Nog een kus

Linda Vogelesang is een van

de winnaars van de verhalenwedstrijd ‘Duizend Woorden’. De Achterpagina publiceert elke maand een winnend verhaal.

Door Linda Vogelesang

Hij had het woord ‘mooi’ gebruikt en haar bedoeld. Mooi. Fieke kijkt naar beneden en ziet haar naakte lichaam in de kleine ruimte van het badhokje. Haar hangende borsten, haar lubberende buik met de herinnering aan twee keizersneden. Haar handen, vol bruine vlekken, betasten wat ze ziet. Is dit mooi? Hij moet zich vergissen. Hij moet zich vergissen of blind zijn. Blind van liefde? Ze giechelt. Stapt in haar badpak en neuriet zijn liedje.

Bijna gelijktijdig komen Wil en Corrie uit hun hokjes. Fieke waggelt achter hen aan richting bad. Ze leggen hun handdoek over een stoel en zetten hun slippers er in een keurig rijtje onder. Voetje voor voetje dalen ze langs het zwembadtrapje naar beneden. Fieke is halverwege als uit het ondiepe gefluit klinkt. Bouwvakkergefluit. Ze zoekt zijn gezicht in het groepje grinnikende mannen. Achter de rug van Corrie en Wil legt ze een vinger op haar lippen.

„Stelletje pubers!” roept Wil ze toe.

Met z’n drieën waden ze naar een dieper deel van het bad. Ze duwen hun ellebogen in de richel langs de rand en beginnen een log waterballet. Net niet tegelijk steken ze armen boven water en bewegen hun benen naar het oppervlak.

„Guttegut! Wat een aanstelleritis!” Zegt Wil met haar rechterarm in de lucht. „Die denkt zeker dat ze twintig is!” Haar hoofd knikt in de richting van een vrouw van hun leeftijd met een rode badmuts die fanatiek haar baantjes trekt. Aan het eind van het bad gaat ze staan. Met twee handen verschuift ze haar zwembrilletje, waarna ze weer onder water zakt. Met haar rechterbeen zet ze af en schiet vooruit. Naast haar spartelende rechterbeen hangt het linker er als een dode vis bij.

„Die oefent alvast voor de Paralympics voor hoogbejaarden”, snuift Corrie. „Altijd al een aparte geweest, die Ank Bartels. Opgemaakt als een clown. Strakke rokken alsof ze een rollade is.” „Geen smaak! Absoluut geen smaak!” zegt Wil. „Wat jij Fieke?”

Fieke knikt.

„En als ze nu nog vriendelijk was”, gaat Corrie verder. „Vriendelijk?” Wil lacht. „Mevrouw loopt met haar neus in de lucht alsof we straatvuil zijn.” „En zij Hare Majesteit de Koningin in hoogsteigen persoon”, gniffelt Corrie mee. „Weet je nog hoe ze aanpapte met meneer Vriesens?” Wils ogen twinkelen. „Stijlloos!” roept Corrie uit. „Mevrouw Vriesens was koud begraven of madam stond al op de stoep.”

Ank Bartels zwemt langs. Corrie houdt haar mond en tuurt in het water alsof ze net een eeuwenoude munt heeft laten vallen. Dan hervat ze haar verhaal.

„Wat hebben we gelachen toen meneer Vriesens binnen twee maanden zijn vrouw achterna ging.” Wil proest. „Had ze mooi het nakijken. Verliefd op je zeventigste. Het moet toch niet gekker worden!”

Langzaam steekt Fieke haar rechterarm uit het water. Dikke druppels rollen langs de bibberende vellen terug het bad in. Even schikt haar rimpelige hand haar grijze lokken. Haar ogen zoeken zijn gezicht. Eén tel kruisen hun blikken. Snel wendt ze zich weer tot haar vriendinnen.

„Het moet niet gekker worden”, herhaalt ze zacht. Als haar hand het water raakt, kleuren haar wangen donkerrood.

Met een zucht had ze het dekbed van zich afgeslagen. De telefoon had ze nooit kunnen laten rinkelen.

„Met Fieke Daalmeijer… Dag Pauline.”

„Mijn dochter”, fluisterde ze in zijn richting. Haar vrije hand speelde met zijn vingers.

„Alles goed? … O, wat vervelend. Heeft hij hoge koorts? Dat is heel wat voor zo’n klein knulletje. Geef hem maar een kus van oma… Ik heb meneer Jacobs op visite… Ja, koffie ja. Met wat lekkers.” Ze keek hem verleidelijk aan. Hij pulkte wat verveeld aan haar bh-bandje.

„Zal ik je morgen terugbellen? Na het zwemmen? Tot dan! Dag schat.”

„Heb je nog leuke haakpatronen voor me?” vraagt Corrie haar. „Mijn jongste dochter is weer zwanger. Van de vierde!”

„Ik heb nog wel wat leuke dingetjes in de kast”, antwoordt Wil.

Glazig staart Fieke voor zich uit.

Het is tijd om eruit te gaan. Er staat een meute kinderen met kurkjes om te wachten op de kant. Langzaam waadt Fieke richting trap, achter haar vriendinnen aan die bediscussiëren of je een blauw truitje kunt maken als je niet weet of het een jongetje of een meisje wordt. Bij het trapje staat Willem achter haar. Of hij op de koffie mag komen.

„Met iets lekkers?” fluistert ze in zijn oor.

„Met iets lekkers.”

Weer gaat de telefoon. Weer neemt ze op en weer is het haar dochter. Of ze langs kan komen.

„Nu? Natuurlijk, kom maar! Is Tim weer beter?”

Nadat ze heeft opgehangen roept ze tegen Willem dat hij op moet staan. „Snel! Pauline komt er aan. Weg dus! Weg!”

„Rustig, rustig nou, lieverd. Ik ga al, maar houd je toch rustig.” Hij staat al naast het bed, met zijn overhemd aan en zijn broek half. „Geef me nog een kus Fiekje. Nog eentje. En nog eentje.” Hij pakt haar hand en kijkt haar aan. „Nog één kus voordat ik ga.”

En dan gaat hij.

Ze sluit haar ogen en ziet zijn gezicht. Voelt zijn krachtige handen. „Nog een kus en nog een.” Hij zwiert haar rond. „Geef me nog een kus!” Haar hoofd voelt licht alsof ze dronken is. „Nog een kus. Nog eentje.” Haar petticoat wikkelt zich om haar benen. Haar lange, blonde lokken waaien in haar gezicht. Ze draait en draait en kan niets heerlijkers bedenken. „Kus! Kus! Oma, kus!” „Geef me nog een kus!” Warm is het. Zomers warm. „Mama, wij zijn het. Wakker worden!” Ze ziet het gras onder zich voorbijschieten. De witte vlekken zijn madeliefjes. „Mooi ben je Fiekje, mijn Fiekje. Geef me nog een kus.” Mooi! Hij noemt me mooi, denkt ze terwijl ze verder zwiert.

Ze giechelt. Het moet niet gekker worden.