‘Het zit in je hoofd, die angst’

Jongens flirten openlijk met elkaar in de straten van Casablanca. Maar homoseksualiteit is strafbaar in Marokko. „Ik ben voortdurend bang.”

Abdellah Taïa Foto Daniel Mordzinski Abdellah TAIA. Foto: © Daniel Mordzinski./Sept 06. Mordzinski, Daniel

Jawad B. (26 jaar) is bang en vermoeid. We hebben afgesproken in een hoteltuin aan de rand van de oude binnenstad van Fez. De tuin is leeg op enkele Britse hotelgasten na, maar Jawad (niet zijn werkelijke naam) voelt zich zichtbaar ongemakkelijk. Sinds hij door fundamentalistische studenten van de universiteit verbannen is, voelt hij zich nergens op zijn gemak. „Er zijn studenten aangewezen die me in de gaten moeten houden. Ik ben voortdurend bang dat er iets met me gebeurt. Dit zijn geen moslims maar terroristen”, zegt hij.

Hij herinnert zich de avond van zijn ‘rechtszitting’ eind mei van vorig jaar nog goed. Het was een warme voorjaarsdag geweest op de campus van de Universiteit Mohammed Ben Adellah in Fez. Jawad zat in de woonkamer samen met een aantal vrienden naar muziek te luisteren toen er op de deur werd geklopt. Vier bebaarde studenten van de economische faculteit, leden van de islamitische studentenbeweging, kwamen binnen en vroegen Jawad of hij homoseksueel was. Jawad, die nooit een geheim had gemaakt van zijn seksuele voorkeur, antwoordde bevestigend. De vier eisten dat hij direct met hen meeging naar een vergadering van de studentenraad die de campus onder zijn beheer heeft. Daar moest hij maar eens verantwoording komen afleggen voor zijn obscene gedrag.

Onder begeleiding van zijn bebaarde wachters trad Jawad het zaaltje binnen. „Er waren zeker vierhonderd studenten van mijn faculteit bijeen. Maar er zaten ook oudere bebaarde mannen tussen die ik niet kende. Ik werd in het midden van die cirkel gebracht, samen met een student die als ‘rechter’ optrad. Leden van de islamitische studentenbeweging zaten op de eerste rij”, vertelt Jawad.

Drie uur lang werd hij door het studentengericht ondervraagd. Waar en met wie hij relaties onderhield. Hij werd ook beschuldigd. Hij zou seks hebben gehad met buitenlanders en met studenten op de faculteit. Jawad ontkende dat laatste. „Maar ik zei dat genoeg studenten en professoren op de universiteit homoseksueel zijn, net zoals ik. En dat niemand het recht had mij te veroordelen voor iets waar ik niemand kwaad mee doe. Ik ben homo, maar net zo goed moslim als zij: ik bid, ga naar de moskee en doe de ramadan. Ik ben zoals God me op de wereld heeft gezet. En het is God die me beoordeelt, niet die ellendige islamisten.’’

Na het verhoor kwamen de eisen van de zelfbenoemde ‘rechtbankjury’. „Sommige leden zeiden dat de dood de enige gerechtvaardigde straf was voor mijn gedrag. Anderen vonden dat er voor mij geen plaats was in het Marokko van de islam en dat ik het land uitgezet moest worden”, zegt Jawad. Enkele studenten bepleitten zweepslagen. Het ‘vonnis’ werd uiteindelijk verstoting van de campus. Jawad diende onmiddellijk zijn koffers te pakken en onder begeleiding van zijn bebaarde rechters het universiteitsterrein te verlaten.

„Ik smeekte ze het vonnis een dag uit te stellen. Het was inmiddels na middernacht. Ik had geen plek om te slapen. Maar ik moest weg. Ik mocht alleen nog op de universiteit komen voor het hoogst noodzakelijke, via een speciale achterdeur en niet door de hoofdingang.’’

