Heden ik

Verweel is niet meer zo happy. Sinds de invoering van het studiehuis is de lol eraf. Als nazaat van een straatprediker en een bovenmeester heeft hij echt wel een boodschap voor zijn leerlingen. Denk zindelijk, wees betrouwbaar, weet dat er niets nieuw is onder de zon. Eert uw vader en moeder, dat ook. Ooit waren er dagen: het rooster was nog gewoon het rooster, het examen was het examen en wie lui was geweest deed een jaartje over. Dezelfde stof, ja. Wat is daar op tegen?

Verweel was een verteller. Zijn zinnen waren lang, zijn bijzinnen berucht. Het was niet iedereen gegeven de draad van zijn verhaal te volgen. Inslapen bij Verweel was vertrouwd en veilig. Zijn leerlingen wisten: als zijn stem een concluderende toon krijgt, gaat hij de uitwijding van de afgelopen dertig minuten samenvatten. Helaas, maar met de komst van het PTA, van de onderlinge vakafstemming, de objectieve beoordelingscriteria, is Verweel een functionaris. Hij moet coachen, leerprocessen begeleiden, activerend liefst.

Verweel is een loyaal man. Hij doet zijn best. Maar soms haalt hij uit. Soms buldert zijn stem drie lokalen ver: ik ben de leraar, en jij bent de leerling. Weet je wat het verschil is? Ik weet dingen die jij moet leren!

Toch ook als coach wordt Verweel gewaardeerd. Al krijgt hij vaak het gevoel dat het niet om zijn vak gaat maar om zijn ‘Jurassic Park status’. En áls hij dan nog eens mag vertellen dan overkomt het hem dat hij zijn eigen stem hoort en dan vooral een balkende klank daarin. Verontrustend.

Ook heeft hij onverklaarbare driftbuien. Vooral domme tweedeklassers vliegen er snel uit. Zijn geduld is al op als hij zo’n apenkooiclub binnenkomt. En wat erger is: zijn geheugen speelt hem parten. Zijn geheugen past zich aan aan de tijdgeest. De verhalen die hem inspireerden, brokkelen af tot feiten en wat zijn feiten als er geen leraar is om ze te duiden? Hodie mihi, klaagt hij geregeld. Ik word oud.

Mijnheer Verweel, klopt het dat u een ouderwetse leraar bent?

Roos vroeg hem dat laatst, zijn beleefdste leerlinge. Verweel krabde aan zijn kin, keek de vragenstelster aan, zag haar zwart gestifte lippen, haar vriendelijke gothicogen en schudde zijn grote hoofd.

Nee, Roos, zei hij. Of, laat me denken... Nee. Eigenlijk niet. Eigenlijk ben ik een moderne leraar. Maar dat moet weer ontdekt worden.

    • Marijn Backer