Www.weetwatjetypt.nl

Cyberpesten komt altijd hard aan. Twee pabostudenten helpen kinderen weerbaarder te worden.

Jacqueline Kuijpers

Pabostudenten Martijn Deleij en Marjolein Rompa helpen kinderen zich tegen cyberpesten te weren. foto joyce van belkom Oosterhout, 11-12-2006 Pabo studenten Marjolein Rompa (22) uit Terheijden en Martijn Deleij (21) uit Raamsdonksveer geven les aan leerlingen van de montessorischool in Oosterhout over digitaal pesten aan de hand van hun website Weetwathjetypt, waarmee ze de Straksvoordeklasprijs wonnen. © Joyce van Belkom onderwijs Belkom, Joyce van

Op de vraag wie er vaak computert, steekt ruim de helft van de 22 bovenbouwleerlingen van de Montessorischool in Oosterhout zijn vinger op. Vooral leerlingen van groep 8 zijn dagelijks te vinden op msn, in chatboxen, op Habbo en Runescape. En het zijn fanatieke mailers. “Meestal is het wel leuk”, zegt Emma (10). Maar soms wordt ze wel eens uitgescholden. “Voor stom kind ofzo.” Stom kind? “Nou, eigenlijk kutwijf.”

Vandaag krijgt de klas van Emma les over digitaal pesten van stagiair Martijn Deleij (21) en Marjolein Rompa (22). Zij studeren aan de pabo van de Avans Hogeschool in Breda en hebben een website gemaakt over cyberpesten: www.weetwatjetypt.nl. Ze hebben er de Straksvoordeklasprijs van het Instituut voor Nationale Onderwijs Promotie voor gekregen. De site biedt informatie voor ouders, leerkrachten en kinderen. In tegenstelling tot andere sites over cyberpesten is weetwatjetypt.nl interactief: kinderen kunnen hun ervaringen hier kwijt en om reacties vragen. Dit mailverkeer gaat eerst door de handen van de twee studenten voordat het – met spelfouten – op de site komt.

Martijn en Marjolein hebben ook lesmateriaal over cyberpesten ontwikkeld voor leerlingen én voor leerkrachten en ouders. Want voor de gemiddelde ouder is msn abacadabra. Daarom heeft de school in Oosterhout onlangs ook een ouderavond belegd over cyberpesten waar de twee pabo-studenten hun verhaal hebben verteld.

Vandaag begint de les voor de bovenbouwleerlingen met het filmpje bij de SIRE-campagne ‘Stop digitaal pesten’, waarin een leuk meisje zich achter de computer thuis ontpopt als een cyberpester: ‘morgen slaan we je helemaal verrot’. Boodschap: aan iemands uiterlijk kun je niet zien of hij een pester is. Na inventarisatie van de kennis over pesten worden briefjes uitgedeeld met gebeurtenissen die de leerlingen moeten beoordelen: is dit pesten of plagen? Eén van de stellingen luidt: ‘Iemand maakt een CU2-profiel aan onder de naam van iemand uit de klas. Er staat dat hij homo is en zijn telefoonnummer wordt vermeld.’ Dit blijkt uit het leven gegrepen: Martijn heeft het zelf meegemaakt. “Toen ik een jaar of 13 was, kreeg ik ineens allerlei rare telefoontjes. Ik snapte er niks van. Tot ze in de klas gingen hinten: ‘ben je al gebeld?’ Zo kwam ik er achter dat mijn gegevens op CU2 stonden. IIemand in mijn klas had het gedaan: geintje.”

Geintje of niet, cyberpesten komt altijd hard aan. Juist omdat het in de veiligheid van thuis gebeurt. Uit onderzoek van het bureau Qrius in opdracht van Planet Internet onder 500 jongeren tussen 11 en 15 jaar, blijkt dat 15 procent van de ondervraagden treitert op internet: ze sturen opzettelijk virussen naar elkaar, kraken homepages en mailadressen, sturen anonieme dreigmailtjes, zetten foto’s van elkaar online met vervelende teksten erbij en schelden elkaar via msn uit. Van de ondervraagde tieners zegt 12 procent gepest te worden, meisjes vaker dan jongens. Van hen pest 33 procent terug. En 40 procent van de ondervraagde tieners zegt dat klasgenoten gepest worden. Veel tieners zeggen digitaal pesten grappig te vinden. Tot het ze zelf overkomt.

Maar wat moet je dan doen? Op de Montessorischool laten Martijn en Marjolein een schokkend filmpje zien over een meisje dat e-mails kreeg met de boodschap ‘jij bent zo lelijk, jij verdient geen plek op deze aarde, pleeg jij maar zelfmoord’. Hiervan is aangifte gedaan bij de politie. Dat komt wel aan in de klas. En daar springen de pabostudenten op in: als je gepest wordt, vertel het, blokkeer mails van de afzender, negeer pestmails. Maar gooi ze niet weg, want het is bewijslast bij een eventuele aangifte. Martijn Deleij loopt andere mogelijke gevaren langs, zoals pedofielen die contact zoeken en dat je daarom nooit je adresgegevens moet geven. En dat op internet álles voor altijd bewaard blijft.

Twee uur lang luisteren de leerlingen met open mond naar dit college over het echte leven. Ze blijven opletten, meedoen en vragen stellen. En na de les dromt een aantal leerlingen nog om de twee studenten heen. Martijn beweegt zich zo gemakkelijk op internet dat het ontzag oproept. Vooral het trucje dat hij tussendoor even laat zien: dat je via de website sidn.nl van iedere site kunt zien wie de contactpersoon is. En dat hij, Martijn dus, zo aan het 06-nummer van Kim Lian is gekomen… Dat willen ze allemaal wel!

www.weetwatjetypt.nl