De moeder van Marco

De bondscoach kijkt me aan met de blik van een jongetje dat net de instructie van de schoolfotograaf heeft gekregen stil te blijven zitten en in de lens te kijken. De mond van Marco van Basten is dicht, zijn haren staan een beetje naar opzij. „Ik ben geen kille, emotieloze man”, staat ter hoogte van zijn rechterschouder.

Het zaterdagmagazine van de Volkskrant heeft de bondscoach op de cover. Binnenin staat een groot interview. Ik bestudeer nog even de foto. Van Basten is boterzacht afgebeeld; op de achtergrond schemeren een paar geschilderde takken met bloesem.

Ik blader naar het interview. De afhoudende Van Basten van de persconferenties is in geen velden of wegen te bekennen. „Ik hoop dat ik nergens eelt op krijg. Eelt is zonde, want het neemt je gevoel weg.”

Van Basten zet zijn ziel wagenwijd open. Ik heb toch niet per ongeluk het grote Karma Doeboek in handen? We zullen volgende week toch niet van KNVB-perschef Kees Jansma horen dat de journalist de bondscoach helemaal niet gesproken heeft en inmiddels onderzocht wordt in het Pieter Baan Centrum?

Wat wil ik eigenlijk weten van een bondscoach? Ik heb een broertje dood aan voetbalclichés en oeverloos geëmmer over de opstelling. Aan de andere kant, hoe diep moet ik mee in het persoonlijke leven van Marco van Basten? Het kan een charmeoffensief zijn van een bekritiseerde bondscoach om zichzelf van een frisse winterblos te voorzien.

Ik lees door.

Daar is moeder Van Basten. Marco vertelt liefdevol over haar. Op haar 53ste kreeg ze een hartaanval en kort daarop een hersenattaque. Ze wordt sindsdien verpleegd in tehuizen. Marco zag haar wegkwijnen, tussen „echte gekken”. Ze herkent hem lang niet altijd meer als haar zoon.

Vergeten zijn de boze blikken van Ruud van Nistelrooy die tijdens het laatste WK-duel tegen Portugal op de bank zat en niet mocht invallen. Het contact tussen Marco en zijn moeder; dat is tijdens het lezen nog het enige dat telt.

Ik kauw op elk zinnetje en laat het me smaken. Er is nog nooit een bondscoach in de hele wereld geweest die zoveel over zijn moeder heeft verteld als Marco van Basten. Het is dat Gerard Reve al een roman schreef met als titel Moeder en Zoon, anders had de bondscoach een bestseller in handen gehad.

„Mijn moeder zoals ik als kind haar gekend heb, bestaat niet meer. Die moeder van vroeger is weg.” Het regent fijne zinnen. Eigenlijk is de plaatsing van het interview slecht getimed. Het had in een kerstbijlage moeten staan, zodat ik mijn moeder nog eens een extra dikke zoen had kunnen geven.

Ik heb het verhaal uit.

Hoe nu verder? Vergeef ik de lieve bondscoach alle fouten?

Ik blader verder in het magazine. Mijn oog valt op een serie politiefoto’s van gevonden lijken. Een zwart-witfoto met een kaal onderschrift: 1971, lijkvinding. Een vrouw – een moeder, wie zal het zeggen – ligt achterover op een stoel in de huiskamer. Het verschoven tafelkleed dekt haar hoofd af. De benen zijn overtuigend dood. Haar onderjurk vlagt.

Ik ben weer bij de les.

Marco moet aan het werk op en langs het veld. Laat ik hoog inzetten: ik eis de hoofdprijs tijdens het EK.

Of de bondscoach dat kil en emotieloos doet, zal me even een zorg zijn. Ik wens hem alle succes.

    • Wilfried de Jong