

Glemp vervolgt de kerkdienst. Hij zoekt naar woorden die een verscheurde en verwarde natie kunnen helen. Onder het communisme kon de kerk zich nog afzetten tegen een vijand met een duidelijk gezicht. Nu blijkt dat de vijand ook het gezicht van een aartsbisschop kan hebben. Glemp waarschuwt voor een te hard oordeel over Wielgus want, zegt hij, veel Polen moesten onder het communisme compromissen sluiten.

„De geheime dienst was een enorme organisatie die alle lagen van de samenleving binnendrong, vooral de geestelijkheid, destijds de meest onafhankelijke en patriottische groep”, zegt Glemp. „Vandaag is een oordeel geveld over bisschop Wielgus. Maar wat voor oordeel is dit, gebaseerd op documenten en stukjes papier die soms drie keer gefotokopieerd zijn? Zulke oordelen willen wij niet.”