Ophangen en wegkijken

Ik was negen toen de voormalige premier van Pakistan Zulfikar Ali Bhutto werd opgehangen. Hij werd schuldig bevonden aan de samenzwering tot het plegen van een moord op een politieke opponent. Ondanks internationale pleidooien destijds voor clementie kreeg Bhutto toch de strop. Destijds, dat was 1979. Pakistan werd, zoals nu, geregeerd door een militair bewind.

Ik woonde tijdens die ophanging in Engeland, mijn geboorteland. Ik herinner me gesprekken die mijn ouders en hun Pakistaanse kennissen toen hadden. Niemand uitte zich tegen de doodstraf, meen ik nog te weten. Er was alleen een algemene verontwaardiging dat de populaire en eens zo machtige ex-premier Bhutto deze straf had gekregen.

Ik leef nu in een omgeving tussen mensen die tegen de doodstraf zijn. We spreken ons er fel tegen uit, maar het lijkt alsof we die straf niet hoeven uit te bannen voor barbaren à la Saddam. Een besmuikt ‘opgeruimd staat netjes’ voelen de meeste mensen om mij heen. Voor anderen is een totalitaire moordenaar en schurk nu dood. Of is iemand uitgeschakeld die net te veel wist van de intieme samenwerking met Frankrijk en de VS in betere tijden. En gelukkig zien we de volledige beelden van de executie niet in onze huiskamers. Wij kijken naar de televisie, maar de televisie is zo galant voor ons weg te kijken op het moment suprême van Saddams brekende nek.

Gek is dat. Ik merk eigenlijk een verminderd verschil tussen landen die de doodstraf aanvaarden of niet. In 1979 was de straf ‘puik’, maar de persoon de verkeerde. Ditmaal werd de goede persoon gestraft maar op de verkeerde manier.

Jammer dat er mobiele telefoons zijn. Anders was het quick en clean en konden we doorgaan met datgene waar we ons graag op laten voorstaan; het najagen van een beschaafde wereld. Beschaving. Ach, een mooi idee nochtans.

Naema Tahir

Naema Tahir is jurist en auteur van Kostbaar bezit en Een moslima ontsluiert.