Column

Van ’t Heks

Onze dochter was naar Costa Rica en genoot een kleine vier maanden met volle teugen van het geluk van de eenvoud. Telefoonloze dorpjes, vissers zonder internet, nederzettingen zonder psychiaters. Allemaal goed voor het relativeren van onze fileproblemen en treinvertragingen van drie kwartier.

Oudejaarsdag kwam ze terug op Schiphol en ik was vereerd haar op te mogen halen. Beetje slaperig stond ik voor de matglazen schuifdeuren in de aankomsthal van onze nationale luchthaven en zag in mijn ooghoeken wat onrust. Een gezelschap prepareerde een surprise. Iets uit de provincie werd opgehaald en dat was vijftig geworden. Sara dus. De familie had in de plaatselijke feestartikelenwinkel zo’n treurig T-shirt gekocht met daarop allerhande komisch bedoelde teksten. Een van de dames uit het clubje zette een heksenmasker op en deed een shawltje om haar hoofd. Onder de rest van het gezelschap werden de serpentines verdeeld.

Ondertussen hoorde ik wel wat gemor. Twee mannen wezen op mij. Mijn aanwezigheid verhoogde de feestvreugde duidelijk niet. En ik begreep dat wel. Dit soort intens burgerlijke bijeenkomsten mag ik in mijn werk graag behandelen. En dat wisten ze. Ze wisten ook dat ze grote kans maakten dat ze deze gebeurtenis zouden teruglezen in de krant of terugzien op een toneel. Volgens mij had een deel van het gezelschap ineens veel minder zin in deze confectiesurprise.

Onze dochter zweefde ondertussen langs de douane en knipperde tegen het meedogenloze tl-licht van het keiharde Schiphol. Met een hoofd vol jungle, uitpuilende bussen, doodarme mensen en de geur van een totaal ander werelddeel dwarrelde ze geduldig rond de bagageband. Haar droomreis was voorbij en in haar overvolle koppie plande ze stiekem alweer een paar volgende vluchten uit de alledaagse werkelijkheid.

Naast mij duurde het de feestgangers allemaal iets te lang. De heks had het warm en deed regelmatig haar masker omhoog om het zweet van haar voorhoofd te wissen. De mannen hoopten diep in hun hart dat ik zou verdwijnen omdat het als grote kerel toch niet prettig serpentines gooien is als dit irritante brilletje toekijkt. Ik bleef minzaam glimlachen. Nog nooit had ik zo dicht bij mijn prooi gestaan. Mijn hersens filmden alles knorrend van plezier. Even dacht ik erover om tegen de heks te zeggen dat ze het masker beter op kon houden, omdat ze er duidelijk op vooruit ging. Maar ik wist niet hoeveel gevoel voor humor de mensen hadden en daarbij zagen de mannen er redelijk gespierd uit.

Toen gebeurde wat God waarschijnlijk wilde: de deuren gingen open en precies tegelijk kwamen onze dochter en het vijftigjarige feestvarken naar buiten. De heks sprong krijsend naar voren, terwijl de mannen beschaamd met hun serpentinetjes gooiden. Ons kind schrok zich helemaal het leplazarus. Verdoofd door de jetlag had ze overal op gerekend, maar niet op een intens burgerlijke doorzonheks die iets onverstaanbaars riep over Sara! De vrouw voor wie het bedoeld was, keek ijskonijnerig toe. Ze was geenszins verrast en trok even later uiterst gelaten het T-shirt met de tekst Ik ben Sara aan.

’s Avonds dronken we een zacht glas bij de kerstboom, luisterden naar de prachtige reisverhalen, spraken over de blijheid van de armoede, de depressie van de rijkdom, de executie van Saddam en lieten de diverse oudejaarsconferences heerlijk aan ons voorbij gaan. Onze dochter had een zacht en gezond heimwee naar de mensen, de schildpadden, de paarden, de stranden en de vriendelijkheid van Costa Rica.

En we waren het er over eens dat ze het meest duidelijke Welkom Thuis ooit had gekregen. In deze serpentine gooiende familie met de heksenhumor zat alles. Heel Nederland werd hier in samengevat. Talpa, Telegraaf, SBS, Tros, Frans Bauer, Geer & Goor, Shownieuws, Hart van Nederland, de broer van Carlo Boszhardt, het oranjelegioen, de koortsige koopgoot, de meubelboulevard en vult u verder zelf maar in. Dagelijks staan er honderden van dit soort families op Schiphol. Met knuffels en spandoeken en maskers en mutsen en wat je verder al niet kunt verzinnen.

Gister was ik even op de studentenkamer van mijn dochter en ik keek lachend naar de nieuwe stapel reisgidsen. Weg. Ver weg. Heel ver weg.