Humor is verraderlijk

Theatergroep Carver speelt voor het eerst een bestaand stuk, van Edward Albee.

Over besmettelijke angst.

Het indringers-echtpaar verdwijnt al snel naar boven. Maar ze blijven in beeld, het decor heeft een verdieping. Foto Ben van Duin Een wankel evenwicht (Edward Albee)Door: Carver en Onafhankelijk Toneel. Tournee t/m 3 april. Inl. www.toneelgroepcarver.nl Duin, Ben van

Voor het eerst in zijn twintigjarige geschiedenis speelt theatergroep Carver een bestaand stuk. Oprichtster Beppie Melissen hoopt op mededogen met de personages. Ze oefent haar rol in Wankel evenwicht. Een script ligt voor haar neus op tafel, maar ze kijkt er niet in, ze haalt de woorden uit haar binnenste.

Melissen is oprichtster van Carver, een gezelschap dat klein menselijk leed tot licht-absurdistische proporties uitvergroot, opererend vanuit mime. Elk jaar levert Melissen een idee, de groep slaat aan het improviseren, en dan pas ontstaat er tekst. Al bijna twee decennia gaat dat zo. Maar nu waagt Carver zich, samen met het Onafhankelijk Toneel, aan een bestaand toneelstuk. Geschreven door de auteur van de hit Wie is er bang voor Virginia Woolf?.

De Amerikaan Edward Albee leverde A Delicate Balance in 1966 af. Hij kreeg er de Pulitzer-prijs voor en grote gezelschappen, van De Nederlandse Comedie tot en met Toneelgroep Amsterdam, speelden het stuk in ons land. Dit psychodrama over gedesillusioneerde welgestelden inspireerde Anne-Wil Blankers, Petra Laseur en Kitty Courbeois tot grootse prestaties. Het verhaal: een door onverklaarbare angst het eigen huis uitgedreven echtpaar eist pardoes onderdak op bij een bevriend stel, al op de proef gesteld door een drankzuchtige inwonende schoonzus en een voor de zoveelste keer na een huwelijksdebacle teruggekeerde dochter.

Melissen speelt Agnes, gastvrouw tegen wil en dank. In de Haarlemse Toneelschuur laat ze het decor zien dat net wordt opgebouwd. Het is een interieur van twee verdiepingen. „Bij Albee,’’ legt Melissen uit, „verdwijnt het indringers-echtpaar al snel naar boven, waarna je het niet meer ziet. Maar bij ons blijven ze in beeld; wat er boven en beneden gebeurt, zie je simultaan.”

„De eerste vier weken gaf Mirjam Koen, de regisseur, ons opdrachten. Bijvoorbeeld: zoek een heel ‘pijnlijk’ moment voor jezelf in het stuk. Pijnlijk is voor mij iets uit het verleden van Agnes en haar man Tobias. Ze verloren ooit een kind en zij verwijt hem dat hij daarna in bed altijd voor het zingen de kerk is uitgegaan, terwijl zij nog een kind wilde. Zij heeft daar altijd heel onbevredigd in bed gelegen en hem gesmeekt in haar te blijven. Wat ik probeer: ik doe mijn rok omhoog en laat hem mijn benen zien. Alles vertaal ik in beelden.’’

Haar personage is, zegt ze, „iemand die voelt dat ze zich zou kunnen verliezen in gekte, zoals haar zus zich in de alcohol verliest. Agnes vindt: ik moet ervoor zorgen dat alles onder controle blijft. Maar daaronder zit een groot verdriet, want ze heeft niet alleen haar zoontje, maar ook haar man verloren. Fysiek is hij er nog wel, maar in de geest is-ie vertrokken. Dat is in veel huwelijken zo, dat man en vrouw in hun hoofd allang niet meer bij elkaar wonen.’’

De kern van het stuk? „De oerangst die dat andere stel mee naarbinnen neemt. Een van de personages zegt dat angst besmettelijk is. Daar zit zeker iets in. Kijk maar naar de vreemdelingenangst in Nederland. Maar spannender dan het politieke vind ik het intermenselijke. Dat we altijd en eeuwig naast elkaar tasten. Je denkt dat je elkaar kent, je denkt dat je jezelf kent, je kinderen. Je vermoedt van alles, maar het echte onderzoeken laat je op een gegeven moment liggen. En dat kan eenzaam maken.’’

Geestig is het drama volgens Melissen ook: „Albee bekijkt het menselijk leed met mededogen en tegelijk met ironie. Niet al te boos naar jezelf kijken en om jezelf kunnen lachen, maakt het leven draaglijker. En theater kan daaraan bijdragen. Maar humor in het theater is verraderlijk. Soms lachen mensen in de zaal de figuren uit. Terwijl ik op een warme lach had gehoopt.’’

Met haar spel is ze tevreden als ze emoties zo oprecht mogelijk neerzet. „Dat lukt wanneer je je op het wát concentreert en niet op het hoe. Je overbewustzijn moet je loslaten. En je moet goed op de andere spelers reageren, plezier hebben in het elkaar de bal toegooien.’’ Een van de beste Carver-voorstellingen is voor haar Banden: „Iedereen denkt dat buiten het gevaar loert, maar binnenshuis is het veel enger. Binnenshuis word je kapotgemaakt. Uit Wankel evenwicht kun je dezelfde conclusie trekken. En toch word ik door theater opgetild en getroost. Want mijn ervaring als toeschouwer is: je hebt het niet alléén beleefd.’’