Microvoetbal: pijn in de billen, brandende voeten

Subbuteo of microvoetbal was dertig jaar terug een rage.

De competitie met de poppetjes (oeps: spelertjes) wordt nog altijd gespeeld door de jochies van toen.

Er vloeit alcohol, er wordt gevloekt. Maar subbuteo-spelers nemen hun ‘sport’ serieus. Foto Merlin Daleman Subbuteo competitie in sportcentrum Poortdijk. IJsselstein, 06-01-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Wie zijn ogen sluit, waant zich bij een voetbalwedstrijd. Dezelfde clichés: „Die kansen moeten er gewoon in, anders valt-ie aan de andere kant.” Hetzelfde jargon: „Ik sloeg toe in de counter.” Dezelfde spelregels: buitenspel, corner en tweeëntwintig spelers op het veld. Het is alleen een stuk kleiner. Want het is Subbuteo. Microvoetbal.

Ruim dertig jaar geleden was het spel een rage. Ieder voetbalminnend jochie wilde zo’n set van tweeëntwintig spelertjes (het zijn geen poppetjes!) hebben om samen met vriendjes hele vrije middagen ‘tikkend’ door te brengen. Ajax-Feyenoord werd overgespeeld op het Subbuteo-veld. Clubs schoten uit de grond. Toernooien waren overvol.

Inmiddels zijn die jongens groot: dertigers, veertigers, vijftigers. En nog altijd staan sommigen van hen eens in de zoveel tijd als Gullivers gebogen over hun groene Lilliput.

Zoals afgelopen zaterdag op een toernooi in IJsselstein. In trainingsbroek, voetbalshirt erboven, sportschoenen eronder. Vloekend, zwetend, juichend en – na de wedstrijd – druk nabeschouwend.

„Ik vond het in het begin wel raar, hoor”, verklapt de blonde vrouw van organisator Henk Landzaat. „Volwassen mannen die tegen een balletje tikken.” Haar man trok zich er niets van aan. „Voor ons is het echt een sport”, vertelt hij. Zijn vrouw heeft zich er maar bij neergelegd.

Want de mannen nemen de ‘sport’ zeer serieus. Weliswaar wordt er stevig gerookt en vloeit er alcohol, maar de voorbereiding op een wedstrijd is minutieus. Elk poppetje (correctie: spelertje) wordt met een doek glad gemaakt en getest op zijn glij-kwaliteiten. Tactieken worden zorgvuldig uitgestippeld door de mannen.

Bij elke wedstrijd ziet een scheidsrechter erop toe dat alles ordelijk verloopt. Vijftien minuten uiterst geconcentreerd spelen, van helft wisselen, en nog eens vijftien minuten concentreren. En dan blijkt Subbuteo plotseling ook fysiek zwaar. Speler Paul Brinker klaagt over „pijn in de billen” en „brandende voeten”.

Het schieten is een kunst op zich. De topspelers weten hun spelertje zo nauwkeurig tegen het balletje te tikken dat ze de baan van het schot nauwkeurig kunnen bepalen. En dat vergt, zo verklaren de mannen, veel gerichte training.

Nederlands topspeler Maikel de Haas: „Ik ben wel tien uur per week met Subbuteo bezig.” Maar de allerbeste schutters schijnen in Italië rond te lopen. „Die schieten eigenlijk perfect.”

In IJsselstein zijn er alleen Nederlandse spelers. Toch reist een aantal van hen „heel Europa door” om het – behalve tegen Italianen – op te nemen tegen Engelsen, Grieken, Portugezen, Belgen en Spanjaarden. Op eigen gelegenheid, dat wel, want professionele Subbuteo-spelers zijn er alleen in Italië.

„In dat land”, vertelt mede-organisator en speler Robbert Thoen, „krijgen jongens geen doosje lego voor hun verjaardag, maar Subbuteo.”

Dat is in Nederland wel anders. Hier is het spel niet meer in de winkels te krijgen en kan het alleen via internet worden besteld.

Maar dat weerhoudt de deelnemers in IJsselstein er niet van om te spelen. Ze hebben stuk voor stuk niet één, maar meerdere teams. Vaak met uiterste precisie door henzelf beschilderd. Het is de andere kant van Subbuteo. De kant van de hobbyist.

Want een Subbuteo-beoefenaar koestert zijn spelertjes. Sommigen hebben zelfs een poetsmiddel om hun ‘mannen’ extra te prepareren. De echte liefhebbers hebben een op maat gemaakte doos waarin hun speelmateriaal wordt opgeborgen, soms met fluweel ingelegd. Anderen gebruiken een eenvoudiger schroevendoos.

Ondanks dit jeugdige enthousiasme van deze veertigers laat de echte jeugd het afweten. De paar kinderen die deelnemen, zijn zonder uitzondering zonen van oudere deelnemers. „Tja”, verzucht Subbuteo-veteraan en wereldkampioen Martijn Bom, „het is nauwelijks meer te krijgen en de jeugd heeft tegenwoordig computers.”

Wedstrijden tussen Ajax en Feyenoord hoeven niet meer te worden nagespeeld op een Subbuteo-veld. Het realisme, dat in de jaren zeventig en tachtig zoveel indruk maakte, is inmiddels ingehaald door de steeds betere graphics van computerspellen Fifa of Pro Evolution Soccer.

En ergens beseffen de mannen dat ook wel. Ergens weten ze dat Subbuteo iets uit hún jeugd is en dat de huidige voetbalminnende jeugd geen bordspel meer nodig heeft.

Maar dat mag de pret niet drukken. In een – voor Subbuteo-begrippen – zinderende finale wint Bom van De Haas. Penalty’s moesten de beslissing brengen.

En ja, dan is het tijd voor de nabeschouwing…

Wil je een toernooi bijwonen of eraan deelnemen? Kijk op www.nsvb.comWil je je eigen Subbuteo-set? Surf naar www.subbuteo.nl