Estafettetocht langs de Noordzee

Een fietsvakantie langs de Nederlandse, Duitse en Deense kustlijn biedt een rijke variatie aan zand-, duin- en asfaltwegen. De afwissellende Noordzeeroute is nog niet verpest door massatoerisme. Hoe noordelijker, hoe stiller.

Deense vlag bij de meest noordelijk gelegen stad Skagen Foto Hollandse Hoogte Denemarken, symbolen, symbool, nationale vlag, vlaggemast Photo: Heine Pedersen/BAM/Hollandse Hoogte HEI-02160.TIF Denmark: the northernmost town Skagen. The danish flag on the beach. Hollandse Hoogte

‘Zijn jullie ook van het festival”, vraagt de serveerster vriendelijk. Heel even heb ik een visioen van een vipruimte, met lange tafels vol eten en flessen wijn. Fietsen maakt hongerig.

Ik verman me. Nee, antwoord ik in het Engels, we staan beneden op de camping met een tent. Ook goed hoor, zegt ze, zoek maar een plaatsje uit.

Na bijna een week fietsen langs de waddenkust van Noord-Duitsland zijn we vanmiddag de grens met Denemarken overgestoken. De Denen doen in kronen, maar je kunt op de camping gelukkig met euro’s betalen. En je kunt hier het pasje kopen dat op alle Deense campings als identificatie dient.

Vanuit het restaurant heb je een fraai uitzicht op de Noordzee, tevens het middelpunt van onze fietsroute. De North Sea Cycle Route, een zesduizend kilometer lange tocht rondom de Noordzee. Het is even wennen, maar dan zie je het vanzelf: de Noordzee als Europese binnenzee. Fietsen door Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden. Noorwegen. Schotland en Engeland.

Dit is het derde deel van onze estafettetocht. We hebben eerder het grootste stuk van de Nederlandse route gefietst, Zandvoort-Vlieland-Delfzijl. Toen in twee weken van Delfzijl naar Himmelpforten, ten noordwesten van Hamburg, inclusief uitstapje naar Spiekeroog, een Duits waddeneiland (Vlieland, Terschelling en Schiermonnikoog zijn echt mooier). En nu: Himmelpforten-Gotenburg (Zweden).

Na bijna een week zijn we hier beland, in Emmerlev Klev. En inderdaad: als je langs de dijk – veel strand is hier niet – een eind zuidwaarts loopt en vervolgens omkeert, is meteen duidelijk wat een ‘klev’ is: het hotel ligt op een klif.

Vanuit het restaurant zien we elk half uur in de verte een trein ten onder gaan. De sneltrein naar het Duitse eiland Sylt lijkt de zee in te duiken, maar rijdt, zo vertelt onze onvolprezen Duitse Bikeline-gids, over een dijkje. Binnen maken we plezier om het interieur, dat zo stevig en zonder franje is dat het met gemak een wervelwind van voetbalvandalen zou doorstaan. Ha ha, die Denen. Weten niet echt wat gezellig is. Nee, dan zijn de Duitse gelegenheden langs de kust toch leuker, ook al mist de Duitse (net als de Deense) Noordzeekust één cruciaal element in de strandcultuur: strandtenten, waar je ’s avonds nog wat kunt eten of drinken.

De volgende dag ligt Denemarken letterlijk aan onze voeten. Emmerlev Klev uit en je tijdt langs een paar van de mooiste kliffen in Denemarken. Net voorbij het dorp heb je een verrukkelijke afdaling, alsof je zo de zee in gaat. Dit is Denemarken op en top. Stilte, wind, ruimte, witte kerken, ossenbloedrode boerderijen, en natuurlijk volgen de vakantieparken met auto’s met Duitse nummerborden, de nederzettingen voor de Duitse toeristen, verder noordwaarts komen de duinen, de bossen. Soms eindeloze bossen.

En als je maar de tijd neemt, is Deens niet zo’n moeilijke taal. Zo betekent Hund i snor, een bord dat we honderden malen tegenkomen, iets van: hond aan de lijn.

We fietsen kilometers over het strand, ja dat kan, ook met volle bepakking. We komen langs ‘wandelende duinen’ die kleine zandstormen veroorzaken. Langs woeste vissershaventjes. Langs de Jammerbochten, waar de zeelieden vergingen. We zoeken avonden langs het strand naar barnsteen. Niets gevonden. Vanaf de duinen en vanaf het strand zien betonnen bunkers op ons toe: ze rollen hier zo van het duin het strand op, zonder dat iemand zich erom bekommert.

Eenmaal onderweg is fietsen een van de heerlijkste flow activiteiten. Onderweg, vergeet je alles. Het is inderdaad verslavend. De wereld wordt gereduceerd tot vier vragen: hebben we nog eten, hebben we nog water, zijn we nog op de goede weg en waar kunnen we slapen vannacht? De North Sea Cycle Route leidt voortdurend langs de kust, maar niet zoals in Duitsland over asfaltwegen aan de zeezijde van de dijk, langs eindeloze Salzwiesen en duizenden schapen, en honderden hekjes. Afstappen, hekje open doen, fietsen erdoor, hekje sluiten, weer opstappen.

Denemarken is leeg. Denen zelf blijken schuchter. Duitsers onderweg zijn altijd nieuwsgierigheid, en opperen meteen dat we wel uit Nederland zullen komen als zij ons op de camping onze tent en fietstassen zien aftuigen. Maar contact met Denen onderweg valt snel stil, als ze merken dat je geen Deens praat, maar Engels (de eerste kennismakingspoging) of Duits (de tweede poging, zou kunnen dat ze aan het Engels niet gewend zijn).

Afgezien van een koppel andere fietsers – inderdaad twee Nederlanders, uit Meppel, die de hele Noordzeeroute in drie maanden doen – kwamen we niemand tegen die hetzelfde deed. Terwijl de route goed bewegwijzerd is. En langs de hele kust campings liggen. En Bikeline een uitstekende gids heeft samengesteld.

Twee weken later en duizend kilometer verder zullen we met enige weemoed nog wel eens aan Emmerlev Klev terugdenken. Zo’n uitgebreide menukaart. En toch ook wel gezellig. Al blij dát er een restaurant was.

Nee, Gotenburg per fiets niet gehaald. Skagen wel, vermaard om zijn uitzonderlijke strijklicht.

    • Menno Tamminga