Op watersafari langs roestige fietswrakken

De buitenwijken in de grote steden zijn dooraderd met sloten, singels en grachten. Behalve vissen kun je er in kanoën, door een oerbos dat bezaaid is met treurwilgen. Les 1: altijd kapmes mee.

Opblaasbare kano met doorzichtige bodem Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Opblaasbare kano met doorzichtbodem Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 060918 Boyer, Maurice

‘Pas op!”, zegt Sophietje „misschien is het een lijk”. Het opgezwollen been waar we op af drijven, blijkt een natte, kartonnen koker. Nog is het gevaar niet geweken, want nu dreigt de kano te worden gespietst door een roestig skelet, van een fiets dit keer. Boven ons zet de metro naar Amsterdam zich piepend en krakend in beweging en raast het autoverkeer over de Van der Madeweg. „Getver”, zegt Sophie, wanneer we na een onverwachte manoeuvre in de takken van een treurwilg verstrikt raken. „Spinnen”. Sophie en ik zijn op watersafari in de buurt. In een kano met doorzichtige bodem peddelen we door de wijk.

Nederland bestaat uit duizenden uitbreidingswijken. De meeste van die wijken zijn dooraderd met sloten, singels en grachten. Veel van deze watergangen worden, afgezien van een enkele visser, nauwelijks meer recreatief gebruikt. Ouders van jonge kinderen geven nog wel eens de eendjes brood. Maar jongetjes die met een bootje aan het spelen zijn, zie je niet meer.

Neem de Kruidenbuurt in Duivendrecht, in de jaren zeventig van de vorige eeuw uit de polder gestampt. De wijk wordt doorsneden door de Waterkers Singel. In het jargon van stedenbouwers zal deze singel waarschijnlijk geen ‘natte verbindingszone’ of ‘nat infrastructuur project’ zijn. Nooit is er een zeil- of roeibootje te zien. Voor de meeste buurtbewoners is het slechts de scheiding tussen Roosmarijn- en Basilicumhof. Een onaanzienlijke, recreatief verwaarloosbare vaart voor het bergen van hemelwater.

Maar buren weten te vertellen van kikkers en salamanders die je zo uit de omliggende vaarten zou kunnen scheppen. Er gaan verhalen over karpers en snoeken. Er zijn eenden, waterhoentjes, reigers en meeuwen en onder de brug van de S110 scharrelen ratten langs de beschoeiing. Misschien is de Waterkers Singel wel een ‘natte ruigte’.

Hoe mooi is het dan om in een kano langs de oeverlanden te peddelen, en ook nog eens de waterdieren onder je door te zien zwemmen, om zo van twee ruigtes in één vloeiende beweging te kunnen genieten. Volgens Daniël van der Meulen van Kanowereld.com, is de clear blue Hawaii kajak daar uiterst geschikt voor.

Op internet staan beelden van wat in 2003 volgens Time Magazine de Coolest Invention of the year was. Van der Meulen heeft een winkel in Joure, maar komt de opblaasbare kajak zelf aan de deur afleveren. „Ik moest vanavond toch in Duitsland zijn”.

Als ik buurvrouw Sophie (11) vraag of ze zin heeft om mee te gaan op ontdekkingstocht, is haar antwoord: „Cool.” En cool is het. Vanaf het moment dat we de hellingbaan onder de brug van de S112 hebben genomen en wat labiel op het water zitten, is onze buurt verdwenen. In plaats van huizen zien we bomen en struiken hoog boven ons uitsteken. We zijn in een oerbos terecht gekomen. Dat heeft voor- en nadelen. Want onzichtbaar vanaf de weg hebben overhangende takken een hindernisbaan gemaakt. „Altijd kapmes meenemen”, doceer ik Sophie. Met moeite bereiken we de brug van de Kruidenommegang. Zo laag is de brug dat we ons met onze handen aan de onderkant van de brug kunnen voortbewegen. Eenmaal in open water is daar het eerste echte obstakel: de doorgang linksaf onder Viaduct 9086 richting Bijlmer, is met een roestig hekwerk afgesloten. We wenden de steven noordwaarts, en tussen een wildbegroeid talud links en verlaten hondenveldjes rechts omzeilen we fietswrak na fietswrak.

Onder ons bubbelt een bruine bonensoep waarin geen visje is te zien. Na weer onder de Van der Madeweg te zijn gepeddeld, krijgt de wind pas goed vat op ons opblaasbootje. Al onze inspanningen ten spijt worden we het riet in geblazen. Het zal niet lukken een rondje te varen. We moeten terug.

Wanneer we de kano weer op de helling hebben getrokken, klinkt het Cool als omschrijving van de tocht wat matter dan eerst. Sophie is toe aan een cola. „Het leek wel survivallen”.

    • Hans Moll