ETA heeft het in Spanje nu helemaal verbruid

Een week na de ETA-aanslag heerst in Spanje frustratie en woede over het opnieuw mis-lukken van het ‘vredesoverleg’.

Maar er gloort ook hoop op meer eendracht tussen regering en op-positie in de strijd tegen terreur.

Steven Adolf

‘Zonder aanslagen waren we nergens meer.’ De uitspraak van een gemaskerde ETA-terrorist in de spotprent die Spanje’s bijtende politieke tekenaar El Roto deze week publiceerde, slaat de spijker op zijn kop. Sinds de ETA op de voorlaatste dag van 2006 vijf etages aan parkeergarage opblies en twee Ecuadoranen onder tonnen puin begroef, is Spanje het over een ding eens: de Baskische afscheidingsbeweging heeft haar „permanente wapenstilstand” geschonden en het ‘vredesproces’ verpest.

Waarom pakt een beweging, als enige in Europa, de wapens weer op om met uitzichtloos geweld haar gelijk te halen? „We weten eenvoudigweg niet wat er zich in de schimmige wereld van de ETA heeft afgespeeld”, zegt Nicolás Sartorius. Als leider van de progressieve denktank Alternativas heeft hij het proces op de voet gevolgd. „De wereld van de ETA heeft een eigen perverse logica. Die bom maakt duidelijk dat ETA de gesprekken wilde voeren met het pistool op tafel. Ze begrijpen nog steeds niet dat een dialoog met de regering van Spanje betekent: geen politieke concessies in ruil voor afzwering van het geweld.”

Een week na de aanslag heerst in Spanje naast woede en frustratie nog steeds verwarring over de nieuwe situatie en de lering die valt te trekken uit het mislukken van de besprekingen. ETA heeft de schuld, maar kritiek op premier José Luis Rodríguez Zapatero bleef niet achterwege. „Mijn vastbeslotenheid en energie om de vrede te bereiken is groter dan ooit”, zo hield Zapatero deze week naast de puinhopen de moed erin.

Daags voor de aanslag had de premier nog gezegd dat de onderhandelingen binnen een jaar flink zouden zijn opgeschoten. Dat soort optimisme doet het niet goed in het Spanje van na de bom.

„Zapatero heeft te veel geïmproviseerd en politieke thema’s in de onderhandelingen gebracht”, meent Joseba Arregui, socioloog aan de Universiteit van Baskenland. Als Baskisch nationalist valt hij op door zijn uiterst kritische houding tegenover de ETA. De vorming van een Groot-Baskische staat – vier keer zo groot als de huidige regio en tot ver over de Franse grens – blijft hoog op het verlanglijstje van de terroristen staan, zegt Arregui. Een eis die nooit zal worden ingewilligd door Spanje en Frankrijk.

Volgens Arregui werd de afgelopen maanden reeds te veel overlegd tussen de socialisten en vertegenwoordigers van de radicale politici van Batasuna, de verboden politieke tak van de ETA. Daarbij kwamen zaken aan de orde als de legalisering van Batasuna. „Het had eerst moeten gaan over het inleveren van de wapens en het opheffen van ETA, in ruil voor eventuele strafvermindering van bepaalde ETA-gevangenen. Pas daarna hadden politieke thema’s aan de orde moeten komen”, aldus Arregui.

Vooral bij de conservatieve oppositie, die van meet af aan elke steun aan de vredesgesprekken met ETA weigerde, was de kritiek niet van de lucht. Zapatero heeft in het geniep politieke concessies gedaan aan de ETA en zich in de luren laten leggen, zo luidde het. „Zapatero heeft wel degelijk de politiek in de onderhandelingen gebruikt. Maar het ging ETA niet ver en snel genoeg”, denkt de politicologe Edurne Uriarte, die publiceert in het conservatieve dagblad Abc. Zelf ontsnapte zij ternauwernood aan een moordaanslag van de ETA.

Nicolás Sartorius bestrijdt dat er politieke toezeggingen zijn gedaan. „Het feit dat ze die bom plaatsten is daarmee in flagrante tegenspraak.” Bij eerdere onderhandelingspogingen tussen een Spaanse regering en de ETA steunde de oppositie het beleid altijd loyaal. „Het is voor het eerst dat dit niet gebeurt en de Partido Popular heeft daarbij ongefundeerde kritiek en soms regelrechte leugens gebruikt”, meent hij. Sartorius sluit dan ook goed niet uit dat juist de conservatieven daarop worden afgerekend.

Links en rechts zijn het er echter over eens dat er nu een nieuw perspectief voor onderhandelingen is. ETA is de grootste verliezer. Zijn politieke tak staat buitenspel. En voor nieuwe onderhandelingen zullen de eisen vooraf een stuk strenger zijn. Arregui: „Het is als de herder die elke keer als grap de schapen waarschuwt voor de wolf, totdat er echt een aankomt en niemand het serieus neemt. Hier is het andersom: ETA heeft zich weer als een schaap gepresenteerd die een wolf blijkt. Niemand gelooft hem meer.”

Ook bestaat brede consensus dat gesprekken weinig zin hebben als niet alle partijen gezamenlijk optrekken. De vraag is alleen hoe? Als de socialisten met de conservatieven een antiterreurpact sluiten, zullen de nationalisten en linkse partijen niet meedoen, denkt Uriarte.

Een pact is alleen mogelijk als de Partido Popular de politieke ramkoers van de laatste jaren opgeeft, meent Sartorius. „Het komt eigenlijk steeds op hetzelfde neer: inleveren van de wapens, geen politieke prijs, legalisering van de radicale nationalisten en een oplossing voor de ETA-gevangenen. De regering moet alleen een intelligente manier vinden om de conservatieve oppositie duidelijk te maken dat ze dit niet kan weigeren.”

    • Steven Adolf