At-Tajdid, het lijfblad van de fundamentalistische Parti de la Justice et Développement (PJD) meldde het voorval met ingehouden trots op zijn voorpagina. Onder de kop ‘Homo’s in Marokko komen uit hun holen’ deed het dagblad uitgebreid verslag van het studentengericht. „De betrokken student heeft vrijwillig bevestigd dat hij inderdaad homoseksueel is”, aldus At-Tajdid over het speurwerk van zijn studentenaanhang.

Een medestudent stelde de familie van Jawad op de hoogte. Sindsdien is alle contact tussen hem en zijn familie verbroken. Hij staat er alleen voor. „Medestudenten en vrienden wensen me sterkte. Maar ze doen niets om me te helpen. En Arabische homo-organisaties stellen niks voor. Ik wil het laatste jaar van mijn studie afmaken en een goede baan zoeken, maar hoe? Ik hoop maar dat ze er op mijn werk niet achterkomen, anders zit ik zonder inkomen.’’

Het artikel in At-Tajdid meldt dat het geval van Jawad B. slechts het topje van de ijsberg is. „Hij heeft de aanwezige studenten verrast door te vertellen dat hij niet alleen de homoseksuele daad bedrijft met Marokkanen, maar ook met buitenlanders die speciaal voor dat doel naar Fez komen”, zo schrijft de krant. In badhuizen en speciaal voor dat doel afgehuurde woningen vinden ontmoetingen plaats, vervolgt de krant. „Hij zei dat hij niet de enige is die hier dit soort smerigheden uithaalt”, aldus At-Tajdid.

Wie er oog voor heeft, ziet dat er druk wordt geflirt op de straten van Casablanca tot Marrakech en van Tanger tot Ouarzazate. Op de Boulevard Mohammed V in Rabat, op het terras recht tegenover het parlementsgebouw, waar breedgeschouderde agenten hun wachtrondes lopen, houden jongens en mannen elkaar nauwlettend in de gaten. Soms wordt er discreet een gesprekje aangeknoopt. Soms gaat het er openlijker aan toe. „Wow”, zegt duidelijk hoorbaar een knappe donkere jongen in een kaki G-star broek en strak wit T-shirt, terwijl hij in het voorbijgaan onbeschaamd een buitenlandse man blijft aankijken.

Het is de schrijver Abdellah Taïa (33) ook opgevallen. Tijdens zijn verblijf de laatste jaren in Europa is er iets veranderd in Marokko. Toen hij ’s avonds een treinkaartje kocht in het station van Rabat waren er opvallend veel jongens te bespeuren die de wacht hielden rond het stationsplein. In de rij stond hij achter een nogal vrouwelijke jongen die zo luidruchtig een gesprek stond te voeren met de man voor hem in de rij dat de halve stationshal het letterlijk kon volgen. „Ze wisselden openlijk telefoonnummer uit.”

Abdellah Taïa, die sinds zes jaar in Parijs woont waar hij een doctoraat in de Franse letteren voorbereidt, behoort samen met de eveneens in Parijs woonachtige Rachid O. tot een nieuwe generatie schrijvers die openlijk uitkomen voor hun homoseksualiteit. Taïa was de eerste die het afgelopen jaar met naam en toenaam uit de kast kwam. Hij publiceerde drie Franstalige boeken, die ook in Marokko verkrijgbaar zijn. Daarin schrijft hij openhartig over zijn relaties met mannen, compleet met expliciete seksscènes. Zaken die tot voor kort niet de Marokkaanse censuur passeerden.

Taïa is in Rabat om op uitnodiging van het Institut Français in de boekhandel Kalila Wa Dimna aan de Mohammed V boulevard zijn laatste werk te signeren: L’armée du Salut (Leger des Heils). „Abdellah Taïa geeft een nieuwe blik op onze samenleving”, zo presenteert de eigenaresse Souad Diouri trots de schrijver. Een dertigtal bezoekers luistert geconcentreerd bij zoete koekjes en muntthee. De gemiddelde leeftijd van het duidelijk literair geïnteresseerde publiek ligt boven de veertig. De jongere homo’s uit Rabat laten het vanavond afweten.

