Nog zwaarder straffen schrikt niet af

Criminelen met stoornissen en psychische problemen gaan vaak snel weer in de fout. Ze moeten meer hulp krijgen, vindt hoogleraar privaatrecht Barendrecht.

Maurits Barendrecht. Foto NRC Handelsblad, Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Delictplegers met psychiatrische en psychische problemen hebben meer zorg en hulp nodig. Alleen celstraf werkt niet. Dat stelt de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in het advies ‘Straf en zorg: een paar apart’ dat morgen verschijnt. De groep delinquenten komt in no time weer in aanraking met justitie. Maurits Barendrecht, lid van de RMO en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg, zegt dat dit komt doordat justitie en hulpverlening niet goed samenwerken. „Bovendien is er gebrekkige nazorg, ontoereikende hulpverlening en een inefficiënt strafsysteem.”

Dus zware straffen voor psychiatrische delictplegers hebben geen zin?

„Vrijwel niet. Iemand opsluiten moet een afschrikkende werking hebben, maar dat is bij deze groep niet zo. Deze mensen hebben structuur, zorg en persoonlijke aandacht nodig om hun leven te veranderen en andere keuzes te maken. Die hulp krijgen ze niet. De recidivecijfers zijn hoog; 66 procent van de mensen met een psychiatrische stoornis komt binnen vier jaar na vrijlating weer in aanraking met justitie.”

Gevangenissen zijn volgens u niet gericht op behandeling, hoe komt dat?

„Door de roep van de maatschappij om meer te doen aan criminaliteit. Dus strenger en langer straffen en meer gevangenissen. Het huidige strafsysteem sluit daar op aan: rechters kijken naar de delicten en koppelen daar een straf aan. Maar ze hebben weinig tijd en mogelijkheden om te kijken wat nou het beste past bij deze persoon.”

Zou je deze mensen na detentie hulpverlening kunnen bieden?

„Ja, maar dat gebeurt nauwelijks. De nazorg is gebrekkig, mensen worden slecht voorbereid op hun terugkeer in de maatschappij. Zonder onderdak, geld en identiteitskaart staan ze op straat. Het zijn moeilijke mensen met maar weinig contacten, voor je het weet gaat het weer fout. Logisch.”

De RMO heeft het over delictplegers met psychiatrische en psychische problemen. Zijn dat tbs’ers?

„Het zijn de mensen die juist géén tbs krijgen bij hun veroordeling. Het gaat om delictplegers die in principe toerekeningsvatbaar zijn voor het gepleegde misdrijf, maar die tegelijk overduidelijk psychiatrische problemen hebben. De niet-calculerende crimineel, noemen we dat. Daar zitten er ongeveer 7.000 van vast. Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis of met een zware verslavingsproblematiek of met schizofrenie.”

Volgens de RMO maken psychiatrische delictplegers deel uit van twee werelden, die van de zorg en die van justitie. Hoe functioneren die?

„Justitie en zorg opereren langs elkaar heen. Mensen met psychiatrische problemen komen bijvoorbeeld in de zorg terecht terwijl ze daar te veel vrijheid krijgen; dan belanden ze weer in het justitiële circuit terwijl ze eigenlijk in reguliere zorgprogramma’s thuis horen. En volgens hulpverleners sluiten strafopleggingen niet aan bij wat de delictpleger aan kan. Justitie vindt weer dat GGZ-instellingen zijn gestandaardiseerd en dat ze niet goed aansluiten bij de hulpbehoefte van de patiënt.”

Waarom komen deze mensen niet in een psychiatrische instelling?

„Dat heeft te maken met vermaatschappelijking van de zorg. Vroeger werden psychiatrische patiënten opgesloten en behandeld, tegenwoordig krijgen ze eigen verantwoordelijkheid, moeten ze zelfstandig wonen en worden ze ambulant begeleid. Dat werkt niet altijd, patiënten blijken gevaarlijk en worden alsnog opgesloten, alleen niet in een instelling maar in de gevangenis. Veel mensen komen dus pas bij de hulpverlening in beeld als ze de wet overtreden, dan is het eigenlijk te laat. Zelf vinden deze mensen moeilijk de weg in de versnipperde zorgsector. Moet je je voorstellen dat je met schizofrenie het juiste loket moet vinden.”

Wat moet er veranderen?

„We dienen eerst doelen te stellen. Vinden we het belangrijk dat alle criminelen achter tralies zitten of willen we wat aan schuldvergelding, recidivevermindering én preventie doen?”

En dan?

„Dan kun je vervolgens kiezen uit verschillende manieren om straf en zorg beter op elkaar aan te laten sluiten, door bijvoorbeeld meer zorg binnen het strafrechtelijk kader te bieden of uitgebreidere zorg binnen detentie. Je zou het huidige systeem beter kunnen benutten door bijvoorbeeld tijdens strafzittingen gedragsdeskundigen een grotere of belangrijkere rol te laten spelen. We kunnen psychiatrische delictplegers ook voor een speciale commissie laten verschijnen in plaats van voor de politierechter. In die commissie zitten dan mensen die weten wat voor deze mensen goede interventies zijn, wat de juiste maat van vergelding is, hoe je zo iemand moet controleren en behandelen. Een geïntegreerd straf- en zorgsysteem dus. Of je brengt de twee terug tot de oorspronkelijke kerntaken, dan houdt de rechter zich bezig met de straf. Een zorginstantie bepaalt tegelijk de zorginterventies, kijkt naar de behandeling en de controle-insteek.”

Is dat allemaal wel uitvoerbaar?

„Ja, mits de samenleving bereid is na te denken over meer dan alleen kale celstraf. Mensen zijn voor strenger straffen omdat een ontsnapte tbs’er groot in het nieuws is. Al die ex-gedetineerden die wel hun leven oppakken, daar hoor je nooit iets over. We zullen dus beter moeten communiceren naar burgers, politici en media zodat er een representatief beeld ontstaat.”

    • Juliette Vasterman