'MENSEN DICHTEN COMPUTERS BIJZONDERE KRACHTEN TOE'

De macht van de online consument bracht industrieën aan het wankelen.

Maar welke prijs betalen we voor de nieuwe verworvenheden? Vier Nederlandse internetkenners over de wijze waarop het web ons in zijn greep houdt. Goeroes, dat is misschien te veel gezegd. Maar de mannen die aan tafel schuiven in het Amsterdamse designhotel Artemis stonden alle vier wel aan de wieg van de digitale revolutie in Nederland. Rop Gonggrijp startte in 1993 de eerste internetprovider voor particulieren, xs4all. Paul Molenaar pionierde in pc-bladen en leidt nu Ilse Media, uitgever van de grootste Nederlandse nieuws- en weblogsites. Erik Jan Gelink digitaliseerde de televisie, eerst bij Digitenne en nu bij kabelaar upc. E-learningspecialist Wim Veen verkondigt al sinds de jaren tachtig het ict-evangelie in de onderwijswereld.

Vier personen die bewijzen dat je met internet zeer succesvol kunt zijn. Maar aan de digitale samenleving kleven belangrijke nadelen, zeggen ze. Veel nadelen zelfs. Paul Molenaar constateert na het gesprek: 'Als je ons zo hoort praten klinken we als nukkige veertigers - bijna als de mannetjes van de Muppetshow. Eigenlijk ben ik veel positiever over wat internet ons bracht.'

Rop Gonggrijp hoeft niet lang na te denken over de grootste verdienste van het web. 'Ruilnetwerken als Napster, Kazaa en Bittorrent hebben de wereld compleet op zijn kop gezet. Je kunt nu zelf kiezen welke liedjes van een album je koopt, zonder dat je een hele cd met prutliedjes hoeft aan te schaffen. Denk je dat de platenindustrie zelf op die gedachte was gekomen?'

Erik Jan Gelink: 'We bepalen zelf wat we consumeren maar er is een overkill aan aanbod. Alle websites beginnen nu opeens met video. Dat zorgt voor een enorme fragmentatie in de media. Uitzenden is misschien nog niet zo lastig, bekeken worden is een stuk moeilijker.'

'Bij je selectie moet je je dus laten leiden door wat anderen van hetzelfde onderwerp vinden', zegt Wim Veen. Dit Amazon-model (naar de bekende webwinkel) is overal op internet overgenomen: groepen mensen met dezelfde smaak in films, tv-series, muziek of boeken, vinden elkaar online. Twee jaar geleden al beschreef Chris Anderson, hoofdredacteur van het tijdschrift Wired, het web als een verzamelplaats van ontelbare nichemarkten, toegesneden op individuele wensen en interesses. Hij noemde dat The Long Tail. Wim Veen: 'Aggregatiesites combineren al die gegevens tot nieuwe groepen van gebruikers. Intelligente diensten brengen zo onze interesses in kaart.'

Rop Gonggrijp beschouwt geautomatiseerde selectie op smaak als de 'ideale afstandsbediening'. 'Eentje die luistert naar: Nee, dank u en: Nee, nu even niet. Meer heb ik niet nodig.'

Wim Veen: 'Dankzij de digitalisering groeit nu bovendien een generatie op die veel beter kan selecteren en filteren dan de vorige generatie - wij, dus. Ik noem ze de Homo Zappiens; jongeren die overweg kunnen met meer informatiebronnen dan ooit tevoren.'

Paul Molenaar: 'Als ik naar mijn eigen kinderen kijk - ik heb er vijf - dan zie ik toch niet zo veel ontwikkeling. Ik vind niet dat ze scherper met bronselectie omgaan. Jongeren zijn vooral entertainment-gericht. Het is niet zo dat de jeugd nu massaal wiki's (interactieve kennisnetwerken, mh) zit te bouwen.'

Wim Veen: 'Dat zie ik bij mijn studenten dus wel. Jongeren maken slimmere keuzes, blijkt uit een hoop onderzoeken.'

Erik Jan Gelink: 'De gemiddelde 21-jarige heeft in zijn leven 5.000 uur computergames gespeeld, 250.000 sms-jes en mails verstuurd, 10.000 telefoongesprekken gevoerd en is 3.000 uur online geweest. Kortom: dat is een digital native. Wij zijn digital immigrants. Terwijl wij vergaderen, zit die 21-jarige ondertussen nog zes andere dingen te doen. Jongeren zijn beter in multitasking.'

Rop Gonggrijp: 'Nou, ik kom veel mensen tegen die van zichzelf vinden dat ze goed kunnen multitasken. Maar meestal zijn ze gewoon slecht geconcentreerd.'

