Hoe samen is ‘together’ in wereldrijk EU?

Vijftig jaar Europese Unie zou een feest moeten zijn: de helft van de 27 lidstaten is bevrijd van hun dictaturen.

Maar bij de burgers van Europa overheerst chagrijn.

Op Nieuwjaarsdag is het ‘Stille Rijk’ Europa weer gegroeid. De nieuwe koloniën vierden hun inlijving als een bevrijding – wat het voor de meeste individuele Roemenen en Bulgaren ook wel geweest zal zijn. Twintig jaar geleden waren ze kleinbehuisde, arme onderdanen van een dictatuur. Nu zijn ze burgers van de grootste, meest geïntegreerde gemeenschap van liberale democratieën in de wereld. Ondanks alle corruptie, werkloosheid en andere ongenoegens van hun huidige, zeer onvolmaakte democratische staatsvormen, is dat absoluut vooruitgang te noemen. Intussen staan de landen aan de rand van het Stille Rijk in de rij en roepen ze „Haal ons erbij! Lijf ons alsjeblieft ook in!” Van welk ander rijk in de geschiedenis kun je dat zeggen? Het Stille Rijk is een op vrijwilligheid gebaseerd rijk.

Nu zij is uitgedijd tot zevenentwintig staten, is de Europese Unie het succesvolste voorbeeld van vreedzame regimewisseling van onze tijd. Meer dan de helft van de lidstaten was nog niet zo lang geleden een dictatuur. In iedere uithoek van het continent – en van de eilanden daarbuiten – zijn de meeste mensen nu beter af en vrijer dan ze een halve eeuw geleden waren.

In maart van dit jaar is het vijftig jaar geleden dat zes West-Europese landen op het hoogtepunt van de Koude Oorlog een Europese Economische Gemeenschap stichtten, door het ondertekenen van een verdrag dat bekend zou komen te staan als het Verdrag van Rome. Als je een van de ondertekenaars in 1957 zou hebben verteld dat Europa er in 2007 zo zou uitzien als nu, zouden ze je waarschijnlijk hebben weggehoond als een demente dromer.

Toch weet iedereen dat politiek Europa onder de oppervlakte helemaal niet in de stemming is om een feestje voor zichzelf te bouwen. De gemeenschap is chagrijnig, slecht gehumeurd en onzeker over de richting die zij in de toekomst zal moeten inslaan. Ambitieuze plannen voor straatfeesten overal in de EU zijn naar verluidt terzijde geschoven, uit angst te worden weggelachen. Individueel hebben de meeste Europeanen een beter leven dan voorheen, maar collectief hebben zij geen goed gevoel over hun op vrijwilligheid gebaseerde Rijk. Zelden is zo’n succesvolle onderneming zozeer geplaagd door twijfel aan zichzelf.

Voor een deel zijn deze twijfels juist een gevolg van ons succes. De uitbreiding betekent verandering en verandering is altijd ontwrichtend. Op de langere termijn zal onze welvaart erdoor toenemen, maar op de kortere termijn kan het de schijn opwekken dat Oost-Europese immigranten onze banen overnemen en ons sociale stelsel belasten.

De kandidatuur van Turkije roept het schrikbeeld op van een onophoudelijke uitdijing en een verlies aan culturele samenhang. De kwesties van immigratie, terrorisme en de integratie van moslims in de Europese samenlevingen worden door de rioolpers en populistische politici op één hoop gegooid en opgeklopt.

De uitdaging van de uitbreiding komt op het moment dat de goedkope concurrentie van de opkomende economische reuzen uit Azië de trage Europese economieën, die veel te langzaam hervormen, parten speelt. De economisch geavanceerdere en in het algemeen sociaaldemocratisch getinte samenlevingen van West- en Noord-Europa zijn gewend geraakt aan een historisch ongebruikelijke situatie: een gestage groei van de individuele koopkracht, gecombineerd met een hoog niveau van sociale voorzieningen. Door de vergrijzing en de concurrentie uit Azië is dat moeilijk vol te houden.

Daarnaast is er de dubbele noodzaak van het veiligstellen van onze energietoevoer, die afhankelijk is van autoritaire regimes in Rusland, Centraal-Azië en het Midden-Oosten, en het tegengaan van de opwarming van de aarde door het terugdringen van kooldioxide-uitstoot.

Dit zijn echte problemen, en waar we tijdens het zes maanden durende EU-voorzitterschap van Duitsland op hopen, is dat een nieuw gevoel gaat ontstaan dat Europa daar praktische oplossingen voor kan vinden. De implementatie van die oplossingen zal moeten plaatsvinden tijdens het Portugese en – jawel – Sloveense EU-voorzitterschap, en zij zullen de actieve steun moeten zien te verwerven van een nieuwe Franse president en een nieuwe Britse premier.

Naast het individuele beleid bestaat ook het vraagstuk van het bredere verhaal dat Europa wil vertellen. De afzonderlijke landen hebben hun eigen uiteenlopende verhalen over hun plaats in Europa en de plaats van Europa in eigen boezem, maar onder twee opeenvolgende generaties politieke leiders bestond voor een gemeenschappelijk verhaal nog voldoende overeenstemming. Die was vooral gestoeld op de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Dat is niet langer het geval. Wat Europa nu mist is een effectief politiek verhaal dat de geschiedenis van onze herkomst verbindt met een inspirerende visie op onze toekomst.

Voor de viering van de vijftigste verjaardag beschikken we over een door een Poolse student ontworpen logo. In een allegaartje van letters, dat gebruik maakt van typografieën en accenten uit verschillende Europese landen, zegt dit logo: ‘Tögethé® since 1957’. Heel lief, maar er zijn al bezwaren geuit tegen het feit dat het woord ‘together’ (samen) een Engels woord is en bijvoorbeeld geen Frans, dat het chaotische ontwerp zelf in tegenspraak is met het begrip ‘together’, en dat wij helemaal niet sinds 1957 ‘samen’ of zelfs maar ‘tögethé®’ zijn, omdat Polen, samen met de helft van Europa, destijds nog achter het IJzeren Gordijn lag. In feite zijn de zevenentwintig landen pas ‘samen’ sinds 1 januari 2007. Daarom moet er maar snel een nieuw logo worden ontworpen. De Italiaanse auteur Luigi Pirandello heeft een toneelstuk geschreven met de gedenkwaardige titel Zes personages op zoek naar een auteur. De Europese Unie bestaat vandaag de dag uit zevenentwintig staten op zoek naar een verhaal.

Timothy Garton Ash is hoogleraar in Oxford. Lees meer op: www.timothygartonash.com

    • Timothy Garton Ash