Ook Tokio is gebouwd op palen

Japan bestaat bijna alleen uit bergen en polderland. Tokio is net als Amsterdam een stad op palen. In de miljoenenstad zie je hoog op poten staande snelwegen in rivieren en grachten. De waterstad is bij voorkeur per fiets te bezichtigen.

Fransje Hooimeijer

Al tijdens de vliegtuiglanding in Japan is je herkenning met het Nederlandse polderlandschap zo groot, dat je twijfelt of je wel bent vertrokken. Het ‘polderslotenpatroon’ is bijna hetzelfde, en ook in de steden vormen grachten, bruggen en rivieren een vertrouwd beeld. Dan vliegen opeens de dubbeldekker viaducten van snelwegen, treinen en metro’s voorbij. Eenmaal wakker geschud kun je een cultuurschok krijgen. De Japanse steden zijn zo anders. Ook is het aangelegde polderpatroon niet bedoeld om het landschap te ontwateren, maar juist om de rijstvelden nat te houden.

Japan bestaat uit bergen en polderland. De ruwe en dicht beboste bergen zijn vrijwel onbewoond en het polderland is bijna uitsluitend ingericht als rijstveld of stad. Ze maken geen grootschalige plannen voor straten, pleinen en huizen met tuinen; de steden groeien stapsgewijs door het invullen van de rijstvelden. Zo waaieren de steden uit en gaan ze over in rijstvelden met een paar huizen of een volgebouwd rijstveld. Geen dorpen.

De reden van een ontbrekende planning is de macht van de particuliere landeigenaren. Een rijstveld is voor een familie van levensbelang. Familiebezit is heilig en het voorziet in levensbehoefte – de prijs van rijst wordt in Japan kunstmatig hoog gehouden – en een plek om te wonen. Door de stapsgewijze groei blijven rijstveldjes midden in de stad achter; families weigeren ze te bebouwen of verkopen.

Door deze manier van planloze stedelijke groei blijven de landelijke watersystemen een vast onderdeel van de stad. Geen gemorrel aan het watersysteem, wat onze waterproblemen mede veroorzaakt. In Japan regent het heftiger, in kortere tijd en ruim twee keer zo veel als in Nederland. Door het behoud van het landelijke watersysteem is er geen overstromingsgevaar.

Niet overal is het watersysteem behouden. De grootste waterstad van Japan, Tokio, werd vroeger in één adem genoemd met Venetië, Amsterdam en Sint Petersburg. Maar in geen enkel reistijdschrift kom je Tokio als waterstad tegen. Nog steeds kun je het ontstaan van Tokio bekijken en uitkijken over de delta waar ‘het volk’ woonde in de ‘lage stad’, gewonnen van het water. Voor de lage stad zijn grachten gegraven ter ontwatering van het land en ingericht met havens en pakhuizen. Drijvende theaters en feesten op het water maakten de lage stad populair.

De lage stad is door een aardbeving in 1923 verwoest. De gemeente kon een nieuw stratenplan uitvoeren. De stapsgewijze groei levert een fascinerend stadsbeeld op, met schaalverschillen en functiecombinaties. Voor Japanners is dit mozaïek gewoon, de snelwegen door de stad Tokio zijn ook geaccepteerd.

De onmogelijkheid grotere plannen te verwezenlijken werd problematisch, toen Tokio in 1964 de Olympische Spelen mocht organiseren. De stad wilde een netwerk van snelwegen aanleggen. De macht van particulier landeigendom blokkeerde dit en de enige uitwijkmogelijkheid was het water. In de stad zie je hoog op poten staande snelwegen in rivieren en grachten. Of een snelweg schiet op de bodem van een oude waterloop onder een oude brug door.

De waterstad is verstopt achter enorme betonnen fly-overs, maar niet verloren gegaan. Je krijgt haar in beeld door, op de fiets, met een goede kaart een rivier te volgen. Dan leeft de waterstad op, met prachtige waterkanten, sluizen, oude bruggen en kun je roeibootjes huren. De historische brug van Tokio, de Nihombashi, draait met zijn oude monumenten mee in het autoverkeer en is overkapt door een enorme snelweg. De Japanners zijn geïnteresseerd in de oude identiteit van Tokio als waterstad en willen de brug ‘snelwegvrij’ maken.

De Japanners hebben in de jaren zeventig na de oliecrisis een ecologische omslag gemaakt. Het land en het water zijn brandschoon, en door allerlei projecten en methoden blijft dit zo. Er zijn toiletten waar het water, nadat je hebt doorgetrokken, eerst door een kraantje in een spoelbakje op het toilet komt (handenwassen) en dan in de spoelbak voor een volgende spoelbeurt.

In Japan bestaat sinds de jaren tachtig een wet, die leert dat grote gebouwen, zoals Tokyo Dome, regenwater moeten opvangen en door een eigen zuiveringsinstallatie moeten gebruiken voor toiletwater. Nederlandse delegaties komen langs om de voorbeelden te bestuderen.

In Japan heeft elke stad een prachtig vormgegeven putdeksel met symboliek. In Kanazawa word je verwelkomd door een fontein die de tijd laat opborrelen en in een modern museum stroomt het water in de presentatietafels en kun je droog een onderwater ervaring ondergaan.

In de zeventiende eeuw hebben de Japanners de Portugezen de deur gewezen en mochten de Nederlanders in de baai van Nagasaki handel drijven. De waterbouwkundige kennis hebben de Japanners overgenomen. In de rivierenbouw hebben Nederlandse ingenieurs veel invloed gehad. De Zeeuw Johannes de Rijke verrichtte rond 1900 waterstaatkundige werken. In Nagoya heeft hij een standbeeld.

Na de oorlog zijn in Japan, naar Nederlands model, droogmakerijen gebouwd. Ten noorden van Oiita ligt er een, gewonnen uit zee, die sprekend op de Haarlemmermeer lijkt. De Japanners hebben een kopie ontwikkeld die veel beter is. Ze bouwen eilanden in de baai van Tokio en Osaka – veel groter dan de Maasvlakten of IJburg – die worden ingericht met enorme winkelcentra, woon- en kantoorgebouwen.

Soms vragen Japanners of wij ons geen zorgen maken over de klimaatverandering. Voor het geval wij overstromen, hebben zij in de buurt van Nagasaki een stukje van Nederland nagebouwd. Daar kun je wandelen langs de Utrechtse grachten en het Huis ten Bosch bezoeken. Je bent dan echt weer thuis!

    • Fransje Hooimeijer