Gelink citeert Linda Stone, een Amerikaanse onderzoekster die beschrijft hoe de moderne mens constant het middelpunt van een netwerk probeert te zijn: 'Stone noemt dat verschijnsel continuous partial attention.

Ze vroeg tijdens een lezing aan haar publiek wie zich voor het laatst voor de volle honderd procent op iets geconcentreerd had. Niemand antwoordde. Zelf doe ik dat ook: als ik met iemand zit te praten, kijk ik toch stiekem even of er geen sms-je op mijn telefoon is binnengekomen.'

Paul Molenaar: 'We zijn sneller en efficiënter geworden, maar dat leidt niet altijd tot een grotere rijkdom aan informatie. Jonge mensen vragen zich niet af waar de informatie vandaan komt en of het wel waar is wat ze lezen of zien.'

Wim Veen: 'Ik vergelijk de opkomst van ict en internet vaak met de uitvinding van de stoommachine: nieuwe technologie verandert niet de mens zelf, maar wel de samenleving. Vroeger was je lid van een schaakclub of de postzegelclub. Nu ontmoeten mensen elkaar in virtuele werelden als World of Warcraft of Second Life (snel groeiende 3d-netwerken, mh). Ze zien het als een uitbreiding op zichzelf.'

Paul Molenaar: 'Ik hoor eerder tegenovergestelde geluiden. Jongeren die juist echte ontmoetingen meer op prijs stellen. Zij vinden hun mobieltje bijvoorbeeld veel belangrijker dan de computer.'

Erik Jan Gelink: 'Ik vind het eerlijk gezegd een sociale verarming, die virtuele werelden.

Ik zou het niet prettig vinden als mijn kinderen opgroeien achter een beeldscherm.'

Rop Gonggrijp: 'Second Life wordt gepresenteerd als een 3d-alternatief voor het web. Maar mij pakt het niet. Dan loop je daar met zo'n poppetje rond en dan mag je het aankleden...'

Wim Veen: 'Maar de Harvard Business School heeft wel een virtueel college in Second Life neergezet. Ik hoef er de deur niet voor uit en pik toch die kennis mee.'

Paul Molenaar: 'Zelfs Nederlandse politici gingen in Second Life folderen voor de verkiezingen. Dat is de beste graadmeter dat het ècht een hype is. Ik kan nog geen serieuze toepassing zien in Second Life.'

Volgens Rop Gonggrijp dichten mensen technologie, met name computers, bijzondere krachten toe. 'Neem de Stemwijzer: niemand zou die enquête serieus nemen als ie was afgedrukt in de Libelle. Maar omdat het 'op internet' staat, beschouwen we het opeens als rocket science, een site die miljoenen Nederlanders vertelt hoe ze moeten gaan stemmen. In fucking twintig of dertig vragen!'

Wim Veen zucht: 'Dat zijn toch dezelfde mensen die zo dom zijn om de testjes in de Libelle in te vullen?'

Erik Jan Gelink: 'Er zijn testjes gedaan met cijferlijstjes, die geprint werden en met de hand uitgeschreven. Testpersonen vonden de geprinte lijstjes er betrouwbaarder uit zien. Ze denken dat computers de waarheid vertellen.'

Maar internet heeft ook de prosumer voortgebracht, zegt Gelink. 'Een consument die een winkel binnenwandelt en meer weet dan de verkoper.' 'En meerdere nieuwsbronnen tot zijn beschikking heeft, niet alleen de krant en het achtuurjournaal', vult Wim Veen aan.

'Je kunt dankzij internet niet meer zo makkelijk met leugens wegkomen als vroeger', zegt Rop Gonggrijp. 'Maar nieuwe technieken als de Megaphone maken ook misbruik van het web. Israël gebruikt die techniek bijvoorbeeld om sites te beïnvloeden waar anti-Israëlische meningen geventileerd worden.'

Ook bedrijven proberen via het web de publieke opinie te kneden. 'Je hebt niets meer aan online restaurantrecensies', vinden Rop Gonggrijp en Erik Jan Gelink. 'Een positieve recensie bewijst vooral hoe handig de restauranthouder is in het regelen van gunstiggestemde vrienden.'

'Het zou ook naïef zijn om te denken dat informatie er beter op is geworden', zegt Paul Molenaar. 'We hebben alleen meer keuzevrijheid gekregen.'

Rop Gonggrijp prijst de netneutraliteit; een web waar grote commerciële partijen geen invloed op uit kunnen oefenen. Maar Paul Molenaar houdt rekening met een nieuwe economie, een internet waarbij sommige gedeelten van het web makkelijker bereikbaar zijn dan anderen. 'Er ontstaan gescheiden netten. Snel en langzaam, gesponsord en niet-gesponsord. Een westers web, een Chinees web, een islamitisch web... In feite is dat nu al het geval.'

