Gezeur over `ouderen` moet maar eens stoppen

Er is iets vreemds aan de hand. Onze samenleving lijkt al een paar jaar slechts te bestaan uit twee groepen: ouderen boven de 65, en jongeren onder de 65. Er komen steeds meer ouderen, zo hoort men, en jongeren, zo wordt gesteld, moeten voor die ouderen de AOW en de ziektekosten gaan opbrengen. Kunnen en willen ze dat wel, is dan de vraag?

Ook bij de laatste prognoses van het ministerie van Sociale Zaken (NRC Handelsblad, 19 december) verwijst men vervolgens naar 2030, de generatie dus die nu 40 is en dan 65 zal zijn, en die voor het eerst rijker is dan de generatie die erna komt. Mogen `de jongeren` dan hun rekening ook bij de `ouderen` leggen, wordt gevraagd? Neen, zou ik zeggen, voor alle duidelijkheid.

Een samenleving bestaat uit werkenden en niet-werkenden. Werkenden betalen belasting en als het lukt, sparen ze wat extra geld voor hun oude dag. Niet-werkenden zijn kinderen, studenten en mensen met pensioen. In een sociale samenleving is de afspraak dat werkenden de niet-werkenden onderhouden. Dat geldt met name voor kinderen, studenten, zieken en gehandicapten.

De mensen met pensioen hebben in feite tijdens hun werkzaam leven de AOW al opgebracht en hun pensioen betaald. De solidariteit in een samenleving bestaat er ook uit dat sociale afspraken nagekomen worden. Er is niets tegen als rijke mensen, ook als ze oud zijn, meer belasting betalen. In vele gevallen profiteren ze ook meer van allerlei voorzieningen. Maar die scheiding tussen zogenoemde jongeren en ouderen en dat gezeur daarover moet maar eens afgelopen zijn.

    • Elisabeth Spaan