Zen en de kunst van vliegvissen

IJsland is de hot spot voor vliegvissers uit Europa en Noord-Amerika. Hengelen naar zalm of forel vereist geduld én scherpe ogen. De beste stuurlui maken aan wal prachtige kunstvliegen.

Popster Eric Clapton en filmster Kevin Costner vissen een paar baaien verderop, vertelt onze Zweedse reisgids terwijl hij een fles Hollandse jenever dankbaar in ontvangst neemt en die vervolgens een kopstoot kleiner maakt. De twee Amerikaanse multimiljonairs hengelen niet naar de goedkopere forel, maar naar de exclusievere zalm die de IJslandse wateren bij gefortuneerde visliefhebbers zo gewild maken.

Dat hengelen doen zij niet met een dobber maar met een kunstvlieg (namaakinsect) die aan het uiteinde van een dunne, lange én sterke lijn wordt bevestigd. De hengel is kort en stevig. Na de verre worp laat je de lijn snel vieren. In tegenstelling tot een dobber komt een kunstvlieg niet in beweging als je beet hebt. Bij stilstaand water moet de visser de vlieg activeren om de aandacht van de vis te trekken. In stromend water, zoals in de staalblauwe IJslandse gletsjerrivieren, gebeurt dit bijna automatisch.

Clapton en Costner betalen per persoon meer dan duizend euro voor een dagje vliegvissen in de buurt van de poolcirkel. Wij zijn met negen man in dezelfde noordelijke regio slechts een paar honderd euro kwijt voor een waterstrook van een paar honderd meter. Zalm of forel: de kunst van het vliegvissen bestaat uit engelengeduld en een timmermansoog. Alsof je een hengel in de Linge uitwerpt, denk ik na de eerste kennismaking. Niet wetend dat vliegvissen een serieus studieobject is. Zen is niet ver weg in de buurt van de poolcirkel.

IJsland staat bekend om zijn paarden, geisers en lavastromen, maar zeker ook om de zalm en forel. Vliegvissers uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten – hoofdstad Reykjavik is een populaire overstapplaats tussen beide landen – hadden het eiland al eerder ontdekt als alternatief voor de steeds drukker bevolkte viswateren in eigen land. In de reisgidsen wordt IJsland het nieuwe mekka van het vliegvissen genoemd. Het landschap is ijzig, woest, vulkanisch én onherbergzaam. Een geologische mix van Schotland, Noorwegen en Tenerife.

Vliegvissers prefereren de schemering. Maar hoe zie je de zalm of forel in de duisternis, wanneer de echte vliegen tot leven komen en de vissen op hun beurt het actiefst zijn? Alleen ervaren hengelaars merken wanneer de vissen in de buurt zwemmen. Een trillende grasspriet langs de oever of een plooiing van het water zijn gunstige voortekenen. Het binnenhalen vergt geduld en uithoudingsvermogen; door de grote afstand én door het tegenspartelen. Na een kwartier is de vis zo uitgeput, dat hij met een schepnet kan worden binnengehaald. En dan begint het meten en wegen en kan de vangst weer worden teruggegooid. Want zelf opeten is geen optie.

Zo plegen we geen roofbouw op de natuur en kunnen we hier over twintig jaar nog terecht. Het IJslandse ministerie van Visserij doet een dringend beroep op de sportiviteit van de vissers. Zo zijn er ook speciale wetten uitgevaardigd die een beperkt aantal visuren per viswater voorschrijven. De boerencoöperaties hebben hun land en water verhuurd aan bedrijven die de rivierdelen ‘doorverhuren’ aan de vliegvissers. Met als gevolg dat we elke nacht na zes uur vissen het terrein verlaten en luid zingend in een gammele bus de warmte opzoeken van de herberg, een leeg en koud schoolgebouw in de middle of nowhere waar de enige andere gasten twee verdwaalde Franse fietstoeristen zijn.

Mijn Zweedse visvrienden zijn van verschillende pluimage, hun hengelkwaliteiten zijn ook divers. De tegelzetter wint het van de scheikundige, de chipfabrikant vangt meer dan de werkloze, de liftmonteur verslaat de auto-ingenieur, de beroepsvisser wint het van de zakenman in ruste. Chemicus Lennart is brildrager en loopt tegen de vijftig, ogenschijnlijk twee nadelen. Hij ziet minder goed dan in zijn jeugd, maar heeft nu meer ervaring en vangt grotere forellen dan in de buurt van zijn Noord-Zweedse geboortestad Sundsvall. Na het nodige duw- en trekwerk tilt hij met een schepnet een vis van vier kilo en zeventig centimeter uit het water. Een persoonlijk record. Meetlint en weegschaal moeten het bewijs leveren. Met een tang ontdoet hij de forel van de haak, met een schaar knipt hij de lijn door. Plons. Na enige aarzeling, moe van het gesjor van de hengelaar, kiest de forel het ruime sop.

