Weinig steun voor behoud funerair erfgoed in Indonesië 1

Gelukkig malen de ambtelijke molens langzaam in Surabaya. Al in 1999 verscheen in het maandblad Moesson (10, april) een artikel over de begraafplaats Peneleh. Daarin stond dat in 2000 de begraafplaats geruimd zou worden. Dat is volgens het artikel van Ben Knapen (NRC Handelsblad, 29 december) dus niet gebeurd. Echter de verwachting dat ruiming voorkomen kan worden door subsidies uit Nederland is een ijdele. In de hele Indonesische archipel en ook elders zijn talrijke Nederlandse begraafplaatsen die de moeite waard zijn om bewaard te worden. Maar het animo vanuit Nederland om financiële steun te geven is gering.

Zelfs een oproep in Terebinth, het blad van de Nederlandse vereniging tot behoud van funerair erfgoed, om op zijn minst te komen tot een inventarisatie van overzeese kerkhoven leverde nauwelijks respons op. Maar in Indonesië zelf bestaat hier en daar wel interesse om dergelijke begraafplaatsen te behouden. Daar zou Surabaya naar kunnen kijken en een voorbeeld aan kunnen nemen.

Het meest mooie voorbeeld is het voortbestaan van de begraafplaats Tanah Abang in Jakarta. De meest sprekende grafstenen zijn hier op fraaie wijze geëxposeerd en het kerkhof heeft thans de status van een museum: het Museum Prasati, het Inscriptie museum. Voor een ander voorbeeld hoe het ook kan hoeft Surabaya zelfs niet ver te kijken. Het Nederlandse kerkhof in Malang wordt gekoesterd en de kantoormedewerkers zijn daar zeer wel bereid de bezoekende Nederlander behulpzaam te zijn.