Blijft het Westen wel de dominante speler op internetgebied en houden de Verenigde Staten de controle? Rop Gonggrijp: 'Het us Department of Commerce beheert de onderliggende dns-structuur van het web. Ze zouden in theorie kunnen besluiten om het helemaal anders te doen en alle .com- en .net-domeinen opnieuw uit te geven.'

Paul Molenaar: 'Die kans is klein. De huidige structuur is een ondoorzichtige kluwen van belangen en dat houdt zichzelf in stand.'

Maar Google treft wel zijn voorbereidingen, vervolgt Molenaar: 'Ze kopen nu dark fibre - ongebruikte glasvezelkabel - op. Want Google wil om consumenten te bereiken niet afhankelijk zijn van andere partijen.'

Erik Jan Gelink: 'Netwerkbeheerders - ik werk toevallig zelf bij een kabelmaatschappij - is het een doorn in het oog dat megabedrijven als Google vrij toegang hebben op ons netwerk en geld verdienen aan onze klanten.'

Paul Molenaar: 'Ik snap ook niet dat de nma (Nederlandse mededingingsautoriteit, mh) nog geen onderzoek heeft ingesteld naar de manier waarop een bedrijf uit Californië de Nederlandse markt overheerst.'

'Maar Ilse Media heeft toch een eigen zoekmachine?', vraagt Rop Gonggrijp. Molenaar haalt zijn schouders op: 'De strijd om zoekmachines voor de massamarkt is gestreden.'

Erik Jan Gelink: 'Google lijkt zo'n onschuldige witte pagina op je scherm, maar er zit een superslimme strategie achter. Zij beheren de database of intentions, een enorme verzameling zoekgegevens van alle Google-gebruikers. Straks krijg ik automatisch een aanbieding voor nieuwe gadgets, omdat Google ziet dat ik regelmatig naar technologiesites surf.'

Maar niet alleen de almachtige zoekmachine is een risicofactor, zegt Wim Veen. Er zijn meer vindingen die gevoelig zijn voor data-mining - het geautomatiseerd zoeken naar relaties en patronen in grote hoeveelheden gegevens: 'Dat geldt net zo goed voor mijn Tomtom en mijn mobiele telefoon. Zodra ik die aanzet, ben ik opspoorbaar.'

Rop Gonggrijp: 'Onze kentekens worden automatisch gefotografeerd, onze gezichten worden door de computer herkend. In winkels analyseren videocamera's je koopgedrag. Anonimiteit en privacy op internet zijn een gepasseerd station sinds de bewaarplicht is ingevoerd. Waarschijnlijk kan over een paar jaar elke agent vrijelijk zitten browsen in de e-mail en het surfgedrag van anderen.'

Hebben we onze communicatie dan in handen gelegd van een techniek die ons te makkelijk kan afluisteren en controleren? Gonggrijp: 'Ah, je bedoelt de Doctor Frankenstein We Have Created a Monster-hypothese? Nee, ik denk dat we zonder het internet slechter af zouden zijn.'

Erik Jan Gelink: 'Voor veel mensen weegt het gebrek aan privacy en anonimiteit niet op tegen het extra plezier dat ze krijgen. Mijn leven is er bijvoorbeeld een stuk efficiënter op geworden nu ik in de file of in het weekeinde nog even iets kan mailen.'

Gongrijp: 'Dat vind jij een zegen, omdat je zelf baas bent. Maar je kunt niet van je medewerkers verwachten dat zij ook thuis of in het weekeinde werken.'

Paul Molenaar: 'Nou, efficiënter... Volgens mij werken veel mensen thuis om eens een keer een rustig dagje te hebben.'

Wim Veen: 'De scheidslijn tussen werk en privé wordt alsmaar vager. Ik zit ook 's avonds nog mijn mail te beantwoorden, maar als je passie hebt voor je werk is dat geen probleem.'

Erik Jan Gelink: 'Ik vind het veel ernstiger dat onze kinderen worden blootgesteld aan informatie die ze niet zouden moeten zien.'

Paul Molenaar: 'Ik laat mijn kinderen liefst zelf het kaf van het koren scheiden op het web, maar ik heb thuis op de router wel een paar sites geblokkeerd. Ik vind alleen jammer dat msn zo slecht is voor hun spelling. Een drama!'

Rop Gonggrijp, vertederd: 'Ik kreeg laatst voor het eerst sinds jaren een virus hoax toegestuurd. Van mijn zoontje van negen: Stuur dit naar al je vrienden, stond er boven. Ik dacht, die moet ik toch even iets uit gaan leggen.'

Marc Hijink is redacteur van NRC Handelsblad.