‘Bedrog’ belicht spel van schijn en illusie

Voorstelling: Bedrog van Harold Pinter door Raamtheater en De Paardenkathedraal. Gezien: 4/1 Theater De Paardenkathedraal, Utrecht. Te zien t/m 18/2 aldaar. Inl.: 030-2762559; www.paardenkathedraal.nl

Geheime levens, overspel en dubbelliefde: de Britse toneelauteur Harold Pinter (Nobelprijs 2005) brengt in Bedrog (Betrayal, 1978) deze schaduwzijde van het menselijk liefdesleven aan de oppervlakte. Met slechts drie personages, twee gezworen vrienden en een gemeenschappelijke vriendin, creëert hij een spel van schijn en illusie, fascinatie voor zonde en de daarbij behorende pijn.

Bedrog is opgebouwd als een terugblik. Het begint met een schutterige ontmoeting tussen twee ex-minnaars, Eva en Jerry. In hun geheime liefdesnest hebben ze haar man en zijn boezemvriend Robert bedrogen. In de regie van Paula Bangels bij het Utrechtse gezelschap De Paardenkathedraal krijgt de onwennige ontmoeting van het liefdespaar de dramatiek die nodig is: veel onhandigheid, gegrinnik. Kernwoord van Bedrog is niet zozeer de titel, als wel ‘weten’. Wist de een dan niet van het overspel van de ander? ‘Ik dacht dat je het wist’, is een van de motieven die als in muziek telkens terugkeren.

De drie spelers komen van het Raamtheater in Antwerpen. Katrien De Becker, David Cantens en Jan Van Looveren dansen in dit bedrieglijk levensecht gespeelde menuet traag en met precisie om elkaar heen. De speelstijl is geconcentreerd, niet uitbundig of overweldigend. De acteurs muntten uit door psychologisch spel. Ze hebben duidelijk hun rol doorgrond. Zo vol van wildheid hun leven is, zo nauwkeurig bemeten is het acteren. Het is vooral David Cantens als de bedrogen echtgenoot die vaart, scherpte en echte dreiging aanbrengt. Hij is een tijdbom die zo kan exploderen. Maar hij houdt zich in evenwicht.

Bedrog is Pinters meest autobiografische stuk. Het is eerder een waarschuwing tegen overspel dan een verheerlijking ervan, zeker in Bangels regie die vooral zwaarmoedig is. De terugkeer in de tijd is door ontwerper André Joosten schitterend tastbaar gemaakt in een decor dat, via een ingenieuze constructie, langzaam de hoogte in gaat. Hierdoor ontstaat een sfeer van gevangenschap. Op wit papier schilderen de spelers de jaartallen, aflopend van 2005 tot 1996. Aan het slot stroomt er water over de cijfers, als tranen die de tijd uitwissen en het fenomeen ‘bedrog’ eeuwige geldigheid geven. In het lichtontwerp van Uri Rapaport overheerst een bijna verblindende, fascinerende witheid alsof de personages in ziekenhuislampen staan.

Het slotbeeld had evengoed het begin kunnen zijn. De vrouw en de minnaar kijken elkaar aan op haar huwelijksdag. Ze blijken echt van elkaar te houden, zo mooi vindt hij haar en zo dankbaar is zij voor zijn aandacht. Katrien De Becker speelt opeens verrassend los en speels. Als toeschouwer besef je pas nu dat haar huwelijk het begin is geweest van alle narigheid. Bedrog is vooral een toneelstuk over hoe een leven verloopt. Eén verkeerde beslissing en alles gaat voorgoed fout. Het verleden laat zich niet meer uitvagen, het stromende water over de zwarte jaartallen ten spijt.

    • Kester Freriks