Lethargie in de kerststal

Michiel van Erp ontmoet Jozef en Maria in een kerststal in IJsselstein. Deel 1 van een serie observaties van een rondtrekkend filmmaker.

Een levende kerststal in het atrium van het Haagse stadhuis Foto Leo van Velzen Den Haag, 17/12/02. In het atrium van het Haagse stadhuis staat een levensechte kerststal opgesteld met o.a. een kameel , 'n soort oeros, 'n ezel , nog wat pluimvee en flappie. De drie wijzen waren reeds gearriveerd (vermoedelijk niet met de spoorwegen en ook niet uit het Oosten aan hun haags accent te horen.) foto leo van velzen/nrc.hb. Velzen, Leo van

‘Weet je wat we nou vergeten zijn ?’ Maria kijkt vermoeid naar Jozef, ze is blij dat ze even rustig op haar krukje in de kerststal zit en heeft duidelijk geen zin in onrust op deze ochtend. „De vuilniszakken voor de stront. Wat nou ?”

De levende kerststal is vanochtend vroeg om half zeven gearriveerd in de historische binnenstad van IJsselstein. Twee bestelwagens vol dieren, planken, stro en veevoer. Een groots opgezette kerstmarkt moet het publiek verleiden tot de aankoop van voornamelijk nutteloze voorwerpen. Grote attractie is de levende kerststal op het plein voor het stadhuis.

Ik ben in alle vroegte met een cameraploeg hier naar toe gereisd om voor een commercial opnames van de opbouw van de levende kerststal te maken. Ik ken het fenomeen uit mijn Brabantse jeugd. Ieder jaar wandelden we met de hele familie naar een levensgrote beeldengroep van Jozef, Maria, Jezus, herders en de drie koningen. Ik was vooral gefascineerd door de drie koningen en met name door de zwarte Caspar. Geen idee waarom ze zulke mysterieuze geschenken bij zich hadden. Het enige levende aspect van de stal waren een paar schapen die tussen de beelden door krioelden.

Hier in IJsselstein is alles wat grootser aangepakt. Maria, Jozef en een twintigtal dieren zijn allemaal levend. Alleen de rol van Jezus wordt door een plastic pop vertolkt, en de drie koningen en ook de herders ontbreken.

Maria heeft vandaag zichtbaar geen zin in het uitbeelden van haar rol. De regen verhindert het gezellig rondwandelen tussen de dieren en Jozef lijkt geen makkelijke prater, in ieder geval niet met haar. „Je had hier vier jaar geleden moeten komen”, zegt de vrouw van de poffertjeskraam tegenover de stal. „Maria en Jozef waren al rond lunchtijd stomdronken geworden van de glühwein. Ze zijn toen voor het einde van de kerstmarkt afgevoerd.”

Maria doodt de tijd met de pop-als-kindeke-jezus op haar schoot en wiebelt er een beetje mee alsof er leven in zit. Het is onduidelijk of ze uitbeeldt dat Jezus net geboren is of al een paar dagen op aarde verblijft. Maria weet het zelf niet. „Ik ben allang blij dat we de boel op tijd uitgepakt hebben.” Urenlang stonden Hassan de kameel, 6 geiten, 7 kippen, 2 ganzen, een kleine stier en een paar schapen samengeperst in de bestelwagen. Nu ze het iets ruimer hebben, liggen de meeste languit bij te komen van het ongemakkelijke transport. Ik vraag me af of het niet handig was geweest om wat meer mensen in de stal te zetten, om op Maria, Jozef en misschien ook de glühwein te letten en om wat meer leven in de stal te blazen. Het geheel ziet er nu wat futloos uit. Drie gedreven koningen erbij zou een hoop schelen.

Een schreeuw uit de poffertjes kraam. De eigenaresse, die voortdurend de stal in de gaten lijkt te houden, ziet een gans over het hek van de stal springen. Een paar omstanders én Jozef rennen er in een draf achteraan maar de gans heeft een behoorlijke voorsprong. Maria, net even aan het uitrusten met haar eerste glaasje glühwein, lijkt vooral geïrriteerd. Nu moet ze in haar eentje de boel bewaken.

In de stromende regen staan een paar moeders en kinderen achter een hek de stal te bewonderen. Ze blijken de dieren nog te herkennen van afgelopen dierendag, toen Maria en Jozef ook in IJsselstein aanwezig waren. „Hassan! Pas op!”. Maria springt opgewonden van haar kruk en gooit kindeke Jezus in een reflex naar achteren in het hooi. Een kleine driftig stier, voor het eerst aanwezig in de levende kerststal, probeert Hassan de kameel, ,,een oud gediende in het vak”, te bestijgen. Het tafereel gaat met veel kabaal gepaard en een paar moeders trekken hun verbaasde kinderen weg bij de stal. Terwijl Maria de parende stier van Hassan probeert af te trekken spuugt Hassan van schrik en opwinding een grote witte fluim in het gezicht van een klein meisje. „’t Is de natuur en die hormonen hé”, mompelt Maria tegen het huilende kind. „De volgende keer moeten jullie die stier maar thuis laten”, zegt de vrouw van de poffertjeskraam. „Of meer versterking meenemen om de boel onder controle te houden.”

Een half uur later keert een vermoeide Jozef zonder gans weer terug. Voor de zekerheid stopt Maria haar handsfree blue-tooth telefoontoestel in haar oor voor het geval dat iemand de gans gevonden heeft en contact zoekt met de stal. „Nou Jozef, dat was even schrikken hè! Ik ben wel weer toe aan een glaasje glühwein”, zegt Maria terwijl ze in een berg hooi op zoek gaat naar Jezus. „Hoe lang moeten we eigenlijk nog?”

Thuisgekomen zie ik bij de buren de kerstboom fel verlicht voor het raam staan met daaronder een kerststal. Ook daar alleen Maria, Jozef en kind. De drie koningen staan met de geschenken in de vensterbank. Ik begrijp van mijn buurvrouw dat zij in de komende dagen langzaam verplaatst worden naar de kerststal. Daar zullen ze, zoals gebruikelijk, pas op Driekoningen arriveren bij de kribbe van Jezus. Drie wijzen uit het Oosten zijn dus helemaal geen historisch verantwoorde optie als hulptroepen voor IJsselstein volgend jaar. Misschien een paar als herder verklede vrijwilligers dan?

    • Michiel van Erp