Vreemdelingen: weinig kans bij Raad van State

Vreemdelingen hebben bij de Raad van State, de hoogste algemene bestuursrechter, te weinig kans hun zaak te winnen. Dat zegt een aantal vreemdelingenrechters en wetenschappers vandaag in deze krant.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt het hoger beroep in vreemdelingenzaken, waarin de minister een verzoek tot verblijf in Nederland heeft afgewezen. Naast asielzoekers betreft dit buitenlanders die voor werk, studie of gezinshereniging in Nederland willen wonen.

Volgens de geraadpleegde rechters en wetenschappers denkt de Raad van State te veel mee met de minister. „De Raad van State staat wat dichter bij het bestuur dan bij de vreemdeling”, zegt de Haarlemse rechter Jaap Smit. „Het bestuur krijgt van de Raad van State te veel vrijheid”, vindt universitair docent bestuursrecht Ben Olivier.

Uit cijfers die de Raad van State desgevraagd heeft verstrekt, blijkt dat de toenmalige minister van Vreemdelingenzaken, Verdonk (VVD), in 2004 en 2005 ruim 80 procent van de rechtszaken won, die zij bij de Raad van State tegen vreemdelingen had ingesteld. Vreemdelingen wonnen in 2004 ongeveer 7 procent en in 2005 3 à 4 procent van hun zaken. Over eerdere jaren zijn geen vergelijkbare cijfers beschikbaar. Gegevens over 2006 zijn nog niet bekend.

Volgens een woordvoerder van de Raad van State zijn deze cijfers te verklaren uit de verschillende belangen van de minister en de vreemdeling. „De vreemdeling zal elke kans aangrijpen om in hoger beroep te gaan, ook als eigenlijk al vaststaat dat hij geen kans maakt. De minister gaat alleen in hoger beroep als de rechtseenheid in het geding is of de rechtsvorming. Zij kan van tevoren ook veel beter inschatten hoe groot haar kans is om te winnen.”

acht man op cel: pagina 2

raad van state: pagina 33

    • Joke Mat