Van alles een beetje

Een nieuw examen geschiedenis moet leerlingen weer chronologie bijbrengen.Derk Walters

Elf vragen over Vietnam en vijftien over de volksopvoeding in Nederland van 1780 tot 1901. Geen vragen over de prehistorie of de Eerste Wereldoorlog. Het centrale havo-examen geschiedenis 2006 stond in een 25-jarige traditie: twee thema’s kwamen uitvoerig aan de orde, andere onderwerpen helemaal niet.

Maar niet voor leerlingen van acht middelbare scholen die meewerkten aan een proef met een nieuw eindexamen geschiedenis. Hun examen bestreek de hele wereldgeschiedenis, met vragen over Stonehenge en Suriname, over Willem van Oranje en Anne Frank.

Deze proef met een nieuw eindexamen vloeit voort uit het advies van de commissie-De Rooy, die bedacht hoe iets gedaan kon worden aan de gebrekkige chronologische kennis bij leerlingen. De Rooy stelde voor de geschiedenis op te delen in tien tijdvakken: van ‘jagers en boeren’ tot ‘televisie en computer’. Die indeling is inmiddels in de wet verankerd en wordt de basis van het onderwijs.

Nu moest er nog een nieuw examen komen. Het ministerie van Onderwijs besloot tot een ‘pilot’ op acht scholen. Dat proefexamen van 2006 is geëvalueerd in het rapport Geschiedenis Examineren, opgesteld door de instituten voor geschiedenisdidactiek, leerplanontwikkeling (SLO) en toetsontwikkeling (Cito). De conclusie: het nieuwe examen kan worden ingevoerd op de havo in 2009 en op het vwo in 2010, mits een aantal onvolkomenheden – vooral gesignaleerd door de toetsenmakers – wordt weggewerkt. Minister Van der Hoeven zal waarschijnlijk eind januari een besluit nemen over invoering van het nieuwe examen.

Uit het rapport blijkt dat leerlingen door de nieuwe examenopzet inderdaad meer inzicht krijgen in chronologie. Maar de chronologische opzet veroorzaakt ook de belangrijkste kritiek: te weinig diepgang. Volgens critici zorgt het nieuwe programma weliswaar voor een bredere kennis van de geschiedenis, maar sneeuwen de details onder.

Arie Wilschut, hoofd van het Instituut voor Geschiedenisdidactiek en mede-auteur van het evaluatierapport, verweert zich tegen die kritiek. In de huidige situatie, aldus Wilschut, reproduceren leerlingen op het examen alles wat ze te weten zijn gekomen over een bepaald thema. „Dat heeft de schijn van diepgang. Maar leerlingen staan met hun mond vol tanden als ze worden geconfronteerd met een vraag die net buiten de geleerde stof valt.”

onderverdeling

De tien tijdvakken zijn onderverdeeld in 49 ‘kenmerkende aspecten’, zoals het ontstaan en de verspreiding van de islam in het tijdvak ‘monniken en ridders’ en de opkomst van emancipatiebewegingen in het tijdvak ‘burgers en stoommachines’. Voorzitter Peter Wester van de vereniging van geschiedenisdocenten (VGN) heeft kritiek op de vage omschrijving van die kenmerkende aspecten. Er is bewust gekozen voor een niet al te precieze omschrijving, maar volgens Wester willen leraren „meer duidelijkheid”. Andere opvallende zaken uit het rapport: leerlingen vinden het proefexamen minder interessant dan het huidige examen, en als de stof zo vaststaat, gaan er op internet samenvattingen circuleren en zouden leerlingen er niet meer voor hoeven leren. Maar de leraren van de proefscholen zijn enthousiast. „Ik heb weer het gevoel dat ik geschíédenisles geef”, zegt een van hen in het rapport.

Ondanks zijn kanttekeningen ziet Peter Wester „interessante mogelijkheden” in het nieuwe examenprogramma. Maar invoering in 2009 (havo) en 2010 (vwo) is te snel, vindt hij. „Laten we leraren eerst de mogelijkheid geven om wat langer ideeën over de nadere uitwerking van de 49 aspecten uit te wisselen.”

    • Derk Walters