‘Iran moet gestopt worden, koste wat het kost’

Het vooruitzicht dat Iran binnen twee jaar een atoomwapen zou kunnen ontwikkelen, leidt in Israël tot grote zorg. Maar over de vraag hoe Iran te stoppen lopen de meningen sterk uiteen.

De minister wijst vanuit zijn werkkamer, hoog boven de verkeersdrukte, op de markt rondom het oude busstation van Tel Aviv. „Daar, dat restaurantje werd vorig jaar nog opgeblazen door Islamitische Jihad met steun van Iran.” Ephraim Sneh, die met Amir Peretz de politieke leiding van het ministerie van Defensie vormt, gaat zitten en controleert met een half oog de plasma-tv met daarop CNN.

„De frontlinies van onze strijd met Iran liggen in onze steden, in de Palestijnse gebieden waar Iran Hamas en Islamitische Jihad steunt en in Libanon, waar zij Hezbollah financieren en bewapenen. Iran is de krachtcentrale van het terrorisme in deze regio”, zegt de socialistische plaatsvervangend minister, eens arts, brigadegeneraal.

Hij is opmerkelijk tevreden over de Iranresolutie die de VN-Veiligheidsraad vlak voor Kerst aannam. „De sancties zijn te mild. Maar ik ben de laatste om de betekenis van deze resolutie te kleineren. Dit is een belangrijk signaal. De teerling is eindelijk geworpen”, redeneert Sneh.

Veertien jaar geleden begon hij met zijn campagne tegen de nucleaire ambities van Iran. Eerst in de Arbeidspartij, als partijvoorzitter naast premier Rabin, in de Knesset, in de Socialistische Internationale en later als onderminister van Defensie.

„De wereld begint eindelijk te begrijpen hoe gevaarlijk dit Iraans regime is. Met een atoomwapen kunnen zij straks niet alleen de olierijke Golfstaten, de Arabische landen en Israël, maar ook Europa bedreigen en chanteren. De wereld ziet nu ook dat Iran via Hezbollah en Hamas een groot obstakel is voor het vredesproces in het Midden-Oosten.”

Hoe nu verder, is de vraag die Israël bezighoudt. De Islamitische Republiek Iran wordt van links tot rechts beschouwd als een strategische en existentiële bedreiging. Volgens The Jerusalem Post is „D-Day”, de dag dat besloten wordt over een Israëlische of Israëlisch/Amerikaanse aanval op ten minste twaalf nucleaire faciliteiten, niet ver meer weg.

In dagbladen en op conferenties worden door experts en ex-generaals gedetailleerde plannen besproken voor een preventieve aanval met F-151's, voorzien van bunkerbusters, en de mogelijke reacties van de Iraanse luchtmacht. De thriller, waarin een beeldschone joodse Mata Hari een shi’itische professor in het Iraanse Natanz verleidt tot het verraden van atoomgeheimen is een bestseller.

Voor Sneh is het nu nog simpel. De resolutie uitvoeren, de sancties, hoe bescheiden ook, in werking stellen en samen met de Verenigde Staten werken aan aanscherping van de strafmaatregelen, al dan niet in het verband van de VN of in een coalition of the willing.

Sneh: „2007 wordt een cruciaal jaar. Wij stellen voor om de internationale leveranties van benzine en diesel aan Iran met veertig procent te verlagen. Dat heeft onmiddellijk economische impact. Iran produceert namelijk wel olie, maar raffineert zelf niet. Nu kunnen we dit regime nog met diplomatieke middelen en sancties omverwerpen. Omverwerping moet het doel zijn.”

En: „Europa moet daaraan deelnemen, Europa, dat nu nog wordt afgeleid door de handelsrelaties met Iran, komt straks ook binnen het bereik van de Iraanse lange afstandsraketten. Joden zijn altijd de eerste slachtoffers van het kwaad, maar zij zijn zeker niet de laatsten of de enigen. Geloof ons, we hebben daar ervaring mee.”