De geboren Turk Osman, getrouwd met een vrouw uit Zweden en daar werkzaam als chef kok, heeft zichtbaar moeite met de strenge spelregels in IJsland. Hij legt ’s avonds, een paar uur voor de nachtelijke vispartij, grote lappen vlees op de barbecue. „Daar hadden forellen moeten liggen”, schampert de eerstejaars vliegvisser uit Istanbul die langs de rivier een snelle leerling blijkt. Trots toont hij een forel van bijna vier kilo. Iedereen moet delen in zijn feestvreugde. Als hij de volgende nachten geen vis aan de haak heeft, is hij nauwelijks te genieten. Hij wordt gepest om zijn blanco score, maar niet te lang. Vliegvissers zijn gevoelige verliezers en de saamhorigheid is groot.

Veel vliegvissers zijn meesters in het fabriceren van namaakvliegen en reizen stad en land af om hun kennis te delen. In de grote vislanden worden hele competities gehouden, compleet met juryleden: wie maakt de mooiste en meest treffende namaakvlieg? Hoe beter de kopie, hoe sneller de zalm of de forel zal happen, zo leert de praktijk. Een greep uit het digitale woordenboek van kunstvliegen: the killer, golden shrimp, goldhead cat, montana nimph.

In onze herberg in het IJslandse maanlandschap staan de slaapkamers vol met koffers waarin de meest kleurrijke attributen liggen uitgestald. De Zweedse tegelzetter Thomas staat in de groep bekend als ‘meester vervalser’. Hij toont ons vernuftig nagebootste modellen. Vliegvissen namaken is precisiewerk. Koffers vol met namaakvliegen gaan het vliegtuig in. Sinds 9/11 is het verboden de scherpe haken als handbagage mee te nemen.

Eenmaal gereed resteert de vraag welke vlieg in welke rivier bij welk weer moet worden aangelijnd. Soms kiezen de Zweden voor een namaakvisje, meestal monteren ze een nepvlieg aan hun hengel. Die werpen ze vervolgens soms wel dertig meter ver richting de diepere buitenbochten. Daar zwemt normaal de meeste forel. Wie een studie maakt van het vliegvissen, stuit op een hele reeks uitzonderingregels. De natuur laat zich niet de les lezen. Ook niet door multimiljonairs.

Eric Clapton en Kevin Costner laten zich deze augustusweek niet zien. Ze worden naar verluidt met een helikopter op de plaats van bestemming afgezet. Wij reizen per gammele bus, die afwisselend zonder benzine en met een kapotte uitlaat stil staat. We wachten urenlang op de pechdienst; geen hond die deze B-wegen bezoekt. Een verdwaalde visser brengt uitkomst. Het is weer gaan stortregenen in de mistige dalen. Zonaanbidders zijn hier aan het verkeerde adres. Via de wereldomroep horen we dat het zuiden van IJsland wordt geplaagd door een hittegolf, lees: 20 graden Celsius. Slecht visweer dus. Een beetje nattigheid doet juist wonderen. Dan happen de forellen eerder toe en is de sfeer onder vissers opperbest. Van kilometersafstand wordt de vangst in het holst van de nacht doorgeschreeuwd.

De zomerse waarden op bijna zestig graden noorderbreedte schommelen overdag tussen de vijf en de tien graden. ’s Nachts naderen we het vriespunt langs de visrijke rivieren. Gehuld in warme, waterdichte kleding zien we de zon nauwelijks ondergaan. Een beetje Viking is wel wat gewend. Vliegvissen is niet voor softies. En de ski- en schaatstheorie ‘goedkopere outfit, betere recreatiesporter’ gaat ook niet op. Ik ben de enige vliegvisser zonder ervaring én zonder waterdichte kleding. En ik blijf nachtenlang met lege handen staan. De Zweden zijn zich bewust van de gevoelige score. Volgende zomer mag ik op herhaling. Maar dan wel weer met een fles jenever.