Nadat Taïa heeft voorgelezen uit eigen werk, beantwoordt hij vragen. Hij vertelt over zijn familie, hij is van simpele komaf, en over zijn jeugd in de volkswijk Hay Salam in Salé. Is het nou werkelijk nodig om je eerst als homo en pas in de tweede plaats als schrijver te presenteren, zo wil een man in het publiek weten. „We leven in een wereld waar je aanhoudend beledigd wordt door te zijn wie je bent’’, antwoordt Taïa. „Het is tijd dat iemand tegen dit taboe het woord neemt. Het beperkt misschien mijn thematiek, maar we moeten door die fase heen. Als de maatschappij dat accepteert, wordt het vanzelf banaal. Seksualiteit is voor mij homoseksualiteit.” Voor mij niet, zegt de man. „Dat is uw probleem”, antwoordt Taïa kalm. „U bent dapper, bravo!”, klinkt het uit het publiek.

„Ik schrijf autobiografisch. Als ik dat deel van mijn persoonlijkheid weglaat, is het een vorm van zelfcensuur’’, verklaart Taïa zijn militante homoseksualiteit. „Ik heb me nooit geschaamd voor wat ik ben. Het zijn de anderen die je bekijken alsof je ziek en niet normaal bent. Hoe kon ik aan de ene kant boeken lezen en films bekijken waar het openlijk over homoseksualiteit ging en het in mijn eigen leven verzwijgen?” De Franstalige weekbladen Le Journal en Tel Quel, spreekbuizen van Marokko’s beter opgeleide en liberaal denkende klasse, presenteerden Taïa als het nieuwe homoseksuele boegbeeld van Marokko. Ze publiceerden artikelen en een groot vraaggesprek met de homoschrijver. Het Marokkaanse televisiekanaal 2M besteedde aandacht aan de schrijver, overigens zonder zijn homoseksualiteit te melden. Als Taïa nu in Rabat over straat loopt, herkennen mensen hem. Tot dusver werd hij nooit lastig gevallen, wat niet weg neemt dat Taïa in Marokko op zijn hoede is. „Het is het gevoel van een klein jongetje dat iets heeft gedaan wat niet mag”, zegt hij. „’s Avonds in het hotel snel de deur op slot. Het zit in je hoofd, die angst.”

Taïa betaalde een hoge prijs voor zijn openheid. „Het Frans in mijn boeken en interviews beschermde me”, zo verklaart hij. Maar toen hij in mei van vorig jaar een groot interview kreeg in een Arabisch weekblad, kon plotseling ook de familie van de schrijver lezen dat hij een homo was. Net als de rest van de volksbuurt waar de Taïa’s hun residentie hebben. De familie was woedend. Het contact werd prompt verbroken.

De student Jawad B. en de schrijver Abdellah Taïa zijn het gezicht van een samenleving die op twee snelheden draait. Terwijl een deel van de groeiende middenklasse aansluiting vindt bij de liberale normen en waarden van Europa, zoekt een ander deel van de maatschappij juist houvast bij de meest traditionele waarden van de Marokkaanse maatschappij. En die beschouwt homoseksualiteit als haram, een zonde en een bron van hchouma, schaamte.

De kritiek op homoseksualiteit komt vooral uit religieuze hoek. Nog niet lang geleden verklaarde een lid van de raad voor oulema, de islamitische schriftgeleerde van Rabat-Salé, dat voor homo’s de brandstapel een goede straf zou zijn. Aanhangers van de fundamentalistische sekte Al Adl Wahl Issane, leden van de islamitische partij PJD en commentaren in het dagblad At-Tajdid gaan regelmatig te keer tegen drugs, alcohol, seks en vooral tegen homoseksualiteit. Meestal wordt het laatste automatisch op een hoop gegooid met pedofilie en prostitutie. Zaken die worden voorgesteld als plaag die met de toeristen uit het geperverteerde Europa is komen overwaaien en het hele land dreigt te besmetten.