Hij verwijst naar de getuigenis van Meir Dagan, de hoofddirecteur van de Mossad die heeft verklaard dat Iran vanaf 2009 over voldoende, dat wil zeggen 3.000 centrifuges zal beschikken om hoogverrijkt uranium voor één atoombom te produceren. Iran heeft op dit moment volgens het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) twee zogeheten cascades met ieder 164 centrifuges, nog lang niet voldoende.

Sneh: „We liggen met Iran op een ramkoers, als twee treinen die op elkaar inrijden. Ik weet het, het is voor de menselijke geest nu eenmaal moeilijk de vaak grimmige realiteit te onderkennen, ook zeer geachte politici en diplomaten hebben daar moeite mee. We kunnen de confrontatie alleen vermijden met krachtige sancties.’’

De vergelijking met een naderende treinbotsing is voor Uzi Eilam, tot voor kort wetenschappelijk directeur van het Israëlische atoomprogramma, precies de reden om te pleiten voor grotere koelbloedigheid. Eilam, ook een ex-generaal en nu werkzaam bij het Centrum voor Strategische Studies van de Universiteit van Tel Aviv is nucleair specialist en ergert zich aan het debat in Israël over Iran, zonder het antisemitisme van Ahmadinejad te willen onderschatten.

Eilam: „Ik vind sommige deelnemers ondeskundig en hysterisch. Die bravoure, die dreigementen met Israëlische militaire actie, ze doen meer kwaad dan goed. We moeten het juist cool spelen. Stille diplomatie in Rusland en Europa is aanzienlijk effectiever dan al dat geschreeuw. Kijk, als je sterk genoeg bent dan hoef je niet zoveel te praten en als je zwak bent kun je beter zwijgen. Zijn wij zo sterk? We hadden al moeite met Hezbollah in Libanon. Ik weet zeker dat wij dit probleem niet alleen kunnen oplossen. Ik vraag mij zelfs af of Amerika dat militair aan zou kunnen. Nu in ieder geval niet, vanwege Irak.”

Hij spreekt over „megafoondiplomatie”, die als ongewenst bijverschijnsel heeft dat het Israëlische bezit van kernwapens in de schijnwerpers wordt gezet. „Ik geef nog altijd de voorkeur aan de politiek van de ambiguïteit”, aldus Eilam die behoort tot de kring van ingewijden en nog altijd wetenschappelijk adviseur is van de generale staf.

Volgens Eilam heeft de internationale gemeenschap nog jaren („vier, vijf jaar, waarschijnlijk meer”) de tijd om met diplomatieke middelen en een aantrekkelijk pakket met „meer wortels dan stokken” het probleem op te lossen. Hij pleit voor een Amerikaans-Iraanse dialoog. „We weten feitelijk heel erg weinig over de exacte stand van de ontwikkelingen in Iran. Hoe ver ze zijn, hoeveel centrifuges ze hebben, of zij de verouderde technologie die de Pakistaan dr A.O Khan uit Nederland stal en aan Iran verkocht, kunnen moderniseren? We tasten in het duister. We weten wel dat zij nog grote obstakels moeten overwinnen. Ik zeg daarom: geef diplomaten en sancties de tijd. Iran is niet suïcidaal.”

Minister Sneh ergert zich aan dit soort analyses. „Die zorgen voor een soort schijnrust. Misschien heeft Iran nog problemen. Dat is het punt niet. We weten genoeg, we hebben in het verleden genoeg leugens gehoord van Iran en Ahmadinejad zelf is duidelijk genoeg geweest. Hij wil uiteindelijk 60.000 centrifuges bouwen en maakt daar heel veel geld voor vrij, terwijl de Iraniërs in grote armoede leven. Die man is alles behalve onduidelijk. Iran is een probleem voor de hele vrije en democratische wereld. Praten met Iran, prima, praat maar. Maar wie denkt nog in alle ernst dat de geestelijke leiders op andere gedachten gebracht kunnen worden door pragmatische, westerse politici? Een orthodoxe rabbijn breng je ook niet van zijn geloof af. Europa heeft het geprobeerd en heeft gefaald.”

Een preventieve luchtaanval? „We sluiten geen enkele optie uit, ook de militaire niet en wij hebben de militaire middelen. Iran moet gestopt worden, koste wat het kost.”

    • Oscar Garschagen