Onderzoek nodig naar leerachterstand van jongens

José Groen, docente Nederlands op een scholengemeenschap noemde het vwo op de Opiniepagina van 28 december een `meisjeszeef`. De onderbouw van het vwo zou een beroep doen op vaardigheden die jongens van 12-15 jaar onvoldoende bezitten en die ze onvoldoende aangeleerd krijgen, waardoor ze afstromen naar de havo: ”Er is niet genoeg aandacht voor het leerproces dat jongens doormaken; de nadruk ligt op zaken waar meisjes beter op scoren. Jongens willen excelleren, uitblinken, voor zichzelf, op hún manier; meisjes willen het vooral goed doen voor en met anderen, vaak ook voor de docent. Jongens zijn beweeglijker, slordiger, sneller afgeleid. Maar ze zijn ook competitief ingesteld, terwijl meisjes vooral sociaal wenselijk gedrag vertonen, volgzamer zijn en netter werken.”

Het probleem dat zij schetst heeft te maken met meervoudige intelligentie. De Amerikaanse hoogleraar Howard Gardner heeft inmiddels acht verschillende intelligenties vastgesteld. Elk van die acht intelligenties heeft een eigen centrum in de hersenen, met schakelingen naar de andere. Ieder mens bezit die, maar in verschillende sterkte. In vrijwel elke groep leerlingen komt vermoedelijk een brede spreiding aan intelligenties voor. Onderwijsgoeroes De Munnik en Vreugdenhil pleiten ervoor om middelen te gebruiken die kinderen op hun sterkste profiel aanspreken, zodat ze vanuit hun sterkste mogelijkheden tot inzicht komen. Dan blijken ze bovendien gemotiveerder en beter te leren. Maar kennelijk zijn de verschillende intelligenties niet at random over jongens en meisjes verdeeld en is het huidige onderwijs meer geschikt voor `meisjesintelligenties`, dan voor `jongensintelligenties`. Dat geldt overigens niet alleen voor het vwo, maar ook voor het vmbo, waar de uitvalcijfers schrikbarend zijn, vooral onder jongens. En het geldt net zo goed voor het basisonderwijs, laten we daar geen illusies over hebben. Ik sluit me dan ook aan bij haar conclusie: ”Laten we eens echt gaan onderzoeken waar die jongens blijven en wat de reden is dat ze niet op hun plek terechtkomen.”