De fundamentalisten, die de laatste jaren sterk in aantal zijn gegroeid, wijzen op het verboden karakter van homoseksualiteit in Marokko. Artikel 489 van de strafwet bepaalt immers dat „ontuchtige en tegennatuurlijke handelingen met een persoon van dezelfde sekse’” bestraft kunnen worden met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en boetes van tussen de 120 en 1000 dirham (11 tot 90 euro).

Alle verbodsbepalingen ten spijt kent seks tussen mannen en jongens in Marokko een lange geschiedenis. De mediterrane machocultuur dicteerde dat de actieve man in de seksuele verhouding niet als echte homo werd beschouwd. Die rol was weg gelegd voor de passieve partner. Hij was de nicht die minachting ten deel viel.

In een essay over homoseksualiteit voor het Spaanse dagblad El País beschrijft Taïa hoe hij als 13-jarige zag dat zijn wijkgenoot Samir, een erkende nichterige homo, beurtelings werd vernederd en genomen door zo’n beetje alle mannen uit de buurt. Hij belandde uiteindelijk in een gekkenhuis. Het was voor Taïa een teken dat hij op zijn tellen moest passen. Hij beschrijft echter ook hoe hij vanaf zijn tiende jaar probleemloos seks had met twintigers. Seksuele relaties tussen mannen en jonge jongens zijn niet onbekend. Het geïsoleerde Noord-Marokkaanse bergstadje Chouen had tot 1937 een markt voor jongensslaven, waar de lokale djebala-stam zijn inkopen deed.

„Als je de klassieke Arabische literatuur er op na leest, zie je dat er niets nieuws onder de zon is”, aldus Taïa. „Maar ook moderne dichters als de Marokkaan Mohammed ben Brahim bezingen duidelijk de schoonheid van de jongens.’’

Wat Taïa betreft is de tijd gekomen dat de taal zich aanpast. Een homo wordt traditioneel in het Arabisch zemmel of chadd jinsi genoemd, een mietje of pervert, een duidelijk verhullende en denigrerende term. „We moeten nieuwe woorden gaan gebruiken, zoals het meer neutrale mithli: iemand die van zijn eigen sekse houdt.’’

De min of meer verhulde mannenseks paste goed in het exotische plaatje van het oriëntalisme dat de westerlingen vanaf de negentiende eeuw Marokko begonnen te hebben. Verhalen van sultans die zich lieten verwennen door luitspelertjes waren al langer bekend. Voor Europese homo’s had dat zo zijn aantrekkingskracht. De gevierde Britse Marokkokenner Walter Harris (1866-1933) werd in de straten van Tanger met een mes achterna gezeten door de vader van een van zijn huisslaafjes. De eerste Franse residentgeneraal Hubert Lyautey was een erkend homoseksueel.

Vanaf de jaren vijftig werd Marokko ontdekt door de beatgeneratie en kreeg het land faam als reisbestemming voor homoseksuele schrijvers en artiesten. De Britse toneelschrijver Joe Orton doopte de stranden van Tanger om tot de Costa del Sodomy, schrijvers als Jean Genet en Paul Bowles kozen de stad als woonoord, de modekoning Yves Saint-Laurent koos Marrakech als uitvalsbasis. Gestimuleerd door Paul Bowles schreef Mohammed Choukri (1935-2003) in 1972 Le Pain Nu (in het Nederlands vertaald als Hongerjaren), een rauwe roman over zijn harde jeugd in het noorden van Marokko, waar de seks tussen jongens expliciet werd beschreven. Het boek was tot voor kort in Marokko verboden.

Seksschandalen met buitenlanders halen regelmatig de voorpagina’s. Ook kinderprostitutie in arme wijken van toeristencentra, zoals de Chellah van Marrakech, zijn niet langer taboe in Marokko’s relatief vrije pers. „Sekstoerisme is een hardnekkig verschijnsel’’, aldus een betrokken hulpverlener. „Hele families zijn ervan afhankelijk. Een minderjarige jongen verdient op een avond meer dan zijn vader in een hele maand.’’

De Marokkaanse autoriteiten is er veel aan gelegen dat toeristencentra als Marrakech en Agadir niet als het Bangkok van Noord-Afrika te boek komen te staan. Het gezag treedt regelmatig op tegen buitenlanders als de jongensprostitutie de spuigaten dreigt uit te lopen. Wie tegen de lamp loopt, kan tot jarenlange gevangenisstraf worden veroordeeld. Dat overkwam begin vorig jaar de 40-jarige Michel E. uit Son en Breugel die op heterdaad werd betrapt. Zijn 17-jarige Marokkaanse vriend bekende dat hij al twee jaar lang seks tegen betaling had met de Nederlander. Die werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens ontucht en het aanzetten tot prostitutie.

„Een deel van de jonge homo’s verdient bij door met oudere toeristen te neuken, maar ook met andere Marokkanen’’, zegt Mahmut B. van achter zijn enorme Gucci-zonnebril. Jarenlang verkeerde hij zelf in de kringen van travestieten en jongensprostitué’s die actief zijn in cafés, hotels en discotheken in Tanger. „Het is een makkelijke manier om aan de kost te komen en merkkleding te kunnen kopen. Daarnaast speelt de hoop dat je door contact met een Europeaan hier weg kan komen. ’’

Ondanks alle hypocrisie is Marokko een tolerant land, vind Mahmut. Neem de affaire Tétouan. Marokko werd twee jaar geleden opgeschrokken door de arrestatie van 43 homojongeren die voor een verjaarsfeest een zaaltje hadden afgehuurd in de oude medina van de stad. Buurtbewoners hadden geklaagd over travestieten en geluidsoverlast. Onmiddellijk werd een vergelijking getroffen met Egypte, waar in 2002 21 homo’s werden gearresteerd nadat ze waren betrapt bij een homofeestje op een cruiseboot. Hun veroordeling tot drie jaar gevangenisstraf zorgde internationaal voor opschudding. De studenten in Tétouan kwamen er af met een nacht in de cel. Een aantal van hen moest de studie staken naar aanleiding van de zaak.

Alle morele herbewapening ten spijt groeit het zelfbewustzijn onder de nieuwe generatie Marokkaanse homo’s. Satelliettelevisie, mobiele telefoons en het internet openen daarbij deuren en ongekende mogelijkheden om aan de sociale druk te ontsnappen. „Via de satelliet kunnen jongeren de Franse televisiekanalen zien waar de homoseksualiteit uitgebreid ter sprake komt’’, zegt de in Barcelona woonachtige Samir Bargachi (19). Met zijn vriendenkring zette hij als webmaster de homowebsite GayMaroc op (http://groups-beta.google.com/group/GayMaroc). Vooral buiten de grote steden, waar de ontmoetingsplaatsen in bars en discotheken ontbreken, hebben de nieuwe media voor een doorbraak geleid. Jongeren bezoeken de Franse website Kelma of de internationale homosite Gaydar om te chatten of contact te leggen. In Marokko zelf zorgde de website Emarrakech (www.emarrakech.info) voor een revolutie door een apart discussieforum over homoseksualiteit te beginnen.

Als de voorspellingen uitkomen, zal de fundamentalistische PJD bij de parlementsverkiezingen dit jaar uitgroeien tot de grootste partij. Zal dit de situatie van de homo’s verslechteren? „Ik weet niet of de opkomst van de PJD de maatschappij zeer zal veranderen’’, zegt Abdellah Taïa. „De Marokkanen houden van het leven. Ze willen eten, flirten en seks hebben.”

„We zullen zien’’, zegt Mahmud en neemt een trek van zijn sigaret. „Als we het nu in het geheim doen, kunnen we het ook straks in het geheim doen.’’ Maar Jawad B. is pessimistisch. „Als ze straks onverhoopt aan de macht komen, hoeven we ons weinig illusies te maken.’’

Met dank aan drs. Jan Hoogland van het Nederlands Instituut Marokko voor vertalingen.