Economisch medicijn voor sociale malaise

In de provincie Groningen leeft eenderde deel van de bevolking op de grens van de armoede. Vergeleken met de rest van het land komen mensen in Groningen vaker in de schuldhulpverlening terecht dan elders in het land, en ook zijn de bedragen waar het om gaat 30 procent hoger. Opvallend is dat de problemen zich minder voordoen bij bejaarden maar vooral bij mensen in de werkzame levensfase – WAO’ers, werklozen en eenoudergezinnen dus. Provinciale Staten gaat nu kijken wat de provincie voor deze mensen kan doen. Werkgelegenheid scheppen, zou je verwachten.

Vrijwel tegelijk met dit bericht kreeg ik het eindrapport in handen van het Adviescollege voor de Markt, afgekort als AMa. Dat is een spectaculair succesvol initiatief geweest van Groningen en de twee andere noordelijke provincies, juist op het terrein waar het in Groningen aan lijkt te schorten: betaalde banen in de marktsector. Het AMa is er gekomen als uitkomst van het rapport van de commissie-Langman in 1997 over de economische structuur van Noord-Nederland. „Haal een aantal mensen bij elkaar uit de marktsector, met een groot netwerk en met hart voor de publieke zaak, en laat die fungeren als filter en als katalysator om goede initiatieven op het spoor te komen en te stimuleren”, dat was ongeveer waar het op neer kwam.

Die mensen zijn er gekomen, met in het oog springende namen als Cor Baan, Pieter Bouw en Pauline van der Meer Mohr. In de loop van de zes jaren dat het AMa heeft bestaan, heeft dit gezelschap ervoor gezorgd dat een groot aantal ‘task forces’ bemand werden met praktische mensen. Die gingen zich bezighouden met onderwerpen als uitbesteed backofficewerk – wat moeten we doen om in Noord-Nederland diensten aan te bieden die anders uit India gaan komen – glasvezelinfrastructuur, zorginnovatie met inzet van IT-technologie, en nog tientallen andere concrete onderwerpen waar, in gewoon plat Nederlands, geld mee te verdienen zou zijn. Geld waar in het noorden banen van betaald kunnen worden.

En het werkte. In de luttele zes jaren dat het AMa heeft bestaan, zijn er uit deze task forces projecten gekomen en gerealiseerd waar 6.000 banen mee gemoeid zijn. Er is 55 miljoen Europees en Haags geld naar deze projecten gelokt. Geld, inspanning en netwerk leidden vervolgens tot ruim een miljard vervolginvesteringen uit de particuliere sector, afkomstig van bedrijven die perspectief, groei en winst zagen in de task force-projecten. En dat alles met een eigen AMa-budget van minder dan 2 miljoen euro. Dat is niet per jaar maar voor alle zes jaren samen. Een competente secretaris-manager bemande het bureau, bewaakte dat de task forces goed aan het werk bleven en knoopte de nodige netwerkcontacten aan elkaar. De leden van het adviescollege zelf, zwaargewichten uit de marktsector dus, besteedden naar eigen zeggen per maand zo’n vier dagen aan het AMa en ontvingen daar 900 euro voor. Als buitenstaander zou je zeggen dat ze voor dit soort geld amper de chauffeur kunnen laten rijden. Dit zijn mensen die voor betaald advieswerk, voor zover ze daar al voor in te huren zijn, per dag beginnen te tellen bij 3.000 euro. Het is duidelijk dat ze het niet voor het geld deden. De drijvende kracht en de motivatie lagen in het besef, met iets goeds bezig te zijn voor de publieke zaak, en vooral in het plezier dat succes oplevert. Dat gold trouwens ook voor alle praktijkmensen die in de task forces meededen. Die werkten aan concrete projecten, en als die dan lukken dan geeft dat energie. Zeker als je daarbij ook nog nieuwe contacten en ideeën voor samenwerking opdoet.

Het was fantastisch. Topexpertise en netwerk voor bijna niets, nieuwe banen voor minder dan 10.000 euro overheidsgeld per stuk, en per miljoen aan publieke middelen 20 miljoen aan geld uit de private sector aangetrokken. Het zijn hefboomverhoudingen om van te dromen. Langman had een briljant advies gegeven, de provinciale gedeputeerden zijn er goed mee omgegaan en hebben er gouden munt uit geslagen. Maar het houdt op. De leden van het adviescollege zouden graag bereid zijn verder te gaan, en voor de minimale jaarlijkse bureaukosten zou misschien ook nog wel een oplossing te vinden zijn als dat het probleem was. Maar een wezenlijk punt voor de positie van het AMa – zeker in zijn verhouding met Brussel en Den Haag – is niet langer beschikbaar: het was een orgaan van de provinciale overheden dat desondanks onafhankelijk kon optreden. De betrokken gedeputeerden van Economische Zaken van de drie provincies hebben er geen zin meer in en het mandaat van het AMa wordt niet verlengd.

Het is al te gemakkelijk, boe te roepen over incompetente politici of afgunstige provinciale ambtenaren. Met alle successen van het AMa zijn er kennelijk ook fouten gemaakt. Misschien is het dat de onafhankelijkheid vanuit bestuurlijk perspectief is uitgelopen op ‘niets mee te maken’. Of dat gedeputeerden en ambtenaren niet de gelegenheid hebben gehad te delen in de geboekte successen. Of dat er een onderhuids ressentiment is gaan woekeren over die zakenlui die even in een paar jaar gingen regelen wat ambtelijk niet in een halve eeuw was gelukt. Als het AMa had willen voortbestaan, had het ook op deze gevoeligheden moeten letten. Zeker netwerkers van dit kaliber moeten attent zijn op dit soort netwerkrot, en als ze dat niet zijn dan straalt dat minachting uit.

Wat de oorzaken ook mogen zijn, het blijft zonde dat een succesvol initiatief als het AMa afloopt. De problemen met de economische structuur van Noord-Nederland waar de commissie-Langman destijds over adviseerde, zijn nog lang niet opgelost. Zie het bericht over de armoede in Groningen, die vooral te maken heeft met onvoldoende werkgelegenheid. Daar kunnen de provincieambtenaren die over sociale zaken gaan heel goedbedoelde en prijzenswaardige opvangprojecten voor bedenken, waar ongetwijfeld een flink aantal banen op de provinciehuizen mee gemoeid zal zijn. Terwijl een paar deuren verderop, bij de afdeling economische zaken, juist een initiatief de nek is omgedraaid dat het sociale probleem bij de wortel aanpakte. Banen, investeringen, initiatief en elan zijn de beste medicijnen voor sociale malaise, en het AMa was bezig daarin te voorzien.