Veldrijden?

Dit weekeinde zijn in Woerden de NK veldrijden. Waarom blijft het in Nederland een sport in de marge?

Door Pieter de Vries

Adrie van der Poel, oud-wielrenner, eenmaal winnaar (1996) en vijfmaal tweede bij WK veldrijden: „Deels ligt het aan het uitblijven van prestaties van Nederlandse veldrijders. En deels aan de media. In kranten en op tv is er bijna geen aandacht voor veldrijden. Ook toen in de jaren negentig de Nederlandse veldrijders goed presteerden, bleef de belangstelling beperkt. Daar win je de oorlog niet mee. In België is er veel meer veldrijden op tv en ook veel meer aanwas bij de jeugd. Nederland heeft wel goede jonge veldrijders, maar die zijn ook goed op de weg en stappen vaak over. Als ’t een olympische sport wordt, kan dat het veldrijden helpen. Kijk naar het baanwielrennen, dat serieus wordt genomen als olympische sport en in Nederland een enorme impuls heeft gekregen.”

Michael Boogerd, wegwielrenner: „Aan de sport zelf ligt het niet. Veldrijden wordt best veel beoefend in Nederland en is best spectaculair: met dat lopen, rennen en vallen gebeurt er altijd wat. De media maken een sport belangrijk. Welke sporten dan meer aandacht krijgen, zit ingebakken in de cultuur van een land. Vergelijk schaatsen hier met veldrijden in België, waar het populair is. In Nederland kijkt het publiek liever naar wielrennen op de weg en naar schaatsen en is veldrijden een ondergeschoven kindje. Ik ben zelf wielrenner, maar weet uit de ‘oude tijd’ meer van schaatsen dan veldrijden. In Nederland zijn ook weinig internationale wedstrijden en moet veldrijden ’s winters concurreren met schaatsen, twee sporten die mondiaal weinig voorstellen.”

Richard Groenendaal, achtvoudig Nederlands kampioen veldrijden, wereldkampioen in 2000 en drievoudig winnaar van de wereldbeker: „Toen Nederlandse veldrijders tien jaar geleden goed presteerden, werd sceptisch gereageerd. In de trant van: ‘Veldrijden stelt weinig voor, dat is voor afgekeurde wegrenners.’ Na mijn wereldtitel was er meer media-aandacht en werd veldrijden populairder. Daarna nam de belangstelling af. Nu wordt gezegd dat we toch niet van de Belgen kunnen winnen. Als we internationaal niet meedoen om de medailles, zendt de NOS veldrijden niet live uit. Nederlandse baanrenners krijgen meer aandacht; die presteren goed en verdienen dat ook. In België beleeft veldrijden hoogtijdagen, de media springen er op in en er is meer publiek. Probleem is ook dat jonge Nederlandse veldrijders, die ook goed op de weg zijn, voor de weg kiezen. Als er ze er na vijf jaar achter komen dat ze niet top zijn, is het te laat om terug te keren.”

Michel Wuyts, wielerverslaggever Vlaamse omroep VRT: „Wat bij jullie het schaatsen is, is bij ons het crossen. Vergeleken met de rest van Europa is het waanzinnig populair. Crossen zit dicht bij onze Vlaamse roots. Vlamingen hebben een voorliefde voor ‘wroeters’. Wij hebben met Van Kerrebroeck, Eric De Vlaeminck en Liboton altijd gezichtsbepalende veldrijders gehad. De populariteit staat of valt met de aanwezigheid van een groot talent, dat bereid is te investeren en zich volledig toe te leggen op crossen. Met Nys en Wellens hebben we er nu twee. Nys steekt er qua talent en motorisch vermogen met kop en schouders bovenuit. Wellens lijdt en ziet af, dat waarderen Vlamingen. Maar als Lars Boom (21, in 2003 wereldkampioen junioren, red.) alles op het veldrijden zet, wordt het een kanjer en kan hij een ommekeer in Nederland teweegbrengen.”

Theo Bos, wereldkampioen baanwielrennen: „Ik heb eens een winter aan veldrijden gedaan, maar het is niks voor mij. Het gaat meer om duurvermogen dan om snelheid. Ik weet eigenlijk niet of veldrijden wel een sport in de marge is. Er is wel animo voor onder renners. Iedere sport vecht nu eenmaal om aandacht; mensen hebben zoveel dingen om zich mee te vermaken. En elke sport heeft helden nodig. De prestaties van de Nederlandse baanwielrenners hebben bij de aandacht voor onze sport een grote rol gespeeld. Als Lars Boom wereldkampioen wordt, komt er een grote piek in de belangstelling.”

    • Pieter de Vries