‘Mijd de middagspits’

De kerstvakantie was de vuurdoop voor het pas geopende Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. Directeur Pieter van der Heijden (50) zag elke dag rijen mensen voor het gebouw. Hij woont met Petra en hun kinderen Hugo (5) en Rosa (3) in Hilversum. ‘Een kleuter heeft geplast in de ballenbak.’

Pieter van der Heijden: ‘Een menselijke fout is acceptabeler dan een computerstoring’ Foto Rien Zilvold hilversum 04-01-2007 pieter vander heide instituut beeld en geluid foto rien zilvold Zilvold, Rien
Pieter van der Heijden

Vrijdag 29 december 2006

Om 12.30 uur zetten we de kaartverkoop stop. Met 1.250 bezoekers in huis zijn de zalen van Beeld en Geluid experience vol. Binnen drommen de gezinnen, want daaruit bestaat het bezoek in de kerstvakantie, in de 15 interactieve tentoonstellingen die rondom het thema ‘media bepalen ons wereldbeeld’ zijn opgebouwd. Er zijn 150 verschillende onderdelen, variërend van reusachtige projecties tot virtuele gidsen en van interactieve screentests tot grote shows. Maar nu er overal opstoppingen beginnen te ontstaan en de trappen vollopen, is het tijd om de toestroom in te dammen.

Gisteren begon de brandweer bezwaar te maken tegen de drukte, op ongeveer dezelfde tijd. Toen konden we om 15.00 uur weer beginnen met publiek toe te laten en eindigden we met bijna 2.000 bezoekers. Vandaag gaat het wachtrij-systeem soepeler en ontvangen we zelfs nog iets meer publiek. De kerstvakantie is, dat geldt voor de meeste attracties, musea en winkels, de drukste tijd van het jaar; en tussen 12 en 15 uur valt de drukste tijd van de dag. Mijd de middagspits, we zijn tot 21 uur open!

Terwijl ik de floormanagers en publieksbegeleiders geduldig, vriendelijk en glimlachend hun nu niet te benijden taak zie vervullen kan ik een opgetogen gevoel niet onderdrukken. Uitverkocht! Hoe akelig het ook is om mensen te moeten teleurstellen aan de deur, al is het maar voor een paar uur, ik ben toch opgelucht en trots: Beeld en Geluid, de plek waar het audiovisuele erfgoed wordt bewaard, getoond en beleefbaar gemaakt, boekt het succes waarop we hoopten. En hulde voor het personeel ‘op de vloer’ dat voor het eerst met dit luxeprobleem te kampen krijgt en zich er manmoedig, zelfs vrolijk doorheen slaat.

Om kwart voor zes doet zich alsnog een calamiteit voor: de hele experience valt uit. Ik word onmiddellijk gebeld door Daan Wijsman, de floormanager van dienst; niet dat ik geacht word er iets aan te kunnen doen, maar ik ben wel verantwoordelijk. Vanuit mijn kantoor is het vier verdiepingen omlaag, atrium door en weer vier verdiepingen omhoog om in de experience te komen. Genoeg tijd om me te realiseren dat het probleem waarschijnlijk Graham heet. Graham is een Engelse technicus die bezig is met onderhoud aan de centrale show control. Uit hart voor de zaak is hij in zijn kerstvakantie overgekomen. En ja hoor. Graham bekent met een rood hoofd dat zijn mouw bleef haken aan het minuscule voedingskabeltje van de centrale besturing. Dat betekent voor de experience-techniek acute hartstilstand. Zo kwetsbaar zijn we dus.

De boel is in vijf minuten weer aan de praat en de bezoekers kunnen wel lachen om onze uitleg – een menselijke fout is acceptabeler dan een computerstoring. Maar Graham moet nog een heleboel instellingen terugzetten op de servers voor hij weer de Chunnel in kan. Pas om half negen ben ik thuis, geheel tegen mijn belofte in; ik had er om zes uur zullen zijn. Kinderen al in bed. Petra heeft het afgelopen half jaar mijn onophoudelijke afwezigheid liefderijk opgevangen, maar er moet weer eens wat met mij af te spreken zijn. Eens.

Zaterdag

Vandaag zou ik er zijn voor Hugo en Rosa, want ik heb te weinig van die twee gezien. Papa was altijd maar in ‘het kleurige gebouw dat nog niet af is’, zoals Hugo Beeld en Geluid nog steeds noemt. Maar ik heb een knoop in mijn maag en vlieg tegen de muren op. Draait de experience goed? Graham was er niet voor niets tenslotte. Nu het zo druk is kraakt het netwerk in zijn voegen en het publiek blijkt soms sneller op knoppen te kunnen drukken dan de 180 computers kunnen rekenen.

Bellen is een optie, maar ik woon vlakbij en wil het zelf zien, er zijn. Om 12 uur hou ik het niet meer en Petra, die de bui allang zag hangen, neemt mijn rol bij het legoën vrijwillig over. In Beeld en Geluid loopt alles op rolletjes, mijn komst wordt op prijs gesteld maar is volstrekt overbodig. Het is lang niet zo hectisch als de vorige twee dagen. ’s Middags bel ik met Jan Vriezen, verantwoordelijke voor de bedrijfsvoering van het instituut. We bespreken de prioriteiten voor volgende week: de parkeergarage geeft vaak loos alarm, het Grand Café kan de vraag niet aan, en het Digitaal Archief (14.000 programma’s online) blijft een à twee keer per uur (!) uitvallen. Ook is het gebouw nog moeilijk schoon te houden en verslikken we ons soms in de bediening van de 23 verschillende elektrotechnische installaties. Allemaal voorbeelden van kinderziektes: Beeld en Geluid is gloednieuw en in het diepe gegooid in de drukste periode van het jaar. Eigenlijk mogen we best tevreden zijn. Maar dat is geen excuus.

Om zes uur weer terug naar huis. Daar kijken Hugo en Rosa naar Cars, hun nieuwe Pixar-dvd, en ik kijk de rest met ze mee. Ik ben dol op Pixar-films en op autoracen, dus deze is zeer aan mij besteed. ’s Avonds kijken Petra en ik naar 24. Alle afleveringen gezien! Ik ben geen feuilletonkijker en zap beroepshalve (ik wil alles tenminste 1 keer per seizoen gezien hebben), maar 24 is onze vaste waarde.

Zondag

Vandaag kunnen Beeld en Geluid en ik zonder elkaar. Oudjaarsdag is zelden druk. We leggen een verjaardagsbezoek af en reizen voor de jaarwisseling naar Petra’s ouders, die in de Veluwse bossen wonen. Buiten dreunen de carbidbussen, binnen is het zeer gezellig. De avond verloopt televisieloos, want Petra’s ouders, toch al geen grote kijkers, hebben geen kabel en zijn dus de klos sinds de uitzendingen via de ether zijn gestaakt. Wij missen wat twee miljoen kijkers het mooist vonden, maar lijden er niet het minst onder. Ik zie het wel in het archief.

Maandag

Gepast landerig. Voor de kinderen is ‘het bos van opa’ een paradijs om verstoppertje te spelen en dat is wat we doen. Even gemijmerd over het afgelopen jaar, waarin Beeld en Geluid ineens geen mooie belofte meer was, maar een feit. Het staat er. De spanning en creatieve flow van daarvoor mis ik zeer. Maar een schip moet varen. Beeld en Geluid op volle kracht vooruit is een machtig gezicht.

Dinsdag

Om 11 uur staat er alweer een fikse rij bij de kassa en om 13 uur is het stampvol. Opnieuw moeten we de kassa’s stilleggen en staan sommige bezoekers een uur te wachten voor ze naar binnen kunnen. Mijn agenda is gevuld met werkoverleggen met naaste medewerkers en collega’s. Het probleem met het Digitaal Archief blijkt oplosbaar te zijn als Beeld en Geluid een stuk omroeptechniek omzeilt; de storing zit in computers die niet door ons worden beheerd, maar waar we wel ‘langs’ moeten. Met Annemiek Iking, manager multimedia, en Arjo van Loo, sectormanager ICT voor heel Beeld en Geluid, bespreek ik wat we kunnen doen zonder brokken te maken. Je kunt niet zomaar wat gaan knutselen aan het omroepnetwerk, maar we hebben wel haast. Aan het eind van de dag verklaart Arjo de oplossing binnen een week operationeel te kunnen hebben. Pak van mijn hart!

In mijn email vind ik een hoopgevend bericht: overmorgen komen er reserve-onderdelen en extra technici. Veel publiek betekent nu eenmaal dat er ook veel gesloopt wordt. De experience zou ‘hufterproof’ moeten zijn, maar wij ontdekken nog waar de zwakke plekken zitten: losgetrokken paneeltjes, verbogen camerasteunen, een gevandaliseerd decorstuk. Om de mankementen snel te kunnen oplossen hebben we een voorraad reserveonderdelen besteld, maar de levering bleef ver achter op schema. Enfin, overmorgen dan maar. Op tijd thuis.

Woensdag

Het wordt routine: de rijen staan er weer. We zijn er nu goed op voorbereid. De koffie met koek voor de wachtenden staat al klaar bij de deur en we beginnen vroeg met reguleren: opvangen, uitleggen, wachten, in groepen naar de filmzaal, dan pas naar de kassa. René Malherbe is de mastermind achter de manier waarop we onze gasten tegemoet treden: met draaiboeken, planningen en trainingen heeft hij de publieksorganisatie klaargestoomd. Dat het nu goed loopt, is de kroon op zijn werk en hij is in zijn element als hij zelf voor het publiek staat; met zijn hartelijke welkomstwoord en uitleg verhoogt hij niet alleen de acceptatie van de wachttijd, maar voegt hij ook nog iets toe: terwijl je wacht, krijg je een gratis inleiding op ons adembenemende gebouw en de collectie die in de 16 meter diepe kelders rust.

Ergens in de middag passeren we de grens van 20.000 bezoekers sinds de opening. Ik sms het goede nieuws naar Edwin van Huis, onze algemeen directeur die deze week in India is. Hij smst onmiddellijk en enthousiast terug. Mijn eigen agenda is niet zo spannend vandaag: papierwerk, achterstanden inlopen die vorige maand ontstaan zijn, afspraken maken. Luuk Bruins, van de afdeling multimedia, maakt me wegwijs in onze nieuwe website zodat ik de publicatie van mijn weblog weer zelf ter hand kan nemen. ’s Avonds nog wat email en telefoontjes. Ook even bladeren in Museumvisie, het kwartaalblad van de Nederlandse Museumvereniging. Een ‘discussie’ over het Nationaal Historisch Museum vult, teleurstellend maar voorspelbaar, slechts twee bladzijden met overbekende, slome stellingnames. En het overlijden van de onvergelijkelijke Frans Haks zal pas in de lente in Museumvisie gememoreerd kunnen worden. In de museumwereld gaan de dingen niet zo snel.

Donderdag 4 januari 2007

Drukker dan ooit, lijkt het. Gelukkig is er vanmorgen vroeg al herstelwerk in de experience verricht, dus we kunnen er weer iets beter tegen. Het Grand Café heeft zijn zaken nu ook veel beter voor elkaar, elke dag worden we beter in wat we doen. Ik besteed de ochtend aan de logboeken van de afgelopen dagen: veel feiten en waarnemingen over gedrag van publiek (over het algemeen juichend maar er is natuurlijk ook kritiek en voor sommigen is het gewoonweg te druk), voorstellen om beter te anticiperen, anekdotes. Een kleuter heeft geplast in de ballenbak. Kan gebeuren, maar wie reinigt nu de ballen en kan dat machinaal (in sommige van de ballen zit elektronica, waarmee de kleintjes geluiden tevoorschijn kunnen toveren)? Ze zijn met de hand afgewassen, maar dat moet praktischer kunnen.

’s Middags zou ik naar de nieuwjaarsreceptie van de Publieke Omroep gaan, maar een interview met de Gooi- en Eemlander en het vaststellen van een reparatielijst voor maandag – onderhoudsdag – maken het te laat om me daar nog te melden. Laatste check: weer 1.700 bezoekers. Zo halen we dit weekend nog de 25.000. Dat zou echt een mijlpaal zijn. Daarna gaan Petra en ik voor het eerst in zeven maanden een avondje uit met zijn tweeën. We nemen ons liefdevol voor dat dit weer een vast onderdeel van ons programma moet worden.