Haaien bijten alleen uit belangstelling

Zelfs voor de vakantieganger die snel verveeld is, moet duiken met haaien in de oceaan een uitdaging zijn. Je hangt in een stalen kooi aan de boot vast, duikpak aan, masker op, flippers aan de voeten. En zakken maar. Het water voelt koud.

Bijna nergens ter wereld zwemmen zo veel Great White Sharks als langs de Zuid-Afrikaanse zuidkust Foto Jeffrey Barbee The southern coast of South Africa is home to some of the highest concentrations of Great White Sharks in the world. People come from all over the world to visit these giant predators of the sea, and usually leave from Gansbaai, an otherwise sleepy community tucked into the cliffs facing the roaring forties. When the weather is good enough, the shark cage diving boats head out for the day. Barbee, Jeffrey

Je reis door Zuid-Afrika dreigt even slaapverwekkend saai te worden als je vorige vakantie in Zuid-Spanje. Het zeewater rond Kaapstad vind je te koud, het strand te winderig en die Tafelberg heb je nu wel gezien. Of eigenlijk: niet gezien, met dank aan die dikke sliert wolken die er negen van de tien dagen om de berg hangt. De pinguïns op het strand van Simon’s Town vind je te braaf en van de toer door de krottenwijk van Houtbaai gaat je hart ook niet sneller kloppen.

Wat jij wilt is een vakantie waar je over kunt verhalen bij thuiskomst. Wat jij wilt is duiken met haaien, precies zoals die folders op de balie van je hotel adverteren. Brad Pitt en Nicolas Cage deden het ook, volgens de achterkant van de brochures. Die twee acteurs zeiden een ervaring te hebben gehad die ze nooit zullen vergeten. En die gasten maken toch heel wat mee in hun leven.

Je boekt dus dezelfde dag nog, bij White Shark Ecoventures, of White Shark Projects, of Shark Diving Unlimited. Kan niet schelen. De volgende ochtend ga je met het busje mee van een van die touroperators. Of je rijdt zelf naar Gansbaai, hoofdstad van de Grote Witte Mensenhaai. Die rit duurt iets langer dan tweeën half uur. Zelfs voor iemand die zo snel verveeld is als jij, is dat best plezierig. Zodra je de rook en de flatgebouwen van Somerset West voorbij bent, ontvouwt zich voor je ogen een van de mooiste kusten van zuidelijk Afrika. Je voelt je langzaam kleiner worden tegen de achtergrond van de reusachtige bergwanden die hier in de Indische Oceaan storten. Je passeert Hangklip, een rotspunt die zich door eeuwenlang schuren van wind en zee steeds verder losmaakt van het vasteland en je denkt: als hij maar blijft hangen, die hangklip.

De hoofdstad van de Great White Shark mis je dan niet zomaar. Het stadje is de volgende stop na Hermanus, hoofdstad van de Southern Right Walvis, en Stafford, beroemd om zijn bierbrouwerij. Ze noemen dit plaatsje Gansbaai, maar alles in dit oord draait om haaien. Acht touroperators vechten in de haven van Gansbaai om aandacht van de toerist met buitenlandse valuta. Voor eeuwenoude vissershuisjes, met hun typisch ronde Kaaps-Hollandse gevels, staan stalen kooien. In die stalen kooien staan poppen met duikpakken aan, maskers op, en flippers aan hun voeten. Dat ben jij dus, in een paar minuten tijd.

Voor het zover is, serveren ze je eerst nog een stevig ontbijt, met dikke ham, scones met slagroom en koffie. Terwijl je zo je kater van de vorige avond wegspoelt, stelt Gerald zich aan je voor, de kapitein van de boot waarmee je Shark Ally zult invaren, het steegje van de haaien. „Als je straks moet overgeven, doe het dan van de wind af’’, luidt het advies van Gerald. Je kijkt naar de kruimels op je bord en vraagt je ineens af of je met die scones niet beter even had kunnen wachten.

Voordat je het weet, zit je dan al op de boot, die Predator II heet, The Sharklady of een andere stoere naam draagt. Je vaart uit richting Dyer Island, een eiland vol zeehonden. Zij zijn het favoriete maal van de Grote Witte Mensenhaai. De boottocht duurt zo’n vijftien minuten. In dat kwartier staan Gerald en zijn helpers al ijverig te scheppen in de ton vol stinkende tonijn. Ze noemen dat chum, visaas. „Gebakjes voor de haai’’, grapt Gerald. De boot klapt op en neer op de golven, je ziet het bloed rondtollen in de tonijnton en je denkt opnieuw aan die scones en slagroom van vanochtend. Je denkt: niet aan denken.

Duiken met haaien is een privilege, heeft Gerald je uitgelegd. Waar in de wereld zie je nog wild in de vrije natuur? Zelfs de giraffen en de leeuwen in het Krugerpark zijn niet vrij. Ook zij leven met een hek om hun habitat. In het wildpark rijd je naar de waterbekkens, daar vind je vanzelf de grootste dieren. Maar op de oceaan moet je wachten op het roofdier. In je duikpak, in de kooi die langs de boot naar beneden is gelaten. Naast je zitten drie andere duikers, die al net zo gedesoriënteerd kijken als jijzelf. Het water van de oceaan voelt koud, en is niet blauw zoals in de folder, maar groen. Het zicht is twee, drie meter hooguit. En alles wat je door je duikbril ziet, zijn tralies, en kleine visjes die Gerald malats noemt of silver breem.

Het water staat tot aan je lippen. De kooi piept, terwijl de boot op en neer schommelt. Je denkt: als ze maar gauw komen, die haaien. Want de scones en de slagroom zoeken al naar een weg naar buiten. Dan gilt Gerald ineens: „Go down, go down’’, en je trekt je zelf omlaag aan de tralies van de kooi. Daar beneden doemt inderdaad een grote vis op, die zijn spitse neus een fractie van een seconde door de grootste opening in de kooi steekt, precies op de plek waar jij met je handen de tralies vasthoudt. De haai hapt vergeefs naar de halve kilo tonijn die voor de kooi hangt, en lost dan weer in het kille groene water op. De drie duikers naast je gillen van opwinding, en jij dus ook. Je hebt een haai gezien, een echte. Maar alles ging zo snel dat je niet meer weet of het echt was wat je zag, of verbeelding.

Dan volgt weer het wachten in de kou. Want Gerald voorspelt dat er zo nog heel wat meer haaien naar zijn tonijn komen kijken. Jij zegt: cool, maar je denkt: waarom betalen toeristen hier 1.000 rand (110 euro) voor? Het bloed van de aangevreten tonijnvis sijpelt langzaam door de poriën van je duikpak, plakt aan je handen. Gerald roept weer: „down, go down”. Maar haaien zie je niet. „Sorry’’, zegt Gerald, „hij is alweer weg.’’ Zo laten ze je nog een twintig minuten hangen. Zo passeren nog een drietal haaien je duikbril. En tegen de tijd dat de kooi boven je hoofd weer opengaat, drijven de scones met slagroom op volle zee.

Terug aan wal, wacht aan de ontbijttafel André Hartman op je. Hier in Gansbaai noemen ze hem de haaienfluisteraar. Hartman duikt met haaien zonder kooi, en hij kan je tientallen foto’s laten zien waarop hij met de blote hand een haaienbek openhoudt. Eindelijk iemand, denk jij, die zich nooit verveelt.

„Zie je die littekens hier’’, wijst hij naar zijn blote voeten. Daar zette een haai eerder zijn tanden in, toen hij op een middag vergat zijn voeten binnenboord te halen, terwijl een haai achter zijn aas aanzat. „Mijn eigen schuld hoor’’, lacht hij en grapt dan. „Een oude visser vond die haai later terug, aangespoeld. Bleek hij te zijn overleden aan de gevolgen van foot-in-mouth disease.’’

Hartman is de Steve Irwin van de duikwereld. Al meer dan dertig jaar weet hij te overleven tussen de mensenhaaien. In 1977 ging het bijna mis. Hartman deed mee aan een competitie harpoenvissen en kruiste onderwater het pad van een mensenhaai. „Zijn opengesperde bek lijkt in mijn herinnering zo groot dat ik erin had kunnen zwemmen.” Hartman overleefde de aanval door met zijn harpoen op de neus van de haai te slaan. „Haaien houden niet van harde voorwerpen. Ze bijten meestal eerst uit belangstelling, pas als het zacht is wat ze voelen, bijten ze door.’’

Als je aardig tegen hem bent, kan Hartman je uren video laten zien. De meeste beelden filmde hij zelf, of cameraploegen van National Geographic en Discovery. Daar zit ook het filmpje tussen van de dag waarop Hartman een Amerikaanse toerist en een collega filmde, in een haaienkooi. Omdat de volgende dag National Geographic zou komen filmen, had Hartman de kijkopening in de kooi wat groter gemaakt, voor de camera’s. Op het filmpje zie je dan hoe een haai per ongeluk tegen de kooi opzwemt en vast komt te zitten in de kijkopening. In paniek wurmt de haai zich steeds verder de kooi binnen, terwijl de duikers plat op de bodem uit de bek van het beest proberen te blijven. „Uiteindelijk wisten die duikers uit de kooi te komen, terwijl de haai erin zat. Dat was even de omgekeerde wereld’’, lacht Hartman om het incident.

Gansbaai kent nog een haaienfluisteraar. Zijn naam is Mike Rutze, ook met baard en een leerling van Hartman. Hij is nu druk met het slepen van een karkas van een walvis die enkele weken geleden aanspoelde in Gansbaai. „Het is puur proteïne, een superaas’’, zegt Rutze, terwijl hij bezorgd uitkijkt over zee. Hij wacht tot de wind draait, dan kan hij de oceaan weer op. Rutze kan je foto’s laten zien waarop hij aan de vin van een haai hangt. En hij durft haaien zelfs bij de neus te pakken onder water om ze van zich af te duwen. „Het aanraken van haaien is net als golf spelen’’, zal hij je zeggen. ,,Hoe vaker je het doet, hoe beter je er in wordt.’’

Met Rutze kun je de discussie nog eens aangaan of de industrie verantwoordelijk is voor aanvallen op badgasten langs de kust van Zuid-Afrika. De afgelopen drie jaar werden zeven Zuid-Afrikanen gebeten, vier overleden aan hun verwondingen. Hij zegt: „Een haai kan nooit de connectie maken tussen het aas, de boot, en de mensen. We trekken het aas voor zijn neus weg, dus hij wordt niet beloond. Veel haaien komen nooit meer terug naar de boot, het irriteert ze eerder.’’

Rutze zal je vertellen dat de toeristenindustrie het beste instrument heeft om de haai te redden van uitsterving. Hij kijkt over de woeste zee, die met de zon hoog boven aan de hemel nu azuurblauw is geworden. „Dit dorpje werd groot door de visserij. Maar de vis in de oceaan is op. Deze gemeenschap kan alleen overleven dankzij de haaien en de toeristen die komen kijken. We hebben er alle belang bij om de Great White te redden.’’

Zo verlaat je Gansbaai toch nog met een zak vol foto’s en verhalen. Jij kent nu mensen die zwemmen met haaien zelfs gewoon vinden. Het was misschien niet opwindend voor iemand zoals jij, onderhoudend op zijn minst. Voor de verveling opnieuw toeslaat.

    • Bram Vermeulen