Nationale titel voor deeltijdcrosser

De 21-jarige Lars Boom werd gisteren nationaal kampioen veldrijden. Pas volgend jaar beslist de deeltijdcrosser of hij als veldrijder of wegrenner zijn geld gaat verdienen.

Erik van der Walle

Woerden, 8 jan. - Al tijdens de koers voelde Richard Groenendaal zich afgeschreven. De speaker deed volgens de achtvoudig nationaal kampioen veldrijden alsof hij niet bestond en had vooral aandacht voor de nieuwe kampioen Lars Boom. En Gerben de Knegt, direct achter Groenendaal als derde geëindigd, voelde het net zo. „Lars reed goed, maar ook niet superieur. Die man deed alsof het helemaal geen wedstrijd was”, aldus de 31-jarige De Knegt die vorig jaar het nationale tricot nog veroverde.

De aflossing van de wacht deed de routiniers pijn. Met de overwinning op het modderige parcours in Woerden bevestigde de pas 21-jarige Boom dat hij de nieuwe ster aan het firmament van het veldrijden is. Groenendaal, inmiddels 35 jaar oud, was overigens niet te beroerd om te bevestigen dat ploeggenoot Boom de beste was. „Maar het was niet zo dat wij niet meededen.”

Na twee van de zes ronden was al wel duidelijk dat Boom gisteren een klasse apart was. Ondanks een slechte start en een lekke band in de eerste ronde had hij Groenendaal en De Knegt snel achterhaald en nam brutaal de leiding. „Later merkte ik wel dat Groenendaal weer dichterbij kwam. Dat zet natuurlijk wel druk. Ik ben ook maar een mens”, zei Boom die dispensatie van de wielerbond nodig had om bij de elite-renners mee te mogen doen.

In paniek raken deed hij niet op het loodzware en technisch moeilijke parcours. Daarvoor is de renner uit het Brabantse Vlijmen eigenlijk ook te geroutineerd. Sinds zijn dertiende werd Boom elk jaar kampioen in zijn leeftijdsklasse. Gisteren kwam daar zijn eerste kampioenschap bij de eliterenners bij. En die trui schept verplichtingen, zo weet Boom. „Ik voel me eerlijk gezegd wel verplicht om deze trui vaker te laten zien.”

Vaker in elk geval dan de slechts zeven maal dat Boom dit seizoen aan wedstrijden deelneemt. Eigenlijk is Boom slechts deeltijdcrosser, want het grootste deel van het seizoen werkt hij aan zijn carrière als wegcoureur. Echte crossers als Groenendaal en De Knegt rijden wel 35 wedstrijden tijdens het winterseizoen. Juist de rust die Boom in de maanden november en december heeft ingelast, speelde volgens Groenendaal gisteren een grote rol in Woerden.

„Natuurlijk is hij dan voor een nationaal kampioenschap frisser. En omdat hij zo jong is, rijdt hij ook beter in de modder”, analyseerde Groenendaal. „Als je snel ronddraait, zit je minder snel vast. Dat kan ik niet meer.”

Boom was de eerste om na afloop toe te geven dat hij meer rust had genomen. En dat die adempauze het klasseverschil gisteren voor een deel verklaarde. Groenendaal kreeg bijna een halve minuut achterstand aan zijn broek, De Knegt bijna anderhalve minuut. „Zij kunnen in de aanloop naar een Nederlands kampioenschap toch ook meer rust nemen”, verweerde Boom zich. En lachend: „Dat doen zij niet omdat hun portemonnee dan te dun wordt.”

De Knegt en Groenendaal verdienen een goede boterham als crosser. Hoe Booms toekomst eruitziet, is nog niet helemaal duidelijk. Als crosser, of als wegrenner. Van één ding is hij wel overtuigd. „In een van de twee sporten wil ik een topper worden. Bij het veldrijden zit ik al tegen de wereldtop aan, maar op de weg moet ik zeker nog vier of vijf jaar investeren om een topper te worden.”

Aan het eind van dit seizoen neemt de jonge Raborenner naar eigen zeggen een beslissing. „Nee, moeilijk heb ik het er niet mee, want eigenlijk verkeer ik natuurlijk in een luxepositie. Maar ik voel wel dat ik de twee sporten niet op het hoogste niveau kan combineren. Wat Adrie van der Poel vroeger deed, is tegenwoordig niet meer mogelijk.”

Bij het maken van de keuze zal hij vooral zijn gevoel volgen, zegt hij. En zijn gevoel gaat toch vooral in de richting van het veldrijden. Maar aan de andere kant trekt ook de charme van de wielrennerij op de weg. Dat is, in tegenstelling tot het veldrijden, een mondiale sport.

Volgens Groenendaal, die zelf op zijn 22ste Nederlands kampioen werd, is de keuze voor Boom niet gemakkelijker geworden. „Voor het veldrijden is het goed dat een nieuwe generatie zich aandient. Maar wellicht was het voor Lars beter geweest als hij niet had gewonnen. Met die trui komt er toch meer druk op zijn schouders om zich als veldrijder te laten zien.’’

    • Erik van der Walle