Fiscaliteit

Een financieel planner kost al snel een paar duizend euro. Zinnig besteed geld. Hoewel dat vaak niet altijd als zodanig wordt ervaren.

Financieel planner als aftrekpost

De overheid zadelt de burger op met de verantwoordelijkheid voor zijn eigen financiële toekomst. De doorsnee werknemer moet het daarbij hebben van de weinig populaire levensloopregeling.

Voor vermogenden zijn er veel meer alternatieven. Zoveel zelfs dat ze lijken op kleine ondernemers die hun financiële toekomst moeten managen. Al dan niet omringd door deskundige adviseurs, in dit geval financiële planners. Echte ondernemers kunnen de advieskosten aftrekken van de winst. Daarom hebben ook de vermogenden als quasiondernemers recht op aftrek van de nota van hun financiële planner, zo meent voorzitter Henk Duthler van de Federatie Financiële Planners.

Hij lanceerde dat wat wereldvreemde idee op de jubileumvergadering van zijn vereniging, eind vorig jaar. De bij die gelegenheid verzamelde politici maakten er meteen korte metten mee. Als het komende kabinet al nieuwe aftrekposten introduceert, dan staan de vermogenden met financiële planners zeker niet op de eerste plaats.

Dan zouden belastingadviseurs meer recht van spreken hebben. Hun diensten worden deels opgeroepen door de hoge eisen die de overheid aan belastingaangiften stelt of door de ontoegankelijkheid van de Belastingdienst voor de simpele particulier met complexe problemen. Toch eisen de voormannen van belastingadviseurs geen fiscale faciliteiten voor hun nota’s. Zij prijzen hun diensten liever aan met het argument dat ze hun kosten terugverdienen.

Fiscale kennis betaalt zich uit; dat geldt voor de – niet aftrekbare – belastinggids tot de eveneens geheel uit eigen zak te betalen persoonlijk adviseur. Fiscaal advies is voor vermogenden en bedrijven kennelijk zo renderend dat belastingadviseurs hun nota’s volgens CBS-cijfers in één jaar tijd straffeloos met 10 procent konden verhogen.

Van een dergelijke inkomensstijging kunnen financiële planners alleen maar dromen, al stegen hun declaraties altijd nog met 3 procent in één jaar.

Alle advieskosten vormen voor ondernemingen een fiscaal erkende kostenpost. Maar de ondernemer persoonlijk kan de meeste advieskosten niet aftrekken. Daarmee vraag je om problemen als een belastingadviseur zowel voor het bedrijf als voor de ondernemer persoonlijk de belastingaangifte opstelt.

Fiscaal-technisch bezien moet de adviseur zijn werkzaamheden nauwgezet splitsen en twee nota’s versturen: één naar het bedrijf, de andere naar de particulier. In de praktijk gebeurt dat lang niet altijd. Als er al twee nota’s komen, dan blijft die voor de ondernemer persoonlijk doorgaans steken op een relatief laag bedrag van misschien 100 of 200 euro. De belastingadviseur compenseert zo’n voordeeltje voor de particulier met een navenant hogere nota voor zijn bedrijf waar de advieskosten wél aftrekbaar zijn.

Als het allemaal zuiver zou gaan, moet de directeur belasting betalen over het op zijn advieskosten bespaarde bedrag. De verrekening vindt dan naar het normale tarief plaats via de loonbelasting. Als iemand alleen grootaandeelhouder is van de onderneming die zijn privéaangifte heeft betaald, geldt het voordeel als (niet-opgenomen) dividend. Het bedrijf moet daar dan 25 procent (in 2007 tijdelijk 22 procent) dividendbelasting over betalen. In de praktijk komt de fiscus maar hoogst zelden op deze manier aan zijn trekken. Uiteindelijk hebben de belastingadviseurs voor hun cliënten stilletjes een informele aftrekpost in het leven geroepen. Zo’n onbesproken buitenwettelijke oplossing werkt overigens heel wat effectiever dan het tromgeroffel waarmee de financiële planners hun aftrekpost opeisen.

De situatie is gecompliceerder voor iemand die (voor de rechter) een gouden handdruk of een alimentatie claimt. De advocaatkosten zijn in een dergelijk geval doorgaans wel aftrekbaar. Maar het is ook zinnig om een belastingadviseur in te schakelen die kan vertellen wat de fiscaal meest gunstige weg is voor het incasseren van de claim. Men kan aansturen op een uitkering ineens maar misschien is een lijfrente voordeliger. Of is het voordeliger de uitkering te verschuiven naar een ander jaar of een ander land. Hoe nuttig ook, de advieskosten zijn niet aftrekbaar.

Wie een belaste schadevergoeding – zoals een gouden handdruk – tegemoetziet, kan de fiscale advieskosten het best in de onderhandeling betrekken. Het is fiscaal voordeliger desnoods iets in te leveren op de looneis dan de onbelaste vergoeding van de kosten van de belastingadviseur prijs te geven.

Aertjan Grotenhuis

    • Aertjan Grotenhuis