‘Met jullie heb ik geen rekening gehouden’

Jan Gielkens reisde naar Lübeck om samen met andere vertalers met Günter Grass te praten over zijn nieuwe boek. „Hij zei steeds: ‘Máák er wat van’.”

Jan Gielkens Foto Johannes van Assem foto: Johannes van Assem den haag 04-01-2007 vertaler Jan Gielkens Assem, Johannes van

Nobelprijswinnaar Günter Grass heeft de gewoonte om kort na de verschijning van een nieuw boek zijn vertalers om zich heen te verzamelen. Door met hen intensief op vertaalproblemen in te gaan, hoopt hij de kwaliteit van hun werk te verbeteren.

Ook het afgelopen najaar organiseerde hij zo’n bijeenkomst, ditmaal ter gelegenheid van Beim Häuten der Zwiebel. Uit alle hoeken van de wereld reisden de vertalers af naar het pittoreske Lübeck om aldaar gedurende een vijfdaagse bijeenkomst hun tanden in de ‘Zwiebel’ (ui) te zetten. Met zijn twintigen schoven ze aan in de conferentiezaal van een zestiende-eeuws pakhuis, sjiek gerestaureerd met ingetogen krullend houtsnijwerk en met, hoog aan de wanden, donkere schilderijen van voorname personen uit de geschiedenis van de Hanzestad.

Jan Gielkens, de Nederlandse Grass-vertaler, kwam voor de vijfde keer en opnieuw viel hem op hoe de strikt de conferentie, net als bij de vorige gelegenheden, georganiseerd was; met lange werktijden ’s ochtends en ’s middags, onderbroken slechts voor een voedzame lunch. Vooral ’s avonds werd er goed gegeten en gedronken; een ritueel waar de culinair ingestelde Grass zeer aan hecht.

Gielkens herinnert zich hoe Grass zichtbaar vermoeid aan de conferentie begon. Hij was aangeslagen door de rel die meteen na de voorpublicatie van het boek was begonnen en die sindsdien nauwelijks tot bedaren was gekomen. Alle opwinding vloeide voort uit de bekentenis dat de 17-jarige Günter in 1945 zonder protest lid van de Waffen-SS was geworden, een feit dat Grass zestig jaar lang had verzwegen. Tien kilo was de schrijver door de hele affaire afgevallen, en hij wilde er niet meer over praten. Gielkens: „Zelf had ik er ook geen behoefte aan. Toen ik het boek tijdens mijn vakantie in juli las vond ik die SS-passages niet zo opmerkelijk. Ik was vooral opgetogen over allerlei andere dingen, over anekdotes die Grass bij vorige bijeenkomsten al eens had verteld maar nog nooit had opgeschreven”.

In ‘Zwiebel’ beschrijft Grass onder meer hoe hij tijdens een beschieting door een Stalin-orgel in zijn broek plast. Jan Gielkens: „Hij is zo pijnlijk eerlijk, zo enorm genuanceerd. Altijd doordringt hij je ervan dat het fenomeen herinnering een dubieuze zaak is. Je kunt je iets mooier herinneren dan het was en er nog in gaan geloven ook, omdat het verhaal zo goed klinkt. Dat is een hoofdthema van dit boek.”

Beim Häuten der Zwiebel is voor Jan Gielkens zijn negende Grass-projekt. „De Italiaanse vertaler wees erop dat het woord ‘liften’ in het Italiaans niet ‘mezzo fortuna’ is, zoals Grass het zich herinnert, maar ‘con mezzi di fortuna’. Toch zal Grass de fout in nieuwe drukken gewoon laten staan, want het boek is af en wat hem betreft maakt zo’n fout deel uit van de tekst. Ikzelf breng die verbetering ondertussen wel aan in de Nederlandse vertaling. In zulke dingen is Grass heel ruimdenkend. Op de bijeenkomst zei hij meerdere malen: ‘Máák er wat van. Met jullie heb ik tijdens het schrijven geen rekening gehouden. Ich konnte keine Rücksicht nehmen.’.”

Op de dag dat ik Gielkens spreek, staan er in het vertaalmanuscript nog heel wat uitdrukkingen rood omcirkeld. „Daar moet ik nog naar kijken. Een voorbeeld: Grass hanteert ergens de voor Duitsers bekende term Onkelehe, die het woordenboek met ‘pensioenconcubinaat’ vertaald wil zien. Maar dat zit me helemaal niet lekker. ‘Wild huwelijk’, of ‘open huwelijk’ is het ook niet, om maar te zwijgen van ons hedendaagse ‘voordeurdelers’. Zo’n ‘Onkelehe’ duidt op oudere mensen die, door de economische omstandigheden gedwongen, bij elkaar intrekken. Zo’n man werd dan in de familie ‘oom’ of ‘ome’ genoemd. Ik ben er nog niet uit”.

De titel is een vondst. „Ik koos voor: ‘De rokken van de ui’. Grass was er erg mee in z’n nopjes. Het beeld van het schillen van de uienrokken dat in het Duits zit, ontbreekt, maar je krijgt er een pracht van intertekstuele verwijzing voor terug. Je denkt meteen aan ‘De blikken trommel’. Daarin heb je het indringende beeld van Anna Bronski die zich met vier rokken over elkaar tegen de koude wapent. En als het nodig is blijkt zich onder die rokken ook haar aanstaande echtgenoot voor de politie te kunnen verstoppen. Onder die rokken gebeurt van alles dat grote gevolgen voor de loop van het verhaal heeft. In de ‘Ui’ worden de rokken de een na de ander geschild”.

‘De rokken van de ui’ verschijnt in maart bij uitgeverij Meulenhoff.

    • Peter Veldhuisen