Kunst om het leed van sloop te verzachten

Den Haag luidde het einde van een flatblok zaterdag op kunstzinnige wijze in; Zaandam deed dat enkele maanden eerder in de volkswijk Vissershop. ‘Sloopkunst’ moet het verdriet verzachten.

Buurtbewoners bij ‘Flatstuk’ in Den Haag Foto Johannes van Assem foto: Johannes van Assem den Haag, 06-01-2007 Toeschouwers kijken naar een ceremonie die de sloop van een aantal flats in de wijk morgenstond inluidt. Assem, Johannes van

De groene afvalemmers staan nog op de balkons, de lege waslijnen druipen. Voor sommige ramen hangen gordijnen. Toch is dit teken van leven bedrog; de flats in de Haagse wijk Morgenstond zijn verlaten. Binnenkort gaan ze tegen de vlakte. Zaterdagochtend hebben enkele tientallen mensen zich in de binnentuin verzameld. Ze halen herinneringen op aan diezelfde binnentuin. „Onze kinderen konden er veilig spelen. En je zette gewoon je stoel er naast. Dat komt in de nieuwbouw niet meer terug, dan moeten ze naar zo’n vies pleintje waar je geen zicht op ze hebt”, zegt een man onheilspellend.

Deze zaterdag biedt de binnentuin nog een keer een gezamenlijk podium, voor het afscheidsritueel dat de Rotterdamse kunstenares Hieke Pars heeft bedacht. Op de daken blazen mannen op midwinterhoorns; zelf blaast de flat wolken wit stof uit. Daarna is er warme chocomel. Flatstuk heet de voorstelling die een half uur duurt. Zo blaast het gebouw het stof van de afgelopen vijftig jaar van zich af, aldus de kunstenares, en ook het stof dat de sloop straks zal doen opwaaien.

Woningbouwcooperatie Haag Wonen, die de opdracht gaf, hoopt dat de performance buurtbewoners samenbrengt. „We begrijpen dat de sloop van huizen een grote impact op buurt en bewoners heeft. Zo proberen we hen samen te brengen en te begeleiden op weg naar de nieuwbouw.”

Sloopkunst dus, of troostkunst, die de banden in de buurt moet verstevigen en het verdriet moet verzachten.

Den Haag is niet de eerste stad die kunst inzet om te troosten; ook steden als Amsterdam, Groningen en Leiden deden het, ook in de hoop bevolkingsgroepen, die niet vaak naar museum of theater gaan, bij het beleid te betrekken. Voorzitter Hans Kluit van het wijkplatform Morgenstond heeft zijn twijfels of dat lukt. „Mensen zijn hier getrouwd, hebben kinderen gekregen. Hun hele leven heeft zich hier afgespeeld. En nu moeten ze weg. Deze gedwongen verhuizing heeft hun leven op zijn kop gezet. Ze hebben meer emoties dan ze hier kunnen laten zien.” Natuurlijk, zegt hij, vanochtend is de buurt bijeen gekomen. Maar daarna vertrekken de bewoners weer, naar hun nieuwe huizen in Zoetermeer of Delft. „Wat beklijft van deze ochtend?”

„Noem mij maar soft”, zegt kunstenares Ida van der Lee, „maar ik wil de zachte kant van de harde beslissing laten zien.” Onlangs beëindigde ze in Zaandam haar project Sloophamer/schatkamer, waar de volksbuurt Vissershop werd gesloopt. „Verdwijnt een wijk, dan spelen sentimenten op. Dan worden mensen bang voor wat ze gaan verliezen.” Het is niet haar eerste sloopkunstwerk; eerder begeleidde ze de sloop van een flatgebouw in Groningen, een café in Enschede en een tiental woningen in Abcoude. Voor het Zaandamse Vissershop verzon ze een ‘afscheidsritueel’ waarbij anekdotes een grote rol speelden. In een schatkist, gemaakt van materiaal uit de huizen, verzamelde ze geschreven herinneringen van de bewoners. Later werden die geschreven op de muren in de slooppanden en, na de sloop, in beknopte vorm op straattegels in de nieuwbouwwijk. Dergelijke community art versterkt volgens haar de band tussen buurbewoners, al verwatert die ook snel. „Je moet dergelijke evenementen wel herhalen.”

In sociaal opzicht is sloop- of troostkunst geslaagd, menen betrokkenen, maar in cultureel opzicht? Van der Lee ziet haar Sloophamer/schatkamer als een artistiek/sociaal project. Het proces is onderdeel van de artistieke prestatie. Maar de vorm, zegt ze, was wel degelijk belangrijk. „Maar een autonoom kunstwerk, als in een museum, wordt het nooit.”

Dat haar Flatstuk mensen samenbrengt, vindt Hieke Pars ver gezocht. Ze hoopt een „mooi, laatste moment te creëren”, een tegenhanger voor het beeld van daklozen en junkies die zo vaak hun intrek in lege slooppanden nemen. En ze wil dat alle aandacht nog een keer uitgaat naar het gebouw dat werd opgetrokken uit samengeperst oorlogspuin van het Haagse Bezuidenhout; dat was geliefd vanwege zijn ligging en binnentuin, maar dat werd verguisd toen gezinnen grotere behuizing en een eigen tuin eisten.

Of, zoals Pars over het flatblok mijmert: „In een mensenleven ben je niet meer van deze tijd.”

    • Yaël